Werkwinkels

dinsdag 10 september 2024, 11u30 – 13u00
W01 I Toewerken naar een inclusieve GGZ: “Ik voel me begrepen en mag zijn wie ik ben”
Seline van den Ameele
, PhD, Psychiater, UVC Brugmann Brussel  & CAPRI, Universiteit Antwerpen
Winny Ang, Kinder- en jeugdpsychiater, docent communicatie UA
Laura Van de Vliet, Psychiater, POZAH – PZ St-Alexius Grimbergen, 

Onze populatie kent een enorme verscheidenheid in culturele achtergrond. Met culturele achtergrond bedoelen we niet alleen herkomst, maar ook andere aspecten zoals sociale klasse, gezondheidsstatus, taal, seksuele geaardheid, levensbeschouwing, opleiding, genderidentiteit. Binnen het GGZ personeel zien we op heden nog geen afspiegeling van deze maatschappelijke diversiteit. Ook het huidige GGZ-aanbod is nog onvoldoende afgestemd op de ervaring en verwachting van deze diverse populatie. Discriminatie kan voorkomen op verschillende niveaus van onze GGZ-organisatie en leidt tot mindere kwaliteit van zorg. Het kan onder meer leiden tot uitstellen van zorg, ernstiger ziekteverloop, wantrouwen, misdiagnostiek en foutieve behandeling. Het toewerken naar een inclusieve GGZ kan een antwoord bieden op deze ervaren diversiteitsproblemen. Inclusieve zorg betekent dat een zorgorganisatie bewust omgaat met verschillen en er gelijkwaardige, wederkerige relaties worden aangegaan. Medewerkers voelen zich gewaardeerd en krijgen kansen tot groei. Het betekent dat zorggebruikers geen barrières tot zorg ervaren, zich welkom voelen, en effectieve zorg krijgen.

In deze workshop willen we samen nadenken over het toewerken naar meer inclusie in de GGZ. Via casusbesprekingen, zelfreflectie en concrete tools gaan we aan de slag met begrippen als inclusie en discriminatie binnen de GGZ.


dinsdag 10 september 2024, 11u30 – 13u00
W02 I Algemeen welzijnswerk: eerste en/of laatste lijn?
Theo Christoffels
, Maatschappelijk werker, Coördinator Dedicated teams CAW in Hasselt Padzoekers en in Pelt/Lommel Cabrio
Egon Heeren, Maatschappelijk werker, Coördinator Dedicated Team CAW Cabrio Sint-Truiden en begeleider Mobiel Herstelteam Netwerk Reling Haspengouw

Ondanks het brede aanbod van (gespecialiseerde) zorg vinden dak- en thuislozen, zorgmijders onvoldoende aansluiting bij Algemeen Welzijnswerk en Geestelijke Gezondheidszorg. De 1ste en 0 de lijn zet ambulante zorg en mobiele teams in om ‘complexe doelgroepen’ te bereiken maar zij haken af, ervaren veel drempels en schakelen naar overlevingsmodus. Toch hebben zij zorgnoden rond (mentale) gezondheid, verslaving, basisrechten, mentale beperking. De samenleving verliest deze mensen. Reguliere lijnen van hulp, zorg zijn bezet. CAW zet daarom in op … de laatste lijn.

Sinds 2017 coördineert CAW Limburg 3 Dedicated Teams (DT) voor dak- en thuislozen en zorgmissers. De teams bestaan uit hulpverleners van verschillende sectoren met diverse expertise: OCMW, straathoekwerk, mobiele herstelteams, beschut wonen, verslavingszorg, woonbegeleiding, bijzondere jeugdzorg, VAPH. De DT werken outreachend, in de leefwereld van kwetsbare mensen. Vanuit de presentiebenadering krijgen hulpverleners een brede inkijk, werken nabij en aanklampend. De DT werken multidisciplinair. Kennis en netwerken worden samengebracht wat een exponentiële impact oplevert voor cliënt, hulpverlener en de samenleving. De teams zetten lokaal en regionaal het debat over dakloosheid, zorgmijden en structurele drempels op de agenda en werken dus politiserend. Complexe situaties van zorgmijders maken hulpverleners moedeloos, ze zien weinig perspectief. Verschillende invalshoeken brengt rust, continue zorg en kansen naar herstel. Een DT vertrekt vanuit cliëntperspectief, niet vanuit een vast aanbod. Het DT wandelt bij de cliënt binnen zonder organisatiebelang. Dat voelt bevrijdend, geeft zuurstof in de relatie met de cliënt!

Een net-werkt en geeft hoop voor de cliënt!

 

dinsdag 10 september 2024, 11u30 – 13u00
W03 I Eerste hulp bij slaap: de gedragsmatige aanpak van slaapklachten en insomnie
Ellen Exelmans
, Projectcoördinator Insomnie

Ongeveer een vijfde van de Belgen neemt slaap- of kalmeermiddelen. Nochtans is bekend dat dit geen duurzame oplossing vormt voor aanhoudende slaapproblemen en bestaan er goede gedragsmatige interventies om beter te slapen. De Vlaamse Vereniging van Klinisch Psychologen (VVKP) leidt een project in kader van het ‘evidence-based practice plan’ met de steun van Evikey en FOD Volksgezondheid over de eerste hulp bij slaapproblemen in de eerste lijn, waarbij wordt ingezet op de niet-medicamenteuze aanpak van slapeloosheid: vvkp.be/dossiers/project-slaap. Stap 1 in de richtlijn is het monitoren van de slaap via een slaapdagboek en het geven van eenvoudige slaapadviezen. Stap 2 zijn laag-intensieve gedragsmatige interventies zoals tijd-in-bed restrictie en stimuluscontrole. Indien de slapeloosheid aanhoudt, kan doorverwezen worden naar een meer intensieve en gespecialiseerde CGT-i behandeling (cognitieve gedragstherapie voor insomnie). Slaapmedicatie is enkel kortdurend aangewezen bij acute en ernstige slapeloosheid.

Tijdens deze workshop wordt de richtlijn ‘aanpak van insomnie in de eerste lijn’ (WOREL) toegelicht, worden misverstanden over slaap besproken, en worden vaardigheden in het motiveren tot en verstrekken van laag-intensieve gedragsmatige interventies aangeleerd. De workshop wordt georganiseerd door Ellen Excelmans (klinisch psychologe, projectcoördinator insomnie VVKP). Er worden maximaal 25 deelnemers toegelaten.

 

dinsdag 10 september 2024, 11u30 – 13u00
W04 I Afbouwen van langdurig gebruik van antidepressiva

Joke Pauwelyn, Huisarts, Wetenschappelijk medewerker UGent, Psychofarmaca Ugent, Lauwe

Het opzet van deze werkwinkel is het afbouwen van antidepressiva (AD) in de eerste lijn bespreekbaar en werkbaar te maken.

