Posterbijdragen

P01 | Wanneer het onzichtbare tastbaar wordt   –    poster
Souad Abihi, master verpleeg-en vroedkunde/ziekenhuismanagement, verpleegkundig specialist psychiatrie
Algemeen ziekenhuis Groeninge, Kortrijk

Binnen het ziekenhuis worden er weinig incidentmeldingen geregistreerd rond agressie terwijl de realiteit ons iets anders vertelt. Het niet registreren van een agressie-incident is niet enkel nefast voor de statistieken maar des te meer voor de medewerker zelf. Niet geregistreerd, is niet gebeurd en betekent ook geen nazorg. Vanuit deze bezorgdheid werd in 2019 een bevraging gedaan bij de zorgmedewerkers. Bij de opmaak van de bevraging werd advies ingewonnen bij ICOBA. Deze bevraging had als doel om de verticale agressie (= medewerkers vs. patiënten/familie/bezoeker) op de werkvloer en de oorzaken van het niet consequent registreren van agressie-meldingen in kaart te brengen. Er waren 449 respondenten. Uit de bevraging bleek dat van de respondenten de voorbije 12 maanden 35% in aanraking is gekomen met fysieke agressie, 63% met verbale agressie en 64% met lastig gedrag. 49% is op zijn hoede geweest voor fysieke agressie, 68% voor verbale agressie en 72% voor lastig gedrag. 70% had nooit opleiding/training gehad inzake omgaan met agressie en 51% gaf aan hier nood aan te hebben. 60% van de respondenten vond de betrokkenheid van de leidinggevende na een agressie-incident heel belangrijk. Om het agressiebeleid te optimaliseren werd een multidisciplinair team opgericht. Dit team bestaat uit medewerkers vanuit diverse functies en disciplines. Het doel is om verbeterdoelstellingen te formuleren, om van elkaar te leren en training/opleiding te voorzien voor de medewerkers. Met deze presentatie vatten we de relevante bevindingen uit de bevraging samen en stellen we de stapsgewijze werking tot een gedragen implementatie van een agressiebeleid voor.

P02 | Opvallend los: Valpreventie
Philippe Minguet, Master in de revalidatiewetenschappen binnen de geestelijke gezondheidszorg, Psychomotorisch therapeut, UPC, Kortenberg
Maes Rembert, Hoofdverpleegkundige Ouderenzorg, UPC KU.Leuven Kortenberg

Valpreventie vraagt een totaal aanpak. Met onze poster willen we een stappenplan voorstellen om alle facetten van vallen te bekijken en te koppelen aan mogelijke oplossingen. We zetten in op een multidisciplinaire ondersteuning die de oorzaken aanpakt en niet de gevolgen, met een veilige bewegingsvrijheid als doel. Vertrekkende vanuit een uitgebreide screening en een gedetailleerd assessment worden de juiste interventies opgestart om zo de patiënt een herstelgerichte behandeling aan te bieden waarbij zijn eigen kunnen centraal staan.

P03 | Maladaptieve persoonlijkheidstrekken bij oudere volwassenen: een studie naar de dimensionale benadering van persoonlijkheidsstoornissen van DSM-5 sectie III en ICD-11.
Morag Facon, Master in de Psychologie, Doctoraatsstudent Psychologie, Vrije Universiteit Brussel, Mechelen

Naarmate mensen ouder worden, veranderen de levensomstandigheden op vlak van o.a. sociale -, fysieke -, psychologische – en economische kenmerken. Hiermee gepaard, kunnen ook persoonlijkheidsstoornissen bij oudere volwassenen (65+) zich anders manifesteren dan bij jongere volwassenen. In de DSM-5 (APA, 2013) categorische criteria van persoonlijkheidsstoornissen ontbreekt aandacht voor deze unieke levenscontext van oudere volwassenen. Mogelijks zijn de innovatieve, dimensionale paradigma’s van het Alternatieve Model voor Persoonlijkheidsstoornissen (AMPS) (APA, 2013) en de benadering in ICD-11 (WHO, 2019) beter geschikt voor het vaststellen van persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen. Hoewel bij de ontwikkeling van deze paradigma’s de aandacht niet specifiek ging naar uitingswijzen van persoonlijkheidspathologie op latere leeftijd, is hun conceptualisatie van persoonlijkheidsstoornissen wellicht meer leeftijdsneutraal. In deze paradigma’s wordt een hiërarchisch model van persoonlijkheidstrekken en onderliggende facetten voorgesteld. Deze studie richt zich op de constructvaliditeit van het AMPS – en ICD-11 trekmodel. Concreet nemen we bij 251 ouderen uit de algemene populatie de Personality Inventory for DSM-5 Brief Form Modified+ af, een korte vragenlijst ontwikkeld om de AMPS en ICD-11 trekdomeinen en -facetten na te gaan. Aan de hand van een targetrotatie, zullen we de validiteit van de vooropgestelde AMPS – en ICD-11 structuur nagaan bij ouderen.

