Symposia 10 september 2024

dinsdag 10 september 2024, 11u30 – 13u00
S01 I Negatieve symptomen van psychose: wat zijn ze en hoe pakken we ze aan?
Voorzitter:
Inez Myin-Germeys, Doctor, Hoogleraar, KU Leuven, Leuven

S01.0 | Inleiding
Spreker(s): Inez Myin-Germeys, Doctor, Hoogleraar, KU Leuven, Leuven

Negatieve symptomen van psychose komen vaak voor en het zijn de symptomen waar mensen het meeste last van hebben. Toch worden ze veel minder onderzocht dan positieve symptomen, en er zijn weinig effectieve behandelingen. Dit symposium richt de aandacht op de negatieve symptomen. Enerzijds stellen we de resultaten van de INTERACT-studie voor, een internationale multi-center trial waarin we een innovatieve interventie, Acceptatie en Commitment therapie in het Dagelijkse Leven (ACT-DL) getest hebben bij mensen met een vroege psychose. ACT-DL is een gecombineerde interventie waarbij 8 sessie met een therapeut worden afgewisseld met het oefenen in het dagelijks leven door middel van een app en blijkt een veelbelovende behandeling voor negatieve symptomen. Daarnaast geven wij ook het woord aan mensen die zelf een psychose hebben meegemaakt.

De eerste lezing stelt de resultaten van de INTERACT klinische trial voor, waarbij we de effectiviteit van ACT-DL vergelijken met de standaardbehandeling, voor de behandeling van psychotische distress, maar ook van negatieve symptomen en functioneren. In de tweede lezing zoemen we hier wat dieper op in, en zullen we onderzoeken of ACT-DL even effectief is voor iedereen. In de derde lezing nemen we een nog meer gepersonalizeerde aanpak, en onderzoeken we van moment-tot-moment hoe het behandelproces verloopt bij 2 mensen met een hoge versus 2 mensen met een lage anhedonie – een belangrijk negatief symptoom. En ten slotte rapporteren we ons kwalitatief onderzoek naar sociale processen bij de ontwikkeling van psychose.

S01.1 I De effectiviteit van Acceptance en Commitment Therapie in het Dagelijks Leven (ACT-DL) bij vroege psychose: de resultaten van de INTERACT studie
Spreker(s): Inez Myin-Germeys, Doctor, Hoogleraar, KU Leuven, Leuven

Inleiding: De INTERACT studie had tot doel de werkzaamheid te onderzoeken van Acceptance and Commitment Therapy in Daily Life (ACT-DL), een combinatie van face-to-face therapie met een Ecological Momentary Intervention (EMI), voor het reduceren van psychotische distress.

Methode: Personen in de leeftijd van 15-65 jaar met een klinisch vastgesteld Ultrahoog Risico (UHR) of Eerste Episode van Psychose (FEP) werden willekeurig toegewezen aan trearment as usual (TAU) of de ACT-DL conditie. ACT-DL bestond uit 8 ACT-sessies aangevuld met een EMI-app. De primaire uitkomst was psychotische distress gemeten met de CAARMS na de interventie en bij 6 en 12 maanden follow-up. Secundaire uitkomsten waren functioneren, ernst van de symptomen en momentane psychotische distress.

Resultaten: 148 patiënten werden gerandomiseerd naar ACT-DL (n=71) of TAU (n=77). 115 (78%) leverden primaire uitkomstgegevens bij ten minste één follow-up beoordeling. Er was geen bewijs voor een grotere afname in de primaire uitkomstmaat CAARMS distress bij ACT-DL vergeleken met TAU (χ2(3)=2,36; p=0,50). Echter, van de geteste secundaire uitkomsten verbeterden globaal functioneren (χ2(3)=9,05; p=0,033), en negatieve symptomen (χ2(3)=19,91; p<,001) in ACT-DL vergeleken met TAU, evenals momentane psychotische distress (χ2(3)=21,56; p<0,001).

Conclusie: Hoewel INTERACT geen significante verbetering aantoonde in de primaire uitkomstmaat van psychotische distress, vonden wij dat ACT-DL kan bijdragen aan een verbetering van negatieve symptomen en functioneren, twee van de moeilijkst te behandelen symptomen bij mensen met psychose.