Onder begeleiding van een moderator duo huisarts en psycholoog  kunnen eerstelijnswerkers ervaringen uitwisselingen ivm afbouwen van AD  en worden huisartsen gemotiveerd en ondersteund dmv recent  ge-update tools  om aan de slag te gaan met het afbouwen van AD bij patienten.

Als antidepressiva bij depressie nodig zijn, beveelt de Belgische richtlijn aan de behandeling om herval te voorkomen verder te zetten tot 6 maanden na verbetering van de klachten en bij hoog risico van herval tot 2 jaar. Steeds meer patiënten die zich goed voelen gebruiken antidepressiva echter veel langer dan aanbevolen, tot zelfs jarenlang, zonder duidelijke indicatie. Dit langdurig gebruik gaat gepaard met risico’s (bijwerkingen, interacties met andere geneesmiddelen) en onnodige kosten voor medicatie en klinische opvolging.  Recent kwalitatief onderzoek met (Belgische) patienten en artsen   over  waarom al dan niet AD afgebouwd worden toont echter dat afbouwen niet gemakkelijk blijkt  in de praktijk. Patienten en artsen vrezen een herval van de depressie. Een negatieve houding ten aanzien van stoppen maakt dat artsen twijfelen of afbouwen wel de moeite is. Patiënten verwachten dat de arts het initiatief neemt om het gerbuik te minderen of te stoppen. In deze werkwinkel worden tools en nodige ondersteuningsmogelijkheden besproken die ingezte kunnen worden bij de afbouw van AD.

 

dinsdag 10 september 2024, 11u30 – 13u00
W05 I Multidisciplinair Psychologisch Overleg in de Eerste Lijn

Charlotte SercuDoctoraat, Verantwoordelijke psychosociale zorg, Domus Medica, Antwerpen

In opdracht van VIVEL (Vlaams Instituut voor de Eerste Lijn) hebben Huis voor Gezondheid, VVKP (beroepsvereniging voor klinische psychologen), Domus Medica (beroepsvereniging huisartsen), CAW (Centrum Algemeen Welzijnswerk) en ELP-academie in 2023 het vormingsproject ‘Medisch Psychologisch Overleg in de Eerste Lijn’ opgestart om de lokale samenwerking tussen huisartsen en (eerstelijns)psychologen aan te moedigen.

De vorming doelt op het versterken van de lokale multidisciplinaire samenwerking in het kader van de RIZIV-Conventie psychologische zorg in de eerste lijn. Onder begeleiding van een huisarts en een klinisch psycholoog exploreren huisartsen en klinisch psychologen op een interactieve manier en vanuit praktijkvoorbeelden hoe psychologische zorg in de eerste lijn lokaal vorm kan krijgen.

 

dinsdag 10 september 2024, 11u30 – 13u00
W06 I Sociotherapie en groepswerking: dicht, dichter, dichtst?
Nadine Aernouts
, Master, Coördinator tg de evenaar, Emmaüs, Antwerpen

Binnen de werking van therapeutische gemeenschap ‘de evenaar’ staat groepswerking centraal. Sociotherapie vormt hierbij de spil van het therapeutisch proces. Door deel uit te maken van het dagdagelijkse leven zien en horen we wat er bij en tussen bewoners leeft. Door nabij te zijn helpen we hen te dragen, door gericht afstand in te bouwen proberen we de autonomie te versterken. Zoals vaak klinkt de theorie bedrieglijk eenvoudig, want hoe doe je dat, dat balanceren op een koord van nabijheid en afstand? Hoe ver laat je de spanning oplopen? Wanneer begrens je, en hoe doe je dat dan? Wanneer blijf je net meer op de achtergrond, en waarom? Wanneer doe je een groepsinterventie, en wanneer kies je voor een meer individuele aanpak?
In deze werkwinkel nemen we jullie mee in het gedachtegoed van een therapeutische gemeenschap die psychodynamisch werkt met jonge mensen die verloren lopen op verschillende vlakken in het leven. We gaan daarna samen aan de slag met enkele casussen waarin we verschillende perspectieven belichten van de mogelijkheden en uitdagingen van sociotherapie. Van harte welkom!

 

dinsdag 10 september 2024, 14u00 – 15u30
W07 I Traumasensitief werken in een samenvloeiing van beeldende, bewegings- en muziektherapie
Karolien Moers
, Master, Muziektherapeut, Alexianen Zorggroep Tienen, Landen

In deze werkwinkel delen we onze blik op het getraumatiseerde lichaam en zoomen we dieper in op de polyvagaaltheorie (S. Porges). Dit theoretisch kader ondersteunt ons in onze visie op trauma en beïnvloedt het therapeutisch aanbod in de dagbehandeling groep Resonantie binnen het Psychotherapeutisch centrum (AZT). Resonantie is een groep voor mensen met een (complex) trauma-gerelateerde problematiek, die emotioneel overprikkeld zijn en moeilijkheden ervaren in het maken van verbinding met hun eigen lichaam/gevoelens/omgeving. Het overwegend non-verbale aanbod is specifiek voor onze werking waarin we maximaal inzetten op bottom-up ervaringen.

In het groepsprogramma bieden we wekelijks een sessie aan waarin we 3 media met elkaar combineren. Binnen deze sessies beogen we onze patiënten met complex trauma mee te leiden naar een (re)connectie met hun lichaam en gevoel. Dankzij het gebruik van verschillende media verhogen we de kans om een ingangspoort te vinden naar gevoelens en emoties. Deze voelen vaak overweldigend en bedreigend aan, waardoor hiermee in contact komen zeer moeilijk is. In deze workshop nemen we jullie mee in het actief ervaren van de combinatiemogelijkheden via allerhande werkvormen. We bespreken de uitdagingen die we tegenkomen alsook de handvaten die ons hierin helpen.


dinsdag 10 september 2024, 14u00 – 15u30
W08 I Slaapklachten in de huisartspraktijk: afbouw benzodiazepines
Joke Pauwelyn
Huisarts, Wetenschappelijk medewerker – Docent, Projectgroep Psychofarmaca Ugent, Gent

‘Dokter, terwijl ik hier ben, schrijf je ook nog eens mijn slaappilletjes voor?’
‘Beste patiënt, willen we het even hebben over je chronisch slaapmiddelgebruik?’