P04 | Patiëntenprofielen in high-security forensische psychiatrie in Vlaanderen
Sophie Verschueren, Master criminologische wetenschappen; seksuologie, Wetenschappelijk onderzoeker
FPC Antwerpen, Antwerpen

Recent onderzoek benadrukt het belang van een gepersonaliseerde behandeling in de forensische psychiatrie. De heterogeniteit van forensische patiënten bemoeilijkt echter het aanbieden van een gepersonaliseerde behandeling vanwege een verscheidenheid aan misdrijven en psychiatrische stoornissen. Om dit proces te vergemakkelijken, heeft eerder internationaal onderzoek patiëntprofielen ontwikkeld met bijbehorende behandeltrajecten en modules om individuele patiënten te vergelijken met meer homogene groepen. In Vlaanderen ontbreekt gelijkaardig onderzoek, terwijl dergelijk onderzoek essentieel is om te kunnen spreken van profielspecifieke behandelplannen. De huidige studie paste latente klasse analyse toe in een Vlaamse high-security forensische populatie. Patiënten in de twee Forensisch Psychiatrische Centra (N = 399) in Vlaanderen werden geëvalueerd op basis van psychopathologie, criminele geschiedenis, en risico- en protectieve factoren (Historische Klinische Toekomst – Revised; HKT-R). Er werden vijf patiëntenprofielen gevonden: de antisociale patiënt, de psychotische patiënt met divers crimineel gedrag, de patiënt met een persoonlijkheidsstoornis en meervoudige problematiek, de psychotische patiënt met fysieke geweldsdelicten, en de patiënt met een parafiele stoornis en seksuele delicten. Overeenkomsten en verschillen met eerder onderzoek, alsook klinische implicaties worden besproken.

P05 | Voorstelling TEJO-werking en doctoraal onderzoek van de UGent
Ingrid De Jonghe, Juriste-psychologe, gedragstherapeute, Voorzitster TEJO Antwerpen, TEJO ‘Therapeuten voor jongeren’, Antwerpen

Graag willen we het 12jarig bestaan van TEJO voorstellen op een poster met alle belangrijke info over de organisatie, haar missie en visie, aantal jongeren die begeleid werden, problematieken, leeftijden, aantal sessies… We stellen ook graag het TEJO-Charter van Vlaanderen voor met de drie doelstellingen (hulpverlening, pionier, signaal-functie als reactie op de lange wachttijden in de hulpverlening. Daarnaast stellen we het doctoraal onderzoek voor vanuit de UGent dat de jongeren bevraagd die bij TEJO in begeleiding zijn om een duidelijker beeld te krijgen van het volledige TEJO-Proces en de waarden en oplossingsstrategieën die bij TEJO worden opgenomen door de jongeren om opnieuw vlotter deel te kunnen nemen aan het leven in de samenleving.

P06 | Quinque – deelnemen is winnen
Jelke Maenhout
, centrum voor psychische revalidatie Inghelburch, Brugge

Quinque is een herstelgericht krachtenspel, ontwikkeld door het centrum voor psychische revalidatie Inghelburch. Het is een therapeutisch bordspel opgebouwd rond de vijf (vandaar ‘Quinque’) krachten vanuit de SRH-methoriek. Naast persoonlijke kwaliteiten, ervaringen, wensen, dromen, talenten en vaardigheden is er aandacht voor de krachten van het netwerk. Het spel doet tevens stilstaan bij de dagelijkse moeilijkheden op heel wat levensdomeinen. Door het inzetten van krachten worden deze moeilijkheden aangepakt. Quinque is een groepsspel dat door hulpverleners kan worden ingezet als therapeutische activiteit voor volwassenen binnen de geestelijke gezondheidszorg en de bredere welzijnssector.