S01.2 I Voorspellen van klinische uitkomsten in een blended care interventie voor vroege psychose: Acceptatie- en commitment-therapie in het dagelijks leven (ACT-DL)
Spreker(s): Rafaël Bonnier, Master, PhDk  student, KU Leuven, Leuven

Inleiding: Acceptance and Commitment Therapy in Daily Life (ACT-DL) heeft als doel mensen te helpen in de vroege fases van psychose door ACT-strategieën in hun dagelijkse leven te integreren met behulp van een mobiele applicatie. Dit onderzoek onderzocht of deze interventie voor iedereen op dezelfde manier werkt.

Methode: We onderzochten of demografische gegevens (leeftijd, geslacht & opleidingsniveau), persoonlijkheidskenmerken (extraversie en neuroticisme) en jeugdtrauma van invloed waren op hoe ACT-DL werkte. We includeerden 71 mensen uit de INTERACT studie die ACT-DL gebruikten en onderzochten hoe deze variabelen de effecten van de interventie op klinische uitkomsten zoals psychotische distress, negatieve symptomen, globaal functioneren en psychologische-flexibiliteit beïnvloedde.

Resultaten: We vonden dat een hogere opleiding leidde tot meer verbetering in globaal functioneren in vergelijking met een lagere opleiding. Hogere extraversie toonde minder verbetering in negatieve symptomen en meer verbetering in globaal functioneren vergeleken met lagere extraversie. Hoger neuroticisme toonde meer verbetering in negatieve symptomen, en meer psychologische-flexibiliteit.

Conclusie: De conclusie van dit onderzoek is dat ACT-DL mensen met een vroege psychose helpt, maar dat het voor iedereen anders werkt en dat bepaalde eigenschappen kunnen voorspellen wie meer baat heeft bij het gebruik van ACT-DL. Deze resultaten onderstrepen het belang van interindividuele variabelen voor de therapie-uitkomsten, en tonen dat er meer onderzoek nodig is om echte gepersonaliseerde behandelingen te kunnen bieden in de geestelijke gezondheidszorg

S01.3 I De invloed van anhedonie op therapeutische verandering in de INTERACT studie: Een idiografische benadering
Spreker(s): Joann Beames, Doctor, Post doctoraal onderzoeker KU Leuven, Leuven

Anhedonie, het onvermogen om plezier te anticiperen en te ervaren, is een opvallend transdiagnostisch kenmerk bij psychiatrische stoornissen, waaronder psychose. Het gebrek aan plezierige emotionele ervaringen wordt geassocieerd met afwijkingen in beloningsprocessen. Acceptatie- en commitmenttherapie (ACT) is een veelbelovende aanpak voor het verlichten van anhedonie, omdat het zich richt op deze afwijkingen in de beloningsgerelateerde ervaringen (bijv. Leven volgens je waarden). ACT in het dagelijks leven (ACT-DL) combineert 8 therapiesessies met een therapeut met een Ecological Momentary Intervention via een app. Hoewel we uit de INTERACT studie weten dat ACT-DL op groepsniveau negatieve symptomen (zoals anhedonie) verlicht en dat bepaalde groepen van mensen (bv hoogopgeleiden) meer baat hebben bij ACT-DL, hebben we nog niet in detail onderzocht hoe de therapeutische effecten van ACT-DL eruitzien voor specifieke individuen. Mijn onderzoek richt zich op dit hiaat in de literatuur door veranderingen van moment-tot-moment te onderzoeken voor individuen (N=4) met verschillende niveaus van anhedonie. Voorlopige data-analyses wijzen op individuele veranderingen in de dynamiek van positief en negatief affect, stressgevoeligheid, beloningsgevoeligheid en vooruitkijken naar de toekomst van baseline tot post en van post tot 6 maanden follow-up. Verder verschillen de patronen van therapeutische respons tussen individuen met hoge versus lage anhedonie. Bevindingen uit dit idiografische onderzoek dragen bij aan recente ontwikkelingen in de precisiegeneeskunde en bieden nieuwe perspectieven over de effectiviteit van ACT-DL voor mensen met en zonder anhedonie.

S01.4 I Sociale disconnectie in psychose: een kwalitatief perspectief
Spreker(s): Akcaoglu Zeynep, Master, PhD student, KU Leuven, Leuven

Inleiding: Onderzoek wijst in stijgende mate op het belang van sociale connectie, of een tekort daaraan, voor psychose ontwikkeling. Problemen met sociale connectie vormen een belangrijk element bij negatieve symptomen. Het perspectief van mensen met een psychose zelf wordt echter vaak niet bevraagd. Bovendien bestaat er tot heden geen overkoepelend narratief over de rol van sociale processen doorheen verschillende fasen van psychose. De huidige studie tracht aldus te exploreren hoe mensen met een psychotische stoornis veranderingen in hun sociaal leven ervaren doorheen de ontwikkeling van hun diagnose.