Een herkenbare, soms lastige situatie in de huisartsenpraktijk. Slaapproblemen kunnen de kwaliteit van leven danig verstoren en een heel scala aan klachten veroorzaken waarbij het soms moeilijk is om hier op een verantwoorde manier effectief soelaas te bieden. Verwachtingen van patiënt en arts lopen dikwijls uiteen en toegankelijke, niet-medicamenteuze alternatieve aanbieden is lang niet altijd evident. De slechte slaper kan niet meer zonder zijn inslapertje of sinds jaren vertrouwde slaappil. De ‘werkwinkel/LOK afbouw’ wil een pragmatische inkijk geven in hoe je als huisarts, of als verpleegkundige, psycholoog, apotheker… effectief kan bijdragen tot de afbouw van deze verslavende middelen. Deze werkwinkel/LOK wordt gegeven door een ervaren trainersduo huisarts-psycholoog.


dinsdag 10 september 2024, 14u00 – 15u30
W09 I Hostilia, een simulatiegame rond omgaan met grensoverschrijdend gedrag voor zorgverleners.
Marthe Vermeulen
Msc., Onderzoeker, Hogeschool UCLL, Diepenbeek

Agressie en grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer zijn een gekend en stijgend probleem in de zorgsector. Er worden trainingen gegeven doch geven zorgprofessionals hier hiaten aan. De belangrijkste beperkingen zijn het inplannen in functie van de deelnemers, het gebruik van eenzijdige leermethodes en de mogelijkheid voor deelnemers om niet te participeren in activerende werkvormen. Verder geven zorgprofessionals de nood weer aan reflectie, procesgerichte opleiding en motiverende werkvormen. Hierop werd ingespeeld door een dienstverlening met edugame te ontwikkelen die autonoom werkt, reflectie opwekt door deelnemers een rol te geven binnen een coöperatieve ervaring en duurzaam is o.w.v. de makkelijke praktische inzetbaarheid.

Deze vernieuwende leervorm stelt teams in staat eigen handelen in kaart te brengen en ondersteuning te bieden in het omgaan met grensoverschrijdend gedrag. Hostilia kan je op zich spelen of inschakelen binnen een breder traject rond grensoverschrijdend gedrag. Het doorlopen van Hostilia neemt één uur in beslag en kan perfect worden ingezet tijdens een intervisiemoment. Hostilia werd ontwikkeld binnen het ESF-project Innovatief omgaan met agressie (https://ap.lc/RBTOF). Dit binnen een samenwerking van Hogeschool UCLL, Hogeschool PXL, LUCA School of Arts en UHasselt. De edugame werd in co-creatie met zorgprofessionals ontwikkeld. De conceptvoorwaarden: motivatie, authenticiteit, coöperatie, reflectie en duurzaamheid vormen de kern van de edugame. Momenteel wordt er aan een vervolgproject gewerkt en wordt de huidige edugame uitgerold in Vlaamse zorginstellingen. Hostilia is vrij beschikbaar via de website www.hostilia.be. Verschillende Vlaamse psychiatrische ziekenhuizen waren reeds betrokken bij de ontwikkeling van Hostilia. In de werkwinkel ervaar je het spel en wordt de achtergrond van de methodiek toegelicht.

Deelnemers dienen hun eigen smartphone en internet te hanteren tijdens de edugame.


dinsdag 10 september 2024, 14u00 – 15u30
W10 I Herstelgericht werken met de sixties revolutionaire generatie
Jana De MeyereMaster, Stafmedewerker Patiëntenzorg, GPN Meetjesland, Eeklo

In deze werkwinkel vertrekken we vanuit een eigen ervaring rond de uitbouw en implementatie van een herstelgericht beleid en behandelplan op de afdeling ‘opname en behandeling van ouderen’. Wij merken dat de doelgroep ‘ouderen’ verandert. Mensen die een vraag tot opname stellen bevinden zich vaker tussen de 60 en 70 jaar. Enkele jaren geleden bestond deze doelgroep vooral uit 80-jarigen. Dit zorgt voor een generatieverschil gepaard met verschillende noden. Waar vroeger warme zorg centraal stond, wordt plaats gemaakt voor het verhogen van zelfinzicht, doorschouwen van systemen en reflectie. Cliënten willen inzichtelijk aan de slag gaan en willen mee participeren in hun behandeling.

Op deze afdeling hebben we ingezet op het verhogen van toegevoegde waarde voor de cliënt, door hen maximaal te betrekken in hun zorg- en behandelplan. Dit houdt in dat cliënten actief deelnemen aan multidisciplinaire teambesprekingen, afdelingsbeleidsplannen en werkgroepen. Daarnaast participeert de cliënt mee aan de hand van een eigen ontworpen werkboek ‘Mijn herstel-Mijn verhaal’. Het verhogen van patiëntenparticipatie verbetert volgens onderzoek van Denis en Teller (2011) de kwaliteit van zorg. Daarnaast leidt het tot empowerment, een betere kwaliteit van leven, een betere gezondheid, gebruikerstevredenheid en een betere toegankelijkheid van zorg (Castro et al., 2016; Tambuyser & Oudenhove, 2010).

Aan de hand van deze werkwinkel willen we zorgverleners inspireren om herstelgericht aan de slag te gaan met de sixties revolutionaire generatie. Volgende thema’s worden belicht:

  • Het implementatietraject op de afdeling: eigen ervaringen, good practices, weerstand, etc.
  • Ervaringen van cliënten
  • Tips en tools:
    • Herstelboek ‘Mijn Herstel-Mijn Verhaal’
    • Persoonlijk Krachten Profiel spel
    • Rots en Water
    • Vragenlijsten
  • Uitwisselen van ervaringen en ideeën


dinsdag 10 september 2024, 14u00 – 15u30
W11 I Werken aan jezelf in de natuur – laagdrempelige hulpverlening met een grote rijkdom
Kim Van Beylen
Master psychologie, klinische volwassenen – Postgraduaat cliëntgerichte en experiëntiële psychotherapie – Focusing Oriented Therapist – Existentieel psychotherapeut, Klinisch psychologe in Psychologenpraktijk Zemst en in Spore – praktijk voor psychotherapie in Rotselaar, Zemst

De conventie voor eerstelijnspsychologische zorg zet in op laagdrempelige hulpverlening. Dit nodigt uit om creatief na te denken over ons vak. In deze werkwinkel kan je ervaren hoe ik elementen uit de experiëntiële psychotherapie en focusing (Gendlin, 1996) vertaal naar een eerstelijnspsychologisch groepsaanbod in de natuur voor mensen met lichte tot matige psychische klachten. Focusing is een manier van luisteren naar wat lijfelijk merkbaar is, maar nog geen woorden heeft. Het is een natuurlijke vaardigheid die iedereen kan leren. Cornell (1996) beschrijft hoe de focusingattitude je kan helpen met emotionele processen in jezelf aan het werk te gaan, zonder er door overspoeld te worden. Bij Swyngedouw (2022) vind ik enkele praktische oefeningen voor focusing in het dagelijks leven.