Referentie:
Chiau, Evelien (2019). Centrum voor Psychische Revalidatie Inghelburch ontwikkelt een herstelgericht bordspel. Zorgwijzer, 2019

P07 | Developing and testing a systemic assessment tool and intervention protocol for burn-out: The InterPersonal Perspective Scale
Paul Castelijns, master, Staflid Interactie-Academie, PhD kandidaat Ugent Interactie-Academie – Ugent, Tilburg

De behandeling van burn-out klachten bestaat voornamelijk uit therapeutische benaderingen die worden gekenmerkt door een intrapersoonlijk en individueel karakter. Deze behandelingen hebben in beperkte mate positieve resultaten bij milde burn-out klachten en er is geen substantieel bewijs dat deze behandelingen positieve resultaten vertonen bij ernstige klachten. In andere woorden, een effectieve evidence-based interventie voor ernstige burn-out klachten is afwezig, waardoor de maatschappij, werkgevers, werknemers en clinici voor een enorme uitdaging staan. Echter, in de kern is burn-out ook een zeer interpersoonlijke kwestie. Veel psychologische modellen bevestigen dit en benadrukken het belang van hoe een professional interacteert en relateert aan zijn of haar sociale werk omgeving. Hierbij is de incongruentie van waarden tussen henzelf en hun organisatie context een voorspeller voor burn-out klachten. Met dit onderzoeksproject richten we ons op het door ontwikkelen en valideren van een assessment tool en interventie protocol wat wordt gekenmerkt door een focus op interpersoonlijke processen en waarden (in)congruentie in het bijzonder. Eerste klinische try-outs van deze ‘IPPS assessment tool en interventie protocol’ zijn veelbelovend en onderzoek naar zijn wetenschappelijke en klinische meerwaarde is op dit moment in een opstartfase. In deze presentatie, worden de volgende vragen uitgewerkt:

1. Welke informatie weerspiegelt de IPPS data over burn-out en de hieraan gerelateerde interpersoonlijke processen?
2. Wat is de therapeutische effectiviteit van het IPPS interventie protocol?
3. Welke therapeutische mechanismen zijn betrokken in het IPPS interventie protocol?

P08 | Is drop-out gerelateerd aan beveiligingsniveau?
Inge Jeandarme, forensisch psychiater, Coordinator KeFor OPZC Rekem, Rekem

In deze studie vergeleken we 25 patienten die hun behandeling niet afmaakten (drop-out) met 25 die patienten die hun behandeling wel afmaakten (Jeandarme e.a., 2021). De studie vond plaats in een forensische steekproef van geinterneerde mannen behandeld in OPZC Rekem op afdelingen met een gemiddeld beveiligingsniveau. ‘Drop-out’ werd gedefinieerd als het niet voltooien van de behandeling, ongeacht of de behandeling door de staf of door de patient zelf werd beëindigd. De meeste patiënten hadden een psychose en/of persoonlijkheidsstoornis en vaak ook stoornissen in het gebruik van middelen. DUNDRUM-1, PCL-R Facet 4 en HCR-20 scores waren significant hoger in geval van drop-out. Echter, na binaire logistische regressie was alleen de DUNDRUM-1 onafhankelijk geassocieerd met drop-out. Daarom wordt gesuggereerd dat de DUNDRUM-1 een nuttige aanvulling kan zijn bij de bestaande risicotaxatieinstrumenten om therapeutisch beveiligingsniveau op een gestandaardiseerde manier in te schalen.

P09 | Coconuts: Making room with madness  –  poster
Niel Van Cleynenbreugel
, Master, Oprichter, Coconuts, Kessel-lo