Methode: We voerden twee focusgroepen uit met individuen gediagnosticeerd met een psychotische stoornis (N=8). De data werd geanalyseerd a.d.h.v. Interpretatieve Fenomenologische Analyse.

Resultaten: Participanten zagen sociale processen als inherent gerelateerd aan de ontwikkeling van psychotische symptomen. Sociale risicofactoren overlapten grotendeels met bevindingen uit kwantitatieve studies. Sociale contacten vielen vaak uiteen tijdens de ontwikkeling van klachten omwille van toenemende sociale disfunctie en stigma rond symptomen. Toch werden relaties als gunstig gezien voor stabilisatie; ze bevorderden identiteitsontwikkeling, acceptatie van en aanpassing aan de stoornis en vergrootten levenstevredenheid. Participanten beschreven ook het potentieel van interpersoonlijke banden om te gronden of verankeren wanneer de realiteit verwrongen of overweldigend lijkt.

Conclusie: Sociale connectie lijkt cruciaal doorheen alle fases van psychoseontwikkeling, zowel in termen van etiologie als stabilisatie.

 

dinsdag 10 september 2024, 11u30 – 13u00
S02 I Populatiestudies 2.0: een nieuwe generatie populatiestudies
Voorzitter: Ronny Bruffaerts, Klinisch psycholoog, ZAP, KUL, Maatschappelijke Geestelijke Gezondheidszorg, Leuven

In dit symposium gaan we in op nieuwe ontwikkelingen in populatiestudies, waarbij voorbij het descriptieve gekeken wordt.

S02.0 Inleiding
Spreker(s): Ronny Bruffaerts, Klinisch psycholoog, ZAP, KUL, Maatschappelijke Geestelijke Gezondheidszorg, Leuven

De voorbije 20 jaar hadden populatiestudies in hoofdzaak een descriptief karakter. De nieuwe generatie populatiestudies gaat verder dan descriptieve doelen, en zet in op monitoring van geestelijke gezondheid. Vanuit monitoring openen zich nieuwe deuren die maatschappelijk relevant zijn en het beleid kunnen informeren, zoals: kunnen we suïcidaliteit voorspellen?; kunnen we de afstemming tussen zorgnood en zorggebruik verbeteren?; kunnen we de zorgnood inschatten op netwerkniveau?  In dit symposium gaan we in op diverse populatiestudies die net dat stapje verder gaan, met longitudinale designs: de Leuven College Surveys (LCS) monitort de geestelijke gezondheid van studenten; de National study on the Epidemiology of mental health Disorders (NEeDs) bestrijkt de algemene Belgische populatie, en EPCAP (Evaluation of Primary Care Psychology in Belgium) zoomt in op de groep patiënten die gebruik maakt van eerstelijnspsychologische zorg.

S02.1 | Mortaliteit bij suïcidale patiënten op de spoeddienst van het UZ Leuven Gasthuisberg van 2001-2023
Spreker(s): Laura Van Eldere, Master in de verpleeg- en vroedkunde, doctorandus, KUL, Maatschappelijke Geestelijke Gezondheidszorg, Leuven

Onderzoek toont aan dat er een aanzienlijke oversterfte is bij mensen met een psychische aandoening voor bijna alle psychische stoornissen (Lawrence, Kisely, & Pais, 2010). Suïcide is de meest bestudeerde reden van overlijden in de geestelijke gezondheidszorg, hoewel niet iedereen met suïcidale gedachten en gedragingen overlijdt door suïcide (O’Connor & Nock, 2014). Omwille hiervan onderzochten we de redenen van overlijden bij psychiatrische patiënten die zich de voorbije 22 jaar aanmeldden met suïcidale gedachten en/ of gedragingen op de spoedgevallendienst (N ~17,000). Aan de hand van een longitudinale dataset kunnen patiënten binnenin het suïcidale spectrum worden opgevolgd. Mogelijke veranderende demografische klinische variabelen en diverse aspecten van zorggebruik worden tijdens het leven en na overlijden in kaart gebracht.