Ik laat je zien hoe je gebruik kan maken van de natuur om de focusingattitude te installeren (Van Beylen, in press). Je hebt daarbij geen voorkennis van focusing nodig. Dat hebben de deelnemers aan mijn groepen ook niet. Vervolgens laat ik je ervaren hoe je in de natuur uitdrukkingsvormen kan vinden om ‘taal’ te geven aan wat er binnen in je omgaat. Omgekeerd kan iets dat je aandacht trekt in de natuur je helpen om meer in contact te komen met je eigen belevingswereld en eventuele vastgelopen processen weer in beweging te brengen.

Ik hoop dat je ervaringen tijdens deze werkwinkel je inspireren om nadien als hulpverlener zelf vaker uit je vertrouwde werksetting te komen, met mensen letterlijk mee op pad te gaan en gebruik te maken van wat je onderweg tegenkomt.


dinsdag 10 september 2024, 16u00 – 17u30
W12 I Het verhaal van Sara
Laura Geloen
Professionele Bachelor Sociaal Cultureel Werk, Casemanager, Goia – Free Clinic, Antwerpen

Voor het 12e ggz-congres “Dichtbij de mens: verbindende en gastvrije zorg” wil ik graag een werkwinkel verzorgen door middel van het verhaal van een cliënt. In eerste instantie wordt de organisatie Goia voorgesteld om nadien te focussen op onze specifieke manier van werken. Onze werkmethode lichten we toe aan de hand van de begeleiding van één van onze cliënten Sara. Sara is jonge vrouw met een baby van een aantal maanden oud. Haar dochter werd bij de bevalling meteen geplaatst via pleegzorg. Sara is dakloos en stelde ons een hulpvraag. Ze was evenwel heel vluchtig en moeilijk bereikbaar. Het was dus noodzaak om flexibel te werken. Op maat en vooral op het tempo van Sara. Alle ruimte nemen om te investeren in een vertrouwensband om hiermee verder aan de slag te kunnen gaan. Deze aanklampende manier van werken zorgde voor een verbinding waardoor Sara zich welkom voelde om samen enkele stappen te ondernemen in haar proces.


dinsdag 10 september 2024, 16u00 – 17u30
W13 I Omgaan met alcohol- en druggebruik bij cliënten, inspirerende praktijken uit beschut wonen.
Natalie Linssen, Graduaat maatschappelijk werk KdG hogeschool 2001, Woonbegeleiding bij beschut Wonen ‘De Sprong’
May Leenaerts, Maatschappelijk werk, Preventiewerker bij CGG VAGGA, Verslavingszorg en -preventie

Veel organisaties zien een groeiende instroom van cliënten met middelenproblemen op vlak van alcohol, illegale drugs, psychoactieve medicatie, gamen en gokken. Dit brengt heel wat uitdagingen met zich mee voor begeleiders en teams. Ze ervaren de nood aan effectieve handvaten om deze veranderende realiteit aan te pakken.

In deze workshop maak je kennis met een gestructureerde en stapsgewijze aanpak om een evenwichtig en integraal alcohol- en drugbeleid op te stellen dat afgestemd is op maat van jouw dienst. VAD ontwikkelde in samenwerking met diensten voor beschut wonen en regionale CGG-preventiewerkers hiervoor een leidraad. Diverse maatregelen, waaronder sensibilisering, afspraken en begeleiding, versterken elkaar om problemen door middelengebruik te voorkomen, te begeleiden en te beperken. Deze aanpak biedt houvast in individuele situaties, zowel voor begeleiders als voor cliënten, wat consequenter handelen mogelijk maakt. Het creëert bovendien verbinding: problemen kunnen makkelijker aangekaart worden en een gedeelde visie over problematisch middelengebruik zorgt voor vlottere teambesprekingen en meer begrip onder collega’s.

Een CGG-preventiewerker en dienst beschut wonen verkennen met jou goede praktijken en staan stil bij de succesfactoren, bespreken de meerwaarde en uitdagingen. Ze wijzen je de weg naar verdere ondersteuningsmogelijkheden om de vier pijlers van een beleid in de praktijk te brengen, zodat iedere organisatie een succesvol alcohol- en drugbeleid kan uitwerken.

 

dinsdag 10 september 2024, 16u00 – 17u30
W14 I Geïntegreerde zorg aan ouderen met psychische stoornissen

Robert Geeraert, Master psychologie, Opvoedkunde, Gezondheidszorgdszorg voor ouderen, Expert ouderenzorg en levenseindezorg, LEIF, Forum palliatieve zorg, Leuven

De Vlaamse overheid subsidieert woonzorgvoorzieningen ( gezinszorg, thuisverpleging, woonzorgcentra, dagverzorgingscentra, lokale dienstencentra) om kwaliteitsvolle zorg te bieden aan kwetsbare ouderen. Vele ouderen kampen met psychische stoornissen. Om hen optimaal te kunnen begeleiden heeft de woonzorg de outreachende  ondersteuning nodig van de geestelijke gezondheidszorg. Anderzijds heeft de geestelijke gezondheidszorg ook de woonzorg nodig voor een goede begeleiding van ouderen die geen opname in een gespecialiseerd psychiatrisch ziekenhuis meer nodig hebben. In deze interactieve werkwinkel gaan wij, aan de hand van concrete casussen, samen na hoe woonzorg en geestelijke gezondheidszorg elkaar kunnen versterken. Hoe werken wij samen aan preventie en vroegtijdige detectie? Hoe stemmen wij diagnostiek en zorg op elkaar af? Welke zijn goede praktijkvoorbeelden? Wat verwachten wij van de overheden?

 

dinsdag 10 september 2024, 11u30 – 13u00
W15 I Van conversie naar functioneel neurologische stoornis

Guy Lorent, Licentiaat in de klinische psychologie, Klinisch Neuropsycholoog, Zelfstandige, Sint Pieters Rode

Eén van de grote uitdagingen in het raakvlak tussen psychiatrie en medische praktijk zijn de klachten waarvoor geen klassieke verklaring bestaat: de zogenoemde functionele stoornissen, of nog steeds, conversiestoornissen genoemd. Het is voor patiënten en hulpverlening een hele klus om een goede behandelaanpak te vinden. Voor hulpverlening is het een uitdaging om mensen verder te helpen die dikwijls na veel onderzoeken en artsenbezoeken steeds meer frustratie en steeds minder erkenning krijgen voor de waarachtige symptomen die ze ontwikkelen.

Symptomen zonder stoornis; binnen het medisch denken betekent dit dat er geen probleem is. Waarmee eigenlijk bedoeld wordt dat het onderliggend mechanisme niet somatisch van aard is, maar is dit zo? Hoe kunnen we deze klachten begrijpen? Hoe kunnen we deze uitleggen? En vooral: hoe kunnen we ermee aan de slag?  We focussen ons in deze bijdrage op de functioneel neurologische stoornissen en bekijken vanuit het denkkader van “predictive coding” hoe we naar deze stoornis kunnen kijken en welke handvatten voor behandeling we terugvinden.