Coconuts is een creatieve plek te Leuven voor jongvolwassenen met een psychotische kwetsbaarheid die richting zoeken. We bieden hen (letterlijk) ruimte om hun plaats in de maatschappij (opnieuw) te kunnen vinden en hun levenslust (opnieuw) te kunnen laten zien aan de hand van kunst, design en sociaal ondernemerschap.
Samen met artiesten, designers en experten werken we aan een inclusieve samenleving waar verbeelding zorgt voor verbinding. Hoe willen we dat doen? Door het oprichten van een magazine: Coconuts. Een kwalitatief magazine dat zich richt op jou en mij, individuen en organisaties op zoek naar schoonheid, verbeelding, zuurstof en inspiratie. Per half jaar start een traject voor 8 deelnemers met wie we co-creatief een magazine maken. We vormen samen de redactie van Coconuts. Wekelijks komen we samen om uit te wisselen, te creëren, te inspireren, te ontmoeten. Doorheen het traject leggen de deelnemers opnieuw verbinding met zichzelf en de met de maatschappij rondom hen, bouwen ze hun netwerk verder uit in de creatieve industrie en daarbuiten. Elk traject eindigt met de lancering van een volwaardige editie van het Coconuts magazine, telkens vertrekkende vanuit de interesses van de redactie. Deelnemers kunnen na afloop kiezen om meer verantwoordelijkheden op te nemen binnen Coconuts of om hun eigen weg te gaan. Het Coconuts magazine is een middel om jongvolwassenen met een psychosegevoeligheid terug te verbinden met de maatschappij en hun plaats daar te ontdekken, zowel professioneel als persoonlijk, met creativiteit als hefboom.
www.coconuts-space.be

P10 | Evaluatie van een brochure omtrent slapeloosheid om de implementatie van richtlijnen over slapeloosheid te ondersteunen     –    poster
Kristien Coteur, MSc in de familiale en seksuologische wetenschappen, PhD candidate, KU Leuven, Leuven

Aan de hand van co-design ontwikkelden patiënten en zorgverleners samen een brochure omtrent slapeloosheid. Doorheen verschillende fases werd invulling gegeven aan de inhoud en lay-out. De tekst werd opgesteld in samenwerking met een geletterdheidexpert om te zorgen dat de brochure gepast is voor een breed publiek. Na evaluatie door de deelnemers, werd de finale brochure gelanceerd in de eerstelijnszorg. Zes maanden later werden de zorgverleners uitgenodigd om het gebruik van de brochure te evalueren. In een vragenlijst konden ze toelichten of ze de brochure hadden gebruikt en hoe het gebruik werd ervaren. In het algemeen werd de brochure als uitnodigend en nuttig ervaren. Zowel de inhoud als het design werden meermaals expliciet geprezen. Tevens werd de brochure in de praktijk ingezet om te staven waarom er voor een niet-medicamenteuze aanpak van slapeloosheid werd gekozen. Het project leidde tenslotte ook tot een samenwerking met Gezond Leven vzw, waarmee we nu richten op een toevoeging van het thema “slaap” aan www.gezondleven.be, met als doel meer erkenning voor slaap als een cruciale pijler in een gezonde levensstijl.

P11 | The association of personality and childhood trauma with clinical outcomes in a randomised controlled trial of Acceptance and Commitment Therapy in Daily-Life (ACT-DL)
Rafaël Bonnier, Master klinische psychologie, PhD researcher Center for Contextual Psychiatry, Hulshout

We onderzoeken de werkzaamheid van een op ACT (acceptance & commitment therapy) gebaseerde EMI (ecological momentary intervention). We onderzoeken of deze even goed werkt voor iedereen die het gebruikt, of er bepaalde subpopulaties bestaan waarvoor deze intervetie minder goed werkt of mogelijks nadelig. We zijn dan vooral geïnteresseerd in geslacht, opleidingsniveau, blootstelling aan traumatische events en persoonlijkheidstrekken.

P12 | Parantee-Psylos wordt G-sport Vlaanderen     Poster
Thomas Botterman, Master, Stafmedewerker sportaanbod sporters met een psychische kwetsbaarheid, Parantee-Psylos vzw, Gent

G-sportfederatie Parantee-Psylos vzw fusioneert in maart 2022 met G-Sport Vlaanderen vzw. Deze nieuwe sportorganisatie zal verder gaan onder de noemer G-Sport Vlaanderen. De ‘G’ staat meer dan ooit voor Gezond sporten, Gelijkwaardig sporten, Gezwind sporten, Gezellig sporten, … Deze nieuwe organisatie richt zich naar volgende doelgroepen: sporters met een fysieke, verstandelijke, visuele of auditieve beperking, sporters met autisme spectrum stoornis, sporters met een psychische kwetsbaarheid en sporters met een chronische ziekte. Aan de hand van deze posterpresentatie willen we voor de bezoekers van het congres duidelijkheid brengen in het veranderende sportlandschap en bijzondere aandacht besteden aan de rol die G-Sport Vlaanderen opneemt inzake sporters met een psychische kwetsbaarheid.