S02.2 | Middelenmisbruik bij studenten: prevalentie, evolutie en risicofactoren
Spreker(s): Chelsea Verledens, Onderzoekspsycholoog, doctorandus, KUL, Maatschappelijke Geestelijke Gezondheidszorg, Leuven

Middelenmisbruik start vaak in de studententijd. Dit misbruik kan bij studenten leiden tot negatieve academische uitkomsten zoals het missen van lessen, minder slaagkansen, en drop-out, alsook tot gevolgen die ook in de bredere populatie voorkomen zoals Drug Use Disorder (DUD). Studenten vormen een unieke populatie met hun eigen uitdagingen (academische druk, kotleven…), en bevinden zich in de overschakeling van adolescentie naar volwassenheid (‘emerging adulthood’) gekenmerkt door exploratie, risico’s nemen, kwetsbaarheid voor mentale problemen en toegenomen middelenmisbruik (Auerbach et al., 2016). Deze situatie vraagt naar uitgebreid onderzoek van middelenmisbruik bij studenten. Bestaand onderzoek focust zich echter vaak op eerstejaarsstudenten, waardoor het leeftijdsbereik beperkt is. Middelenmisbruik ontstaat namelijk gemiddeld rond de leeftijd van 20 jaar. Ook gaat het vaak om cross-sectionele samples van meer dan een decennium geleden, terwijl de drugsmarkt snel evolueert. Dit vraagt om longitudinaal onderzoek bij een bredere waaier aan studenten.

In de huidige studie kaderend binnen de Leuven College Surveys volgen we studenten (N~22,000 sinds 2012) longitudinaal op door middel van een jaarlijkse e-survey, waarvoor momenteel longitudinale data beschikbaar is . We gaan hier in op de eerste resultaten omtrent voorkomen en risicofactoren van middelenmisbruik bij studenten.

S02.3 | Eetstoornissen in België: voorkomen en zorgnoden
Spreker(s): Rozemarijn Jeannin, Klinisch psycholoog, Post-doctoraal onderzoeker, KUL, Maatschappelijke Geestelijke Gezondheidszorg, Leuven

Eetstoornissen zijn complexe en ingrijpende psychische stoornissen, die een grote impact hebben op de patiënt en hun omgeving. Het is van cruciaal belang om eetstoornissen in een vroeg stadium aan te pakken, omdat ze kunnen uitgroeien tot ernstige comorbiditeit op lichamelijk gebied en kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van chronische psychische en lichamelijke problemen.

De corona-epidemie heeft een toename in verstoord eetgedrag met zich meegebracht. Nauwkeurige schattingen rond de prevalentie en het zorggebruik bij eetstoornissen dateren echter van 2 decennia geleden. De NEeDs studie bevroeg een gerandomiseerde steekproef van volwassenen uit het Belgische rijksregister  (N ~800) rond het voorkomen van eetstoornissen gedurende de levensloop en in het afgelopen jaar, en hun zorggebruik. Daarnaast maken we maken gebruik van de Vlaamse database binnen de leerstoel Public Mental Health Monitor. Binnen deze leerstoel worden Vlaamse data gecollecteerd, representatief voor de opbouw van de Vlaamse bevolking per netwerk GGZ (N=6400). Datacollectie vond plaats in het najaar van 2023.

De volgende outcomes rond eetstoornissen worden gemeten: (a) BMI, (b) eetbuien, (c) purgeergedrag (d) restrictie, fear of fat en overevaluatie van gewicht en lichaamsvormen en (e) een screeningsvragenlijst (NIAS) rond de Avoidant/Restrictive Food Intake Disorder (ARFID) bij een deel van de respondenten. Een tweede component in de vragenlijst gaat over behandelaspecten, gerapporteerd door de persoon met een eetprobleem (met componenten van de Zorgmodule uit de CIDI-3.0).

S02.4 | Zorgpaden binnen een GGZ-netwerk – een oefening van(uit) populatiemanagement
Spreker(s): Leontien Jansen, Klinisch psycholoog, Post-doctoraal onderzoeker, KUL, Maatschappelijke Geestelijke Gezondheidszorg, Leuven
Bijkomende Spreker(s): in co-presentatie met Dhr. Koen Demuynck (Netwerkcoördinator GGZ-netwerk Kwadraat)