 

woensdag 11 september 2024, 09u15 – 10u45
W16 I Een kader voor digitale competenties van GGZ medewerkers

Lien FaelensMaster in de Psychologie / Doctor in de Psychologie, Klinisch psycholoog, docent en onderzoeker, Arteveldehogeschool, Gent
Jana Verplancke, Docent en onderzoeker, Arteveldehogeschool, Gent 

Als hulpverlener werken we vaak multidisciplinair en multimethodisch, waarbij verschillende methoden en communicatiekanalen complementair kunnen werken. Ook digitale toepassingen brengen ons soms dichterbij onze cliënt. Beeldbellen vanuit de veilige thuiscontext kan cliënten helpen om in verbinding te gaan met hun hulpverlener. Online dagboeken geven inkijk in gedachten en gevoelens die cliënten in gesprek soms moeilijk verwoord krijgen. Het gebruik van dergelijke toepassingen op maat van de cliënt vraagt de nodige digitale vaardigheden van hulpverleners om digitaal met hun cliënten te kunnen werken.

Maar wat zijn die noodzakelijke digitale competenties? Vanuit Onlinehulp-Vlaanderen ontwikkelden we een kader voor digitale competenties voor welzijnswerkers en hulpverleners in de geestelijke gezondheidszorg. Dit kader werd reeds verfijnd door vertegenwoordigers uit basisorganisaties, het middenveld en de overheid, alsook door vertegenwoordigers van verschillende opleidingen binnen het sociaal-agogisch studiegebied.

In deze werkwinkel gaan we dan ook in gesprek over:

  • hoe dit digitaal competentie kader eruit ziet;
  • welke digitale kennis, vaardigheden of houding t.a.v. blended werken je zelf als professional wenselijk acht binnen jouw functie
  • welke kennis, vaardigheden of houding je wenselijk acht bij hulpverleners in verband met het mee bepalen van het organisatiebeleid rond ‘blended werken’.

 

woensdag 11 september 2024, 09u15 – 10u45
W17 I
Mentaal in conditie: de transdiagnostische effectiviteit van de Ronnie Gardiner Methode
Xenia Brancart
, Master, Doctoranda en onderwijsassistent, Vrije Universiteit Brussel, Etterbeek

De Ronnie Gardiner Methode (RGM) is een multimodale, plezierige en verbindende therapievorm waarbij geprojecteerde gekleurde symbolen vertaald moeten worden naar bewegingen op het ritme van muziek. Eerdere onderzoeken tonen aan dat RGM een breed scala aan cognitieve en emotionele voordelen biedt, zoals verbeterde executieve functies en een betere stemming (o.a. Pohl et al., 2013; Thornberg et al., 2014). RGM activeert de gehele hersenen door fysieke, multisensorische, cognitieve en sociale activiteit simultaan te stimuleren, hetgeen de neuroplastische mogelijkheden van de hersenen maximaliseert.

Tijdens deze werkwinkel zullen deelnemers de werkzame elementen van RGM zelf ervaren door middel van initiatie-oefeningen o.l.v. RGM-practitioner Brenda Vanderbeke. Oefeningen zullen afgewisseld worden met wetenschappelijke onderdelen die zich richten op de transdiagnostische aard en wetenschappelijke evidentie voor RGM, o.l.v. doctoranda Xenia Brancart. Daarbij zal ook de lopende studie in de psychiatrische kliniek van Alexianen Zorggroep Tienen omtrent de transdiagnostische effectiviteit van RGM bij psychogeriatrische patiënten (≥ 60 jaar) nader toegelicht worden. De veelbelovende eerste resultaten van het effect van RGM op belangrijke transdiagnostische factoren, zoals de kern executieve functies, cognitieve emotieregulatiestrategieën en het subjectief welbevinden, zullen teruggekoppeld worden. Deze werkwinkel beoogt RGM met zijn enorm potentieel meer in de kijker te zetten binnen de Vlaamse Geestelijke Gezondheidszorg. Verder geldt er een maximum van 20 deelnemers voor deze werkwinkel.

 

woensdag 11 september 2024, 09u15 – 10u45
W18 I 
Suïcidepreventie: Wat als er weinig taal is?
Lara Van den Bril, Psychologisch consulent, Suïcidepreventiewerker + eerstelijnshulpverlener Kruispunt Antwerpen-centrum, CGG Andante, Merksem
Laura De Roey, Creatief therapeut, Suïcidepreventiewerker, CGG Andante, Merksem

Je hebt de vraag gesteld “Denk je aan zelfmoord?” en de cliënt knikt bevestigend. Je wil dit graag verder exploreren maar merkt dat taal ontbreekt, ontoereikend is,… Wat nu? In deze werkwinkel laten we jullie kennismaken met verschillende ondersteunende non-verbale technieken die je kan inzetten om het thema te verdiepen, stil te staan bij risico-formulering en te kijken naar mogelijke interventies. Een proeftuin aan verschillende creatieve methodieken, gekaderd door drie suïcidepreventiemedewerkers van het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg om toe te passen als hulpverlener.

 

woensdag 11 september 2024, 09u15 – 10u45
W19 I Metaforisch en Mindfull Creëren – Beeldende Aandachtstherapie bij OCS patiënten

Chris De Ceuster, Creatieve therapie (BANABA), Beeldend therapeute OCS dagkliniek, UPC KULeuven, Tildonk

In het intense therapieproject van de OCS dagkliniek van UPC KULeuven reiken we behalve gedragstherapie, systeemtherapie, psychomotorische therapie ook sessies beeldende therapie aan aan de deelnemers van onze groepen.

Beeldende therapie is een ervaringsgerichte therapie waarbij mensen gestimuleerd worden om hun innerlijke beleving uit te drukken door letterlijk met eigen handen “iets” te creëren meteen varia aan materialen/technieken.    De innerlijke beleving wordt op deze manier veruitwendigd, en kan op dat moment ook vanop een afstand (letterlijk en figuurlijk) aangekeken worden.   Omdat we werken vanuit de onbewuste lagen is beeldende therapie voor velen een manier om op een diepe manier contact te maken met hun wezenlijke zelf, waardoor situaties verwerkt of geheeld kunnen worden.     Bovendien biedt beeldende therapie voor sommige mensen ook heel wat kansen om letterlijk exposure te oefenen in de praktijk.

In de Beeldende Therapie voor OCS patiënten worden er twee bijzondere accenten gelegd :
Ten eerste gaan we zeer bewust om met het gebruik van metaforen.   Metaforen worden aangereikt om inzichten, ervaringen… te herkaderen naar een meer werkzaam, juister, perspectiefrijker vertrekpunt toe.

Ten tweede is er bijzondere aandacht voor het mindful werken :  in de therapie zelf kan het bewust leren focussen van de eigen aandacht op een fijne, ervaringsgerichte manier geoefend worden.