P13 | Zorgcentra na seksueel geweld. Wie? Wat? Wanneer?  Poster
Veerle Weyne, Hoger universitair onderwijs, Forensisch verpleegkundige ZSG, psychologen ZSG Zorgcentra na seksueel geweld ( ZSG Gent – CVPS Brussel), Gent

Vanuit de verschillende Zorgcentra na Seksueel geweld (ZSG) willen we graag onze werking aan een groter publiek voorstellen. De ZSG’s zijn een nationaal project gecoördineerd door het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (IGVM). Het eerste ZSG opende in 2017 zijn deuren en de bedoeling is dat in eind 2023 elke provincie over een ZSG beschikt. Als hulpverleners willen we slachtoffers na seksueel geweld en hun naasten ondersteunen op zowel juridisch, medisch als psychologisch vlak binnen een holistisch zorgkader geënt op maatwerk. De zorg vindt plaats binnen het zogenaamde One-stop model. Een slachtoffer kan er terecht om eventuele letsels te laten verzorgen, bewijsmateriaal te verzamelen, psychologische begeleiding te krijgen voor zowel het slachtoffer en zijn naaste(n) en er kan vrijblijvend klacht worden ingediend. Het zorgcentrum in voornamelijk gericht op acuut seksueel geweld, Slachtoffers kunnen er 24/24 terecht voor seksueel geweld van maximum 7 dagen geleden. Wanneer het seksueel geweld langer geleden is het Zorgcentrum is en 7 dagen op 7 bereikbaar tussen 7u en 22u.  Er werd een uitgebreide haalbaarheidsstudie uitgevoerd door het  International Centre for Reproductive Health (ICRH) van de UGent voor de implementatie en het best practice model van het ZSG. Daarnaast  draagt het zorgcentrum bij aan wetenschappelijk onderzoek over seksueel geweld, er zijn er al enkele gepubliceerde onderzoeken naar bijvoorbeeld incidentie, toegankelijkheid en de karakteristieken slachtoffers  die zich aanmelden in de Belgische zorgcentra. Er zijn nog meerdere onderzoeken lopende.

P14 | Zorgmijding ombuigen in functie van herstel – Poster
Ellen Berghmans, Klinisch Psycholoog, Zorgmanager Mobiele Teams, Activering en Polikliniek, Zorggroep Multiversum en KU Leuven, Mortsel

Één op drie personen met een ernstige psychiatrische aandoening, en vooral diegene met een hoge mate van psychopathologie, vinden moeilijk hun weg naar geestelijke gezondheidszorg of onttrekken zich uit zorg (O’Brien et al., 2009). Door de verdere deinstitutionalisering van ggz en de shift naar gemeenschapsgerichte zorg, is het van ultiem belang om deze groep niet uit het oog te verliezen (Mulder et al., 2014). Om tegemoet te komen aan deze unmed need, startten in 2018 zes Vlaamse aanklampende teams met als doel deze personen (terug) te betrekken in zorg. De doelgroep zijn personen die zorg mijden en zich in een precaire situatie bevinden. Via concept mapping werd met de aanklampende teams in kaart gebracht wat de helpende en belemmerende factoren zijn om zorgmijding om te buigen naar herstel ondersteunende zorg. De resultaten van deze bevraging worden gepresenteerd en concreet gemaakt aan de hand van duidelijke handvaten voor hulpverleners binnen outreach.

P15 | Werken met familie in de praktijk: 6 pijlers
Greet Pauwels, MSc, vrijwilligerscoach, Similes vzw, Heverlee