Het nauwkeurig schatten van aanmeldingen en doorverwijzingen binnen de geestelijke gezondheidszorg is essentieel voor populatiemonitoring in de lopende hervormingen in België. Door middel van het DIZ² (Data-in-zicht (voor) Kwadraat) project werden, aan de hand van een sjabloon-gebaseerde benadering, in het najaar van 2022 het zorggebruik gemonitord binnen GGZ-netwerk Kwadraat door zowel aanmeldingen als diens verwijzingen, symptomen, sector van behandeling als ook tijd tussen aanmelding en start van behandeling te registreren. Door periodieke metingen konden gegevens over aanmeldingen en diens behandelkarakteristieken worden verzameld en geanalyseerd, met als doel veranderingen in de aangemelde populatie te volgen en een robuust monitoringinstrument te ontwikkelen. Resultaten tonen dat ongeveer 4% van de algemene bevolking beroep doet op ggz op jaarbasis.  Psychiatrische ziekenhuizen en spoeddiensten waren belangrijke toegangspoorten voor verschillende problematieken, waarbij 7 op de 10 patiënten binnen een maand na doorverwijzing met behandeling begonnen. Het monitoren van zorggebruik en veranderingen in de aangemelde populatie zijn cruciaal om gelijke toegang te waarborgen en uitkomsten in de geestelijke gezondheidszorg te verbeteren.

 

dinsdag 10 september 2024, 11u30 – 13u00
S03 I Hoe psycho-educatie integreren in de hedendaagse verslavingszorg?£
Voorzitter: Joke Claessens, Klinisch Psycholoog   VAD stafmedewerker, VAD, Brussel

S03.0 I Inleiding
Spreker(s):

S03.1 I Psycho-educatie op maat van cliënten en naastbetrokkenen werkt herstelbevorderend
Spreker(s): Pieter Impe, Gedragstherapeut, Psycholoog, Therapeutisch verantwoordelijke- Kasteelplus (Alcohol- en Medicatie Unit), Karus, Sint-Denijs-Westrem

Een belangrijk doel van psycho-educatie is cliënten maar ook hun naasten een genuanceerder en correcter beeld van (ontstaan van) verslaving te geven. Problemen bij middelenafhankelijkheid zijn  complex. De verschillende factoren die het ontstaan, de ontwikkeling en de gevolgen van de verslaving bepalen, situeren zich op het biologische, psychologische of sociale domein en zijn onderling sterk verweven (biopsychosociaal model). De laatste jaren wordt dit model aangevuld met het hersenziektemodel (duaal-procesmodel), dat ervan uit gaat dat middelenafhankelijkheid te maken heeft met verstoring van zowel de gecontroleerde/bewuste als van de automatische processen in de hersen. Goede informatie leidt tot meer begrip. Als hulpverlener is het zoeken naar een evenwicht tussen “ontschuldigen” en de cliënt te empoweren om tot een verandering te komen. Psycho-educatie gebeurt op maat van de cliënt en zijn naasten. Welke info heeft je cliënt juist nodig?  Wanneer psycho-educatie in groep gebeurd, moet je rekening houden met de individuele noden.

S03.2 I Wat is de rol van ervaringsdeskundigen?
Spreker(s):
Wim Govaerts, Ervaringsdeskundige Karus, Sint-Denijs-Westrem

Hoe ervaren cliënten en naastbetrokkenen het krijgen van info?  Welke rol  hebben ervaringsdeskundigen als het gaat over cliënten  te informeren. Moeten we bij het geven van informatie  streven naar een co-creatie tussen professionelen en ervaringsdeskundigen?

S03.3 I Wat betrekent het geven van psycho-educatie in een laagdrempig setting als een MSOC?
Spreker(s):
Fabienne Vandensteen, Psycholoog, Psycholoog project KDO (Kinderen en Druggebruikende Ouders), MSOC Gent, Gent

Het Medisch Sociaal Opvangcentrum (MSOC) biedt laagdrempelige en  ambulante hulp aan mensen die illegale drugs gebruiken.

De behandelingsprogramma’s focussen op medische en/of psychosociale begeleiding en/of advies. Het doel is de lichamelijke, psychische en sociale situatie van gebruikers en hun omgeving te verbeteren, en het druggebruik uiteindelijk te beperken of te stoppen. In een MSOC hecht men veel belang aan om dat in het tempo van de cliënten te doen, vanuit een motiverende aanpak. Het is de bedoeling hun kansen en mogelijkheden zoveel mogelijk te versterken.  Psycho-educatie binnen een MSOC ligt in de lijn van die visie.  De uitdagingen zijn vooral op maat van de clIënt en zijn omgeving  begrijpbare informatie geven.