Deze workshop bestaat allereerst uit een infogedeelte waarbij ik een aantal ervaringen en inzichten en een therapeutisch basiskader voor beeldende therapie bij OCS patiënten in beeld breng.    Daarna krijgt iedereen de kans om zelf een eenvoudige ervaringsgerichte beeldende oefening aan te gaan, waarbij zowel het metaforische als het aandachtsaspect aan bod komen.

 

woensdag 11 september 2024, 09u15 – 10u45
W20 I Oudere volwassen met een psychische kwetsbaarheid: een holistische benadering

Tom Vermeulen, Doctor, Verpleegkundig onderzoeker, Universiteit Antwerpen, Wilrijk
Prof. dr. Margo Annemans
Prof. dr. Kris Van den Broeck
Annelies Pieters
Anne-Marie Borghs

In deze werkwinkel vertrekken we vanuit de vaststelling dat psychiatrische diagnoses bij ouderen beperkend zijn als handvaten voor de praktijk. In de ouderenpsychiatrie wordt veel gewerkt met het 3D-model (Depressie-Dementie-Delier). In deze werkwinkel stellen we een andere werkwijze voor die vertrekt vanop symptoomniveau en uitgaat van protectieve en positieve factoren. Het PDCage-model. We brengen concrete aangrijpingspunten voor de praktijk, alsook presenteren we de eerste resultaten vanuit het wetenschappelijk onderzoeksproject HOME-COSI 1 (VLAIO-innovatieproject).

 

woensdag 11 september 2024, 11u15 – 12u45
W21 I Drempels en treden voor het aanpakken van de wachttijden in de GGZ

Jo De Grave, Licentiaat biomedische wtn./organisatie v/d gezondheidszorg (VUB), Lid werkgroep wachttijden SGGG., Werkgroep wachttijden SGGG / CGG INTEGRA Limburg, Sint-Amandsberg

Deze werkwinkel is een initiatief van Vlaamse en Nederlandse onderzoekers van interventies in de GGZ gericht op het reduceren van de wachttijden en het centrum voor geestelijke gezondheidszorg INTEGRA dat van januari 2024 t/m april 2024 een gericht in- en doorstroombeleid implementeert met het oog op het reduceren van de wachttijden.

De workshop vertrekt van een dubbele vaststelling, zowel in Nederland als Vlaanderen:

  1. a) hoewel de meeste ggz-aanbieders (en in Nederland de verzekeraars) zich kunnen vinden in de ‘wiskunde achter de wachttijden’ weinigen daadwerkelijk aan de slag gaan om hun wachtrijen te analyseren en de in- en doorstroom te optimaliseren.
  2. b) hoewel de meeste psychotherapeuten en afdelingsverantwoordelijken het belang van bewust omgaan met behandelduur en behandelintensiteit erkennen, er weinigen met de wetenschappelijke inzichten hierover aan de slag gaan.

Tijdens de workshop geven de initiatiefnemers eerst

–          een kort overzicht van succesvolle/minder succesvolle interventies voor het verkorten van de wachttijden in de Nederlandse ggz. (20’)

–          Een kort overzicht van succesvolle/minder succesvolle interventies voor het verkorten van de wachttijden in de Vlaamse ggz. (20’)

–          Een getuigenis vanuit CGG INTEGRA, Limburg, na de implementatie van een gericht in- en doorstroombeleid (jan. – april 2024) met bijzondere aandacht voor de resultaten ervan en voor de ervaren bevorderende factoren en hinderpalen bij het ontplooien van dit beleid dat mikt op het reduceren van de wachttijden. (20’)

Vervolgens onderzoeken we in dialoog met de deelnemers, via interactieve werkvormen (30’), hoe we het aanpakken van de wachttijden in de Vlaamse ggz doeltreffender en doelmatiger kunnen maken.

 

woensdag 11 september 2024, 11u15 – 12u45
W22 I Psycho-educatie over verslaving: Van Verlangen naar Drang (en terug).
Paul Van Deun
Master Klinische Psychologie, Zelfstandig Psycholoog, Kessel-Lo

De metafoor van Paard & Ruiter van Reinout Wiers, waarmee vaak wordt uitgelegd waarom verslaving zo moeilijk te doorbreken is, lijkt mij wat te cognitief. Verslaving heeft met drang te maken, daarover moet psycho-educatie gaan. Een verlangen dat drang of craving wordt.Langdurig en frequent gebruik van verslavende middelen leidt tot een kunstmatig verhoogd verlangen naar dat product. Dat leert ons de neurobiologie. Dat verlangen vervolgens drang wordt is contextafhankelijk. Verslaving betekent overgevoeligheid voor signalen van beschikbaarheid.  Hindernissen doen de drang afnemen, maar niet het verlangen. Verlangen kan worden uitgesteld. Afstel komt er pas als er veranderingen zijn in de leefstijl. Herstel is werken aan die leefstijl.Dat zijn een aantal ‘quotes’ die kunnen helpen bij het onderkennen van verslavingsmechanismen en wat het antwoord daarop kan zijn. De deelnemers aan de werkwinkel zullen kunnen kennismaken met de verschillende stappen van de educatie. We starten met de theoretische achtergrond en hoe die zich situeert tenaanzien van andere invalshoeken. Eigen ervaringen kunnen worden gedeeld.

Deze psycho-educatie is gebaseerd op de Incentive Sensitisation theorie, ‘Liking’ en Wanting’, van Kent Berridge en Terry Robinson en de Reward-Prediction-Error theorie van Wolfram Schultz. De vertaling van deze neurobiologische inzichten over verslaving deed ik eerder in twee publicaties.

 

woensdag 11 september 2024, 11u15 – 12u45
W23 I Hoe kunnen we in een gezagsrelatie tot verbinding komen?
Katrijn Van Loock
, Master orthopedagogiek, Directeur zorg, Klavier, Merksplas

Klavier biedt zorg op maat aan een zeer divers publiek van (jong)volwassenen met een verstandelijke beperking en/of autismespectrumstoornis. In onze gezinsvervangende context ondersteunen we hen bij het realiseren van een kwaliteitsvol bestaan. In onze aanpak van gedrags- en emotionele problemen is iemands persoonlijke begeleidingshouding dé belangrijkste vaardigheid. Deze bepaalt in grote mate de wijze waarop we impact kunnen hebben.

We dagen begeleiders uit om zich bewust te worden van de eigen begeleidingsstijl, alsook te experimenteren met verschillende vormen van aanpak. Naast een goede begeleidingshouding dient onze aanpak immers afgestemd te worden op de individuele cliënt.