Een psychische kwetsbaarheid raakt meer dan één persoon. Ook familie ervaart een impact en draagt de kleine en grote gevolgen. Wanneer de balans tussen draaglast en draagkracht daarbij negatief overhelt, wordt het herstelproces van familie en patiënt belemmerd. Similes versterkt familie via lotgenotencontact, informatie, vorming en ontspanning. Daarnaast ijvert Similes voor een familiebetrokken GGZ. De mate waarin, en de manier waarop familie betrokken wordt in de zorg, maakt namelijk dat familie zich in hun evenwicht geholpen of gehinderd voelt. Verschillende GGZ organisaties, zich bewust van het belang van een goede familiewerking, deden reeds beroep op Similes om samen een familiebeleid vorm te geven of tot een hoger niveau te tillen. In deze adviestrajecten worden specifieke methodieken ingezet om zowel het perspectief van de medewerkers als van familie op de familiewerking van de organisatie te vatten. Van daaruit wordt het groeipad duidelijk. Steeds staan de 6 pijlers van werken met familie centraal: werken met familie is familie zien, familie vriendelijk bejegenen, familie informeren, familie ondersteunen, familie betrekken in het zorgtraject en familie betrekken in de organisatie van de zorg.
In samenwerking met het Familieplatform verzamelt Similes op de website familie-praktijk.be good practices binnen deze 6 pijlers om zorgprofessionals een leidraad te bieden in hun familiewerking.

P18 | Online keuzehulp bij ongeplande zwangerschap  –  poster
Laura Jacobs, master klinische psychologie (optie volwassenen), stafmedewerker – klinisch psycholoog – psychotherapeut, Fara vzw, Heverlee

Fara vzw (www.fara.be) is een professionele organisatie die al meer dan 30 jaar zwangerschapskeuzes bespreekbaar maakt. Fara informeert, begeleidt en ondersteunt bij moeilijke zwangerschapskeuzes (vb. ongeplande (tiener)zwangerschap, prenatale testen en diagnose, abortus,…). Naast een uitgebreid hulpaanbod voor vrouwen, koppels en hun omgeving bieden wij ook vorming en ondersteuning aan (toekomstige) professionals die met onze doelgroep geconfronteerd worden. Maatschappelijke sensibilisering rond de Fara thema’s vormt de derde grote pijler van onze werking. 1 op 4 zwangerschappen is in oorsprong ongepland en leidt potentieel tot een moeilijk beslissingsproces. Ongeplande zwangerschap en abortus blijven vandaag thema’s die beladen zijn met schaamte en taboe, waardoor de stap naar de juiste ondersteuning bemoeilijkt wordt. Fara lanceert daartoe in januari 2022 een ‘online keuzehulp bij ongeplande zwangerschap’. In een beveiligde omgeving worden vrouwen en mannen gratis, anoniem en op eigen tempo ondersteund in het maken van een weloverwogen zwangerschapskeuze. De keuzehulp biedt betrouwbare informatie over de opties, verdiepende opdrachten en helpt wegwijs in hulpverleningslandschap. De keuzehulp zet ook in op de zelfhelende kracht van mensen. Een zwangerschap al dan niet verderzetten is een existentiële beslissing. Dit proces op een goede manier doorlopen kan kracht en vertrouwen geven voor de toekomst en de kans op eventuele verwerkingsproblemen achteraf verkleinen.
Ongetwijfeld kom je als hulpverlener wel eens in contact met cliënten die met een ongeplande zwangerschap geconfronteerd worden. Mogelijks volgt er een intens keuzeproces. We nemen jullie mee in de keuzehulp en illustreren hoe je hoe je hem kan inzetten als houvast in je begeleiding.

P19 | TEJO en de nieuwe HOU VAST Beweging met projecten, gericht op brede preventie bij jongeren.
Ingrid De Jonghe, Juriste-psychologe-grdragstherapeute, Oprichtster TEJO ‘Therapeuten voor jongeren’, TEJO, Antwerpen