S03.4 I Een voorstelling van  psycho-educatieve materialen bruikbaar in verslavingszorg en GGZ
Spreker(s):
Gilles Geeraerts, Psychiatrisch verpleegkundige – criminoloog, stafmedewerker VAD, VAD, Brussel

VAD ontwikkelde samen met hulpverleners werkzaam in de verslavingszorg de voorbije jaren psycheducatieve materialen om hulpverleners  te ondersteunen. Dit gaat van materialen die breed ingezet kunnen worden ( bv. MMM – model, Drugs in de hersenen,…)  tot materialen voor specifieke doelgroepen. We zoemen  oa. in op de brochure ” Waarom is een verslaving moeilijk te doorbreken?” voor cliënten met een verslaving alsook hun naastbetrokkenen. Het doel van het werkboekje is dat cliënten meer (in)zicht  krijgen hoe gewoontegedrag en verslaving tot stand komen. Het helpt hen ook om terugval te begrijpen en dat gedragsverandering niet zo eenvoudig is.

 

dinsdag 10 september 2024, 11u30 – 13u00
S04 I Nabije zorg: mobiele geestelijke gezondheidszorg aan (jong)volwassenen met een verstandelijke beperking
Voorzitter: Filip Morisse, Medewerker outreach, PC Dr. Guislain, Gent

S04.0 Inleiding en situering
Spreker(s): Filip Morisse, Medewerker outreach, idem, Gent

De mobiel-outreachende werking voor personen met een verstandelijke beperking is al een tijdje uit de kinderschoenen. In dit symposium wordt verslag uitgebracht van ‘blijvers’ (een benadering op basis van de emotionele ontwikkeling, de zgn. binnenkant van cliënten) en een atypisch vertalen van de klassieke diagnostische kaders van psychopathologie naar de doelgroep. Maar ook innovatieve en verbindende toepassingen tussen verschillende sectoren, zoals kwartiermaken en aanklampende ondersteuning van de zogenaamde niet gemotiveerde personen in de transitieleeftijd, worden gepresenteerd.

S04.1 | Psychopathologie bij (jong)volwassenen met een verstandelijke beperking: hoe kijken we naar deze atypische symptomatologie?
Spreker(s): Leen De Neve, Coördinator outreach, idem, Gent

Alle psychiatrische aandoeningen komen ook voor bij personen met een verstandelijke beperking. Samen met gedragsproblemen komen deze ‘geestelijke gezondheidsproblemen’ voor bij 1 op 2 à 3 van deze populatie. De uiting van deze problemen is echter zeer atypisch en zelden te vergelijken met de symptomatologie van de ‘gewone’ populatie.  Zo uiten depressies zich bv. eerder in externaliserend gedrag als agressie en zelfverwonding. Dit vraagt een geoefend oog van de clinicus en vooral het ‘lezen’ van gedrag.

S04.2 | Van een psychiatrische diagnose naar een dynamische hypothese over het emotioneel ontwikkelingsniveau
Spreker(s): Suzan Laureys, Medewerker outreach, Gent
Katrien Van Lierde, Medewerker outreach, Gent

Het begeleiden van cliënten met een verstandelijke beperking en bijkomende psychiatrische problemen vormt een uitdaging voor teams. Deze cliënten vertonen dikwijls gedrag dat als ‘lastig’ wordt beschouwd, zoals bijvoorbeeld agressie, zelfverwonding, spanning, stress, aanklampend gedrag, dwanghandelingen en splitting. Dit gedrag roept vaak gevoelens van machteloosheid, verwarring, boosheid en teleurstelling op bij medewerkers. In dit symposium onderzoeken we de functie en boodschap achter dit gedrag, evenals de onderliggende gevoelens bij de cliënt. We benaderen het gedrag vanuit een ontwikkelingsdynamische invalshoek, gebaseerd op het model van A. Došen. Aan de hand van concrete casussen bekijken we de ondersteuningsbehoeften van de cliënt en bieden we voorbeelden van hoe we als ondersteunend team kunnen afstemmen op de behoeften van de cliënt.