 

woensdag 11 september 2024, 11u15 – 12u45
W24 I Wanneer en waartoe betrek je cliënten in teamoverleg?
Sarah Vanderhofstadt,
Master, Staflid, Interactie Academie, Antwerpen
Paul Castelijns, Master, Staflid, Interactie Academie, Antwerpen

De visie op teamoverleg is aan verandering onderhevig. Verbinding en gastvrijheid staan steeds vaker centraal, waardoor overleg zonder cliënten wordt ingeperkt. We juichen de huidige aandacht voor het teamoverleg toe. Echter, vooraleer we kunnen nadenken over de zinvolheid van het betrekken van cliënten in overleg, moeten we ons de vraag stellen: hoe hangt de wijze waarop we overleggen samen met de wijze waarop we hulpverlenen? In teamoverleg voeren hulpverleners namelijk gevarieerde types gesprek. Zo worden besluiten soms genomen op basis van hiërarchische of collaboratieve verhoudingen, staat soms de cliënt of de hulpverlener centraal en is regelethiek of zorgethiek leidend in overleg. De relatie tussen teamoverleg en het hulpverleningsproces is daardoor bijzonder gevarieerd. In deze workshop stellen we een raster voor dat zicht geeft op de vele mogelijkheden van teamoverleg. Vanuit deze mogelijkheden denken we na over wanneer en waartoe cliënten in overleg betrokken kunnen worden. Dit doen we aan de hand van de volgende stellingen.

– Teambeslissingen waarin de visie van de cliënten niet wordt meegenomen, is een praktijk uit de vorige eeuw.
– Hulpverleners moeten altijd transparant zijn naar hun cliënten.
– Zorg op maat, bij iedere cliënt opnieuw, is het devies.

Sarah Vanderhofstadt is systeemtheoretisch psychotherapeut en werkzaam als staflid aan de Interactie Academie waar ze opleidingen geeft en individuele en teamsupervisies begeleidt.

Paul Castelijns is psycholoog, systeemtheoretisch psychotherapeut en erkend opleider en supervisor bij de BVRGS. Tevens doctoreert hij aan de UGent op de ontwikkeling van een systeemtherapeutische behandeling voor burn-out.


woensdag 11 september 2024, 11u15 – 12u45
W25 I Op een fijne en veilige manier in verbinding: spelen, delen, helen
Daisy Jeurink-Luiten
, HBO, Creatief therapeut beeldend, Praktijk Daisy Luiten, Deventer (Nederland)

Wanneer mensen te veel op hun bordje krijgen, staat het leven op zijn kop. Hoe deel je dan wat er is gebeurd en welke impact dat heeft op je leven? Vaak zitten mensen op een eigen eiland met hun gevoelens en gedachten. Vanuit de vraag van therapeuten om een hulpmiddel dat de communicatie vergemakkelijkt ontwikkelde Daisy Luiten ‘Ons Bestaan Op Een Bordje’ (2021, Deventer) een tool in de vorm van een bordspel. Middels vragen en opdrachten komen cliënten op een respectvolle manier in verbinding met zichzelf, met naasten en met de hulpverlener. Het is spelen, delen én helen. Veilig je verhaal kunnen doen, gehoord worden en herkenning en erkenning vinden.

Ons Bestaan Op Een Bordje is speciaal ontwikkeld voor therapeuten die werken met cliënten van 6 tot 100 jaar die een ingrijpende ervaring hebben meegemaakt in hun leven (zoals een scheiding, een overlijden of een nare gebeurtenis). Het doel van Ons Bestaan Op Een Bordje is contact te maken over deze ervaring en de gevoelens, gedachten en zorgen die er zijn.

Tijdens deze werkwinkel leer je wat de waarde is van verbinding en communicatie (ook non-verbaal) na ingrijpende ervaringen. Je ontdekt middels praktijkvoorbeelden hoe Ons Bestaan Op Een Bordje cliënten helpt zich op een fijne en veilige manier te openen over hun gevoelens, gedachten en zorgen. Je ervaart wat de vragen uit het spel teweeg brengen.

 

woensdag 11 september 2024, 13u45 – 15u15
W26 I Geënte therapie: Aspecten van tweedelijnspsychologische zorg en eerstelijnspsychologische zorg in een specifieke context

Gert Vits, Master in de psychologie, Psycholoog-psychotherapeut/beleidsondersteuning/coördinatie ELP 1G1P OB, CGG-VBO, Leuven

In een inleidend deel wordt deze werkmethodiek toegelicht. Concreet wordt beschreven welke interventies en essentiële werkbare factoren binnen deze methodiek kenmerkend zijn. Tevens worden randaspecten waarmee dient omgegaan aangestipt. Vanuit de toelichting wat geënte therapie inhoudt, gaan we in dialoog in kleine groepen en bekijken we ook enkele stellingen als voedingsbodem voor een plenaire dialoog. Hierbij is de focus onder andere welke aspecten eerder kenmerkend zijn vanuit de eerstelijnspsychologische zorg en welke andere vooral kenmerkend vanuit het tweedelijnspsychologische denken. Mogelijke valkuilen en winsten van deze inzet van de tweedelijnspsychologische functie worden in dialoog gebracht. De achtergrond van dit gebeuren zijn ervaringen in het klinische werkveld enerzijds en wetenschappelijke onderzochte thema’s anderzijds. Beiden leveren hun bijdrage bij het denken over de geënte therapie.

Op het einde van deze workshop hebt u een zicht wat geënte therapie inhoudt en heeft u tevens met collega’s gereflecteerd over de plaats van deze methodiek in het veld van de geestelijk gezondheidszorg. Naargelang de achtergrond van de deelnemers is dit zowel vanuit beleidskader als vanuit een klinische kader belicht.

 

woensdag 11 september 2024, 13u45 – 15u15
W27 I
Ik zou mijn hart willen weggeven
Els Lambrecht
, Bachelor, Bestuurder Actiegroep Ervaringdeskundige Hulpverleners + groepsbegeleider RC Pastel, UilenSpiegel vzw, Brussel

Een gastvrije cultuur begint intern: wanneer medewerkers zich goed voelen, zijn ze gemotiveerd in hun job. Onderzoek toont aan dat zaken als werkdruk, administratie, personeelstekort, het jezelf niet mogen zijn, strubbelingen met collega’s, … gastvrijheid belemmeren. Inzicht in de gastvrijheid van een organisatie kan je enkel verkrijgen via de beleving van de cliënt. Echter, door in te zetten op de ‘zorg voor zorgverlener’ kan je meer gastvrij zijn naar cliënten. Of spreken we beter van ‘gasten’? Een hulpverlener die zich goed voelt op en in zijn werk, zal immers meer gastvrij zijn. Dat zorgt op zijn beurt dan ook weer dat gasten beter worden verder geholpen én dat hulpverleners minder stress en spanningen ervaren op de werkvloer. Een win-win situatie dus.