TEJO ‘Therapeuten voor jongeren’ bestaat 12 jaar en is op 19 locaties in Vlaanderen aanwezig. Van bij aanvang wilden we graag inzetten op ‘preventie’ om escalatie van problemen te voorkomen én om de wachttijden te doen afnemen. Door laagdrempelige, kortdurende therapeutische hulpverlening aan te bieden voor jongeren tussen 10 en 20 jaar , anoniem en gratis met een gemotiveerde groep deskundige vrijwilligers hebben we ondertussen bijna 7000 jongeren begeleid. Drie jaar geleden onderschreven we met TEJO Vlaanderen een Charter met onze drie doelstellingen, de hulpverleningsfunctie, de pioniers-labo functie en de signaalfunctie naar de samenleving toe. Sinds een aantal jaren stellen we vast dat jongeren met meer ernstige en complexe problematieken bij TEJO aankomen. Het aantal jongeren dat zich niet goed voelt neemt reeds jaren toe alsook de wachttijden op hulpverlening. Met onze HOU-VAST Beweging willen we vernieuwend inzetten op meer preventie, op het voorkomen van psychische problemen bij jongeren. De reizende Belevingsexpo ‘We(l)zijn jong’ (Info en beleving) rond de thema’s rechtspositie-welzijn-hulpverlening, die door Vlaanderen reist is een voorbeeld van hoe we meer naar jongeren kunnen luisteren. Hoe we meer een Houvast en veilige plekken kunnen aanbieden, waar jongeren vrij en geëngageerd samen kunnen komen. We nodigen iedereen graag uit om mee te denken en te handelen voor een meer positieve en ondersteunende attitude naar onze jongeren toe die ALLEN het recht hebben op een onbezorgde jeugd en een gezonde ontwikkeling naar jong volwassene toe.

Referentie:
De Jonghe, I (2019) Verlies ze niet! Een pleidooi om anders om te gaan met jongeren, Pelckmans Pro: Kalmthout

P20 | Caycediaanse Sofrologie
Frank Delvaux
, Huisarts- Sofroloog-Slaapcoach, Slaapcoach en sofroloog, VCS vzw, Vereninging voor Caycediaanse Sofrologen, Herent

Caycediaanse Sofrologie of Dynamische Relaxatie bewezen effectief bij insomnia, angst en depressie. Deze dynamische relaxatiemethode die op een unieke wijze relaxatie, zachte bewegingen, visualisatie en meditatie combineert heeft bewezen effectief te zijn voor het verminderen van slapeloosheidssymptomen bij eerstelijnspatiënten met matige slapeloosheid en bij het verminderen van angst- en depressiesymptomen bij patiënten in de eerste lijn met matige en hoge angstniveaus. Bijna 60 jaar geleden legde een Spaanse neuropsychiater, Alfonso Caycedo, de eerste grondslagen voor de sofrologie. Op basis van zijn medische ervaring met hypnose en zijn reizen naar Azië, waar hij yoga, boeddhisme en zen meditatie ontdekte, ontwikkelde de arts een reeks zeer complementaire technieken die de harmonie tussen lichaam en geest moeten verbeteren. Hij was overtuigd van de eenheid van lichaam en geest en dat ontspanning van de spieren leidt tot geestelijke ontspanning. Caycediaanse Sofrologie integreert in haar methode relaxatie, ademhaling, rustige bewegingen, visualisatie en meditatie op een uniek wijze. De technieken worden met de stem van de sofroloog begeleid, maar zijn ook gemakkelijk toe te passen in en aan te passen aan het dagelijks leven.

Referentie:
Koen van Rangelrooij MD, 2019, Effectiveness of a 4-week sophrology program for primary care patients with moderate to high anxiety levels: a randomised controlled trial, Actas Esp Psiquiatr 2020;48(5):201-08.
Natalia Caycedo MD, 2020, Effectiveness of a five-week structured group training program “Sleep better & sophrology” on insomnia symptoms in primary care patients with chronic insomnia, Hegel Vol. 10 N° 3 – 202.

P21 | Wanneer ongehoorzaamheid leidt tot veiligheid – Suïcidepreventie in de praktijk   –   poster
Souad Abihi, Master in de verpleeg- en vroedkunde/ziekenhuismanagemen, Verpleegkundig specialist psychiatrie, Algemeen ziekenhuis Groeninge, Kortrijk

Bijkomende spreker(s):
Koen Titeca, psychiater, Medisch diensthoofd psychiatrie, Algemeen ziekenhuis Groeninge, Kortrijk