S04.3 | Kwartiermakend hulpverlenen bij volwassenen met een beperking en interneringsstatuut: een intersectorale samenwerking tussen GGZ en de zorg aan personen met een beperking
Spreker(s): Stéphanie Du Bois, Kwartiermakend hulpverlener, Voluit vzw, Evergem

Binnen het project Kwartiermakend Hulpverlenen begeleiden we cliënten met een interneringsstatuut en een complexe problematiek (hechtingsproblemen, licht verstandelijke beperking en/of autisme). We begeleiden deze cliënten mobiel/ambulant vanuit hun thuissituatie en context binnen een langdurig proces, waarbij we de omgeving waar mogelijk betrekken en mee het pad effenen naar locaties, diensten en voorzieningen die aansluiten bij de behoeften van de cliënten. We zien dat deze mensen vaak overal uit de boot vallen, maar tegelijk nood hebben aan aanklampende zorg, zeker na een (lange) periode van detentie, of opname in high of medium-security. De overgang naar zelfstandig wonen is vaak heel groot en het vertrouwen in hulpverlening bij de cliënt vaak laag. We gaan dieper in op hefbomen en valkuilen en illustreren dit verhaal aan de hand van de lopende begeleidingen.

S04.4 | Geestelijke gezondheidszorg aan jongeren met een verstandelijke beperking in de transitieleeftijd: een intersectorale proeftuin van aanklampende zorg
Spreker(s): Steve De Vlieger, Proeftuinmedewerker, PC Dr. Guislain, Gent

De proeftuin Transitieleeftijd is een intersectoraal samengesteld team van medewerkers uit psychiatrische ziekenhuizen, forensische jongerenwerking, het JAC en het CGG. Vanuit die samenwerking en gevoed door de eigen expertise van de medewerkers proberen we jongvolwassenen met complexe geestelijke gezondheidsnoden, waarbij de bestaande hulpverlening geen antwoord kan of kon bieden en die zich daardoor zorgmijdend opstellen, opnieuw te bereiken. Door aanklampend aanwezig te zijn in de leefwereld van de jongere en in te zetten op het opbouwen van een vertrouwensrelatie proberen we op hun tempo terug de stap te zetten richting gepaste hulpverlening. Dit wordt toegelicht aan de hand van ervaringen uit de lopende casuïstiek.

 

dinsdag 10 september 2024, 11u30 – 13u00
S05 I Opgroeien in bijzondere omstandigheden: het belang van veerkrachtondersteuners
Voorzitter: Katleen Hoing, Beleidsmedewerker KOPP, Familieplatform, Berchem

S05.0 | Inleiding
Spreker(s): Katleen Hoing, Beleidsmedewerker KOPP, Familieplatform, Berchem

Vlaanderen telt jaarlijks 378000 Kinderen van ouders met psychische of afhankelijkheidsproblemen (KOPP en KOAP). Familieplatform maakt er een zaak van om hulpverleners te voorzien van informatie, tools en materialen om met deze doelgroep aan de slag te gaan, en dat alles op een wetenschappelijk onderbouwde manier. Daartoe werden in 2023 zowel het boek ‘KOPP op stelten’ gepubliceerd, als een systematische review over protectieve factoren bij KOPP. Verder werd een kwalitatief onderzoek uitgevoerd naar de noden van volwassen KOPP-kinderen en is er een Overhoop-project lopende waarin de kennis over KOPP handen en voeten krijgt in de dagelijkse praktijk van een eerstelijnszone. In deze bijdrage stellen we onderzoek, publicaties en concrete uitwerking in de praktijk graag aan u voor.

S05.1 | KOPP op stelten: hoe ondersteun je kinderen van ouders met psychische problemen
Spreker(s): Katleen Hoing, Beleidsmedewerker KOPP, Familieplatform, Berchem

Kinderen van ouders met psychische of afhankelijkheidsproblemen (KOPP- en KOAP-kinderen) vormen een vaak onzichtbare groep. Ook al is KOPP geen diagnose, toch zegt het iets over de moeilijke omstandigheden waarin deze kinderen soms opgroeien.

Familieplatform draagt op verschillende manieren kennis uit over dit thema. Onder andere via het boek KOPP op stelten dat in 2023 werd gepubliceerd. Het boek schenkt KOPP-kinderen de aandacht die ze verdienen en nodig hebben. Tegelijk belicht het de kwetsbare situatie van ouders, die soms hun laatste beetje energie in de strijd gooien om hun ouderrol te blijven opnemen terwijl ze te kampen hebben met psychische problemen. Het is een verhaal van ondersteuning, openheid, samen zoeken, warme waakzaamheid, hoop en vooral veerkracht. Een onmisbare gids voor hulpverleners en iedereen die met KOPP-kinderen en/of ouders aan de slag gaat. In deze bijdrage lichten we de verschillende thema’s van het boek toe en geven we hulpverleners ‘goesting’ én houvast om een steentje bij te dragen aan het welzijn en de veerkracht van deze kinderen.