Toch zijn hulpverleners vaak mensen die voor iedereen zorgen, behalve voor zichzelf. Hulpverleners zijn bovendien mensen die geraakt worden door lijden en de andere daarin willen helpen. We horen soms verschrikkelijke verhalen en dan speelt onze eigen achtergrond vaak ook nog mee. Welke invloed heeft dit allemaal op ons? We introduceren u een kort overzicht van de laatste inzichten over dit thema en maken het daarna heel interactief. U wordt uitgedaagd om in gesprek te gaan, om bij te leren van elkaar met als uiteindelijk doel bewuster gastvrij te zijn. Onze werkwinkel prikkelt uw intrinsieke motivatie en zet u aan het denken zodat deze kan leiden tot inspiratie en praktische handvatten waarmee u direct aan de slag kunt.

 

woensdag 11 september 2024, 13u45 – 15u15
W28 I Bestaat de ideale (patiënt)ervaringsdeskundige? Een workshop over de 8 uiteenlopende rollen van ervaringsdeskundigen (Globaal Plan Ervaringsdeskundigheid).

Kristel Van de VeldeMaster, Voorzitter OPWEGG netwerk SaRa, Berchem
Els Nijs, (patiënt)ervaringsdeskundige
Els Draeck, (patiënt)ervaringsdeskundige

Herstelgericht werken is binnen de huidige geestelijke gezondheid(szorg) niet meer weg te denken. Eén van de middelen om de herstelvisie te borgen is het werken met ervaringsdeskundigen. Het is ondertussen al lang duidelijk dat dé ervaringsdeskundige niet bestaat. Ervaringsdeskundigen zijn werkzaam op veel verschillende plaatsen en hebben uiteenlopende rollen. Een ervaringsdeskundige kan bvb. hoop en ondersteuning bieden aan patiënten, hen empoweren en inspireren tijdens hun herstelproces op een afdeling, bij het mobiel team, een lotgenotengroep, … om er maar een paar te noemen. Een andere ervaringsdeskundige denkt mee na op beleidsniveau op micro, meso en macro niveau. Er zijn in het Globaal Plan Ervaringsdeskundigheid in totaal acht verschillende rollen beschreven die een ervaringsdeskundige kan uitvoeren. Het is niet de bedoeling dat we supermannen zijn en alle rollen tegelijk combineren. Veel ervaringsdeskundigen combineren er een aantal, maar niet alle acht. Tijdens de werkwinkel gaan we aan de hand van casussen dieper in op de rollen en functies die een ervaringsdeskundige kan uitvoeren.


woensdag 11 september 2024, 13u45 – 15u15
W29 I Samenspel ‘Via Via’ veerkrachttraining
Herlinde Wynants
Post Master, Ervaringsdragend arts, ZNA PZ, Antwerpen

Ons mentaal welbevinden is dynamisch. We voelen ons niet altijd gelukkig. Dat is oké. Het leven stelt ons welbevinden en dat van onze meer kwetsbare patiënten echter geregeld stevig op de proef. Veranderingen, stress of tegenslagen kunnen ons evenwicht verstoren. Hoe sterk je uit balans geraakt en lijdt, hangt af van hoe veerkrachtig je bent op dat moment. Veerkracht vervult drie belangrijke functies: (1) het vormt een buffer tegen stressoren en moeilijke ervaringen en (2) het zorgt voor herstel van je mentaal welbevinden, wanneer dit een deuk kreeg. (3) het verbetert je zelfexpressie en socialiseerbaarheid. In deze werkwinkel willen we je kennis laten maken met een beetje theorie, maar vooral allerlei oefeningen om (1) veerkracht te versterken en om (2) samenspel in te zetten wanneer de balans verstoord raakt (3) en vaardigheden aanreiken voor gezonde zelfexpressie. We hopen dat je er zelf deugd aan hebt, maar tevens hopen we dat je wat je leerde in deze training, gebruikt om patiënten te helpen met hun veerkracht.

Herlinde Wynants is internist en ervaringsdrager in de geestelijke gezondheid. Zij ontwikkelde een veerkrachttraining voor patiënten met CVS en vertaalde die training later naar een veerkrachttraining voor een bredere groep van deelnemers, want iedereen heeft er baat bij.
Karin Magits is klinisch psycholoog en zet zich in om de HERSTELvisie in de praktijk te brengen in ZNA Psychiatrisch Ziekenhuis Stuivenberg.

woensdag 11 september 2024, 13u45 – 15u15
W30 I
Belgische Psychiatrische High& Intensive Care: hoe wetenschappelijk onderzoek en klinische praktijk elkaar versterken in een innovatief implementatieproces
Hella De Munter, Psychiater, UPC KU Leuven
Ronny Bruffaerts, Professor, UPC KU Leuven

Bijkomende auteurs:
Vanessa De Roo, Adjunct Federaal Coördinator Hervormingen GGZ, FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu
Laure Istas, Conseillière senior en amélioration, PAQS
Hannah Jossa, Psycholoog UPC KU Leuven
Gorik Kaesemans, Adviseur GGZ, Zorgnet Icuro
Katrien Vandenhout, Psycholoog, UPC KU Leuven

De psychiatrische High & Intensive Care (HIC ) naar Nederlands model is in België in volle ontwikkeling. Het is een innovatie voor behandeling, zorg en bejegening van patiënten in ernstige en acute psychische crises. Tijdens deze interactieve workshop nemen we u mee in dit innovatieve proces. We rapporteren uit het HIC³ project dat vanuit en in opdracht van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu kadert in de hervormingen van de Belgische geestelijke gezondheidszorg.

Er zijn drie centrale foci: (1) klinisch is het uitgangspunt het samengaan van medische én herstelgerichte visie, waarbij patiënten eigen regie zo snel als mogelijk terugwinnen door het aanbieden van veiligheid en bescherming, samen met intensieve, respectvolle en humane zorg, met minimale vrijheidsbeperkende maatregelen; (2) organisatorisch bestaan HIC-afdelingen niet als silo’s op zich, maar maken deel uit van (crisis-) zorgpaden, waarbij continuïteit van zorg centraal staat; (3) het implementatieproces (als voorbeeld voor andere innovatieve of pilootprojecten) wordt niet gekenmerkt door louter implementeren en nameten. In het implementatieproces wordt een kader gecreëerd voor visie ontwikkeling (“Waarom doen we dit?”), voor implementatie (“Hoe doen we het?”) en voor evaluatie (“Tot wat leidt het?”), om een continue klinisch wetenschappelijke cyclus te creëren. Hiervoor gaat wetenschappelijk implementatie- en evaluatie-onderzoek hand in hand met lerende netwerken, gestart in 9 HIC-afdelingen en – verder bouwend op hun klinische ervaringen en wetenschappelijke bevindingen – uitbreidend naar alle 28 HIC-afdelingen in België. Een HIC-monitor vormt de kapstok voor relevante leerthema’s en voor peer-to-peer-audits, waarbij afdelingen leren van elkaar en hun ontwikkelingsproces continu bijsturen.