In 2015, voor er sprake was van inspectie en kwaliteitsmetingen suïcidepreventie, wordt in het az Groeninge Kortrijk (azG) gestart met een systematische suïcidescreening bij elke opgenomen patiënt op alle afdelingen psychiatrie. Deze suïcidescreening resulteert in twee aandacht codes. In 2017 adviseert het Vlaamse expertisecentrum voor suïcidepreventie (VLESP) om niet te werken met coderingen omdat dit enerzijds patiënten kan reduceren tot een code en anderzijds in de plaats kan komen van het psychiatrisch assessment. Uit kwaliteitsonderzoek in het azG blijkt dat het werken met systematische coderingen wel is aangewezen. Het garandeert: risico-inschatting van opname tot ontslag, een zorg die niet afhankelijk is van de hulpverlener die al dan niet het suïciderisico ter sprake brengt en de codering volgt steeds de patiënt waardoor deze essentiële informatie niet verloren gaat. De codering in het azG gebeurt op basis van een anamnese en een klinisch psychiatrisch onderzoek. Dit resulteert enerzijds in een codering voor het huidig suïcideniveau (SNIV) en anderzijds een codering van de suïcidepoging(-en) in de voorgeschiedenis (TS). De codering TS wordt meegenomen in de risicotaxatie gezien een suïcidepoging in de voorgeschiedenis een belangrijke voorspeller is van suïcidaal gedrag. Met deze presentatie gaan we in op het werken met coderingen in de prakrijk en de opportuniteiten die dit biedt in het algemeen ziekenhuis en in de netwerken. We focussen ons hierbij ook op de resultaten van de interne kwaliteitsmetingen.

Referentie:
Bolton, J.M., Gunnell, D., & Turecki, G. (2015). Suicide risk assessment and intervention in people with mental illness. BMJ, 351, h4978. doi:10.1136/bmj.h4978.
Douglas, J., Cooper, J., Amos, T., Webb, R., Guthrie, E., & Appleby, L. (2004). “Nearfatal” deliberate self-harm: characteristics, prevention and implications for the prevention of suicide. Journal of Affective Disorders, 79(1-3), 263-268.
+ VLESP richtlijn: https://sp-reflex.zelfmoord1813.be/pdf/richtlijn.pdf

P22 | Wanneer twijfelen zorgt voor comfort(room)   –  poster
Souad Abihi, master verpleeg-en vroedkunde/ziekenhuismanagement, verpleegkundig specialist psychiatrie, Algemeen ziekenhuis, Groeninge, Kortrijk

Bijkomende spreker(s):
Kristof Lanssens, Bachelor in de verpleegkunde psychiatrie, hoofdverpleegkundige eenheid voor psychiatrische spoedinterventie
Algemeen ziekenhuis Groeninge, Kortrijk

Koen Titeca, psychiater, medisch diensthoofd psychiatrie, Algemeen ziekenhuis Groeninge, Kortrijk

De multidisciplinaire richtlijn (MDR) voor de preventie en toepassing van afzondering en fixatie in de Vlaamse residentiële geestelijke gezondheidszorg gaat uitgebreid in op de preventie van afzondering en fixatie. Bij de opbouw en de inrichtingen van de afdelingen adviseert men in de MDR het gebruik van comfortrooms als alternatief voor afzondering en fixatie. Een comfortroom wordt in de MDR omschreven als een ruimte voor spanningsreductie die de patiënt op vrijwillige basis gebruikt en waar de deur nooit op slot mag. Uit literatuuronderzoek blijkt dat een comfortroom niet per definitie mag gezien worden als een alternatief voor afzonderingsruimte, time-out of een straf- of beloningsmiddel maar als een losstaand middel met als doel om op een zelfregulerende wijze te leren omgaan met crisissituaties. Daarnaast zijn de adviezen over de inrichting en het gebruik niet onvoorwaardelijk waardoor een aantal vragen onbeantwoord blijven. Vanuit deze twijfel werd op de dienst psychiatrie van het az Groeninge beslist om te starten met een bevraging van alle medewerkers psychiatrie waarbij de kennis, attitudes en verwachtingen werden nagegaan. De resultaten uit de literatuur en deze bevraging vormen de basis voor de inrichting en de uitwerking van een richtlijn. Met deze presentatie vatten we de relevante bevindingen uit de literatuur samen, presenteren we de bevraging en stellen we de stapsgewijze werking tot een gedragen implementatie van een comfortroom voor.

Referentie:
(1) Bjorkdahl, A., Perseius, K. I., Samuelsson, M. & Hedlund Lindberg, M. (2016). Sensory rooms in psychiatric inpatient care: Staff experiences. International Journal of Mental Health Nursing, 25, 472–479.
(2) Hedlund Lindberg, M., Perseius, K. I., Samuelsson, M. & Bjorkdahl, A. (2019). The experiences of patients in using sensory rooms in psychiatric inpatient care. International Journal of Mental Health Nursing, 28, 930–939.