S05.2 | Een systematische review naar veerkrachtondersteuners bij KOPP
Spreker(s): Elke Van Lierde, Dr., Beleidsmedewerker Wetenschap & Kwaliteit, Familieplatform, Berchem
Marieke Van Schoors, Dr., Beleidsmedewerker Zorgorganisaties & Wetenschap, Familieplatform, Berchem

Ongeveer 20% van alle kinderen groeit wereldwijd op met ten minste één psychisch kwetsbare ouder. Dit heeft een grote impact op het welbevinden en functioneren van deze kinderen: zij hebben een verhoogd risico op eigen (cognitieve, emotionele en/of gedragsmatige) moeilijkheden. Toch zien we dat een groep van kinderen, ondanks de uitdagingen waar zij mee geconfronteerd worden, het wél goed doen en veerkracht tonen. Om een antwoord te vinden op de vraag “Waarom ervaren sommige KOPP-kinderen minder moeilijkheden dan andere KOPP-kinderen?” doken we in de literatuur. Aan de hand van een systematische review brachten we deze protectieve factoren in kaart (Van Schoors et al., 2023 – Frontiers) . Evidentie werd gevonden voor volgende factoren: Informatie, Steun, Gezinsfunctioneren en verbondenheid, Coping en Ouderschap. In deze bijdrage geven we inzicht in de methodiek van de systematische review en bespreken we de resultaten. We maken tenslotte tijd om de resultaten te linken aan de klinische praktijk, en geven enkele aanbevelingen mee.

S05.3 | De noden van volwassenen met een KOPP-achtergrond belicht: een kwalitatief onderzoek

Spreker(s): Marieke Van Schoors, Dr., Beleidsmedewerker Zorgorganisaties & Wetenschap, Familieplatform, Berchem
Elke Van Lierde, Dr., Beleidsmedewerker Wetenschap & Kwaliteit, Familieplatform, Berchem

Niet alleen KOPP-kinderen, maar ook volwassenen met een KOPP-achtergrond ervaren een impact van de psychische kwetsbaarheid van hun ouder(s). Literatuur toont aan dat opgroeien met een psychisch kwetsbare ouder verband houdt met een verhoogd risico op psychopathologie in de volwassenheid, suïcidaliteit, verslaving en mortaliteit. Om volwassenen met een KOPP-achtergrond beter te (kunnen) ondersteunen, deed Familieplatform een onderzoek naar de noden die bij deze doelgroep aanwezig zijn in hun volwassen leven. Elf vrouwen (18-30 jaar) namen deel aan een interview, en vertelden over de impact die zij momenteel ervaren, alsook de ondersteuningsnoden die zij – in hun volwassenheid – voelen. Vier grote thema’s kwamen naar voor: de nood aan erkenning, de nood aan (blijvende) ondersteuning, de nood om het zelf anders aan te pakken en de nood aan een voorspelbare ouder-kind relatie. Tijdens deze bijdrage gaan we dieper in op de ondersteuningsnoden van volwassenen met een KOPP-achtergrond, en leggen we de link met de praktijk. We delen good practices en geven aanbevelingen om in het klinisch handelen (ook) aandacht te hebben voor volwassenen met een KOPP-achtergrond.

S05.4 | OverHoop Project: Ondersteunen van eerstelijnsprofessionals in het versterken van veerkracht bij kinderen en jongeren in bijzondere omstandigheden

Spreker(s): Leen Van Vlierberghe, Dr., Beleidsmedewerker Zorgorganisaties & Wetenschap, Familieplatform, Berchem
Katleen Hoing, Beleidsmedewerker KOPP, Familieplatform, Berchem

De kennis en expertise die we binnen Familieplatform over KOPP/KOAP ontwikkelen, zetten we momenteel volop in bij de uitvoering van het OverHoop project, dat eind december ’23 van start ging. OverHoop is een initiatief van de Koning Boudewijnstichting dat in opdracht van de Vlaamse Overheid via 11 pilootprojecten eerstelijnsactoren houvast wil bieden in het werken met kinderen en jongeren die stressvolle gebeurtenissen meemaken. Net omdat eerstelijnsprofessionals zo dicht bij gezinnen staan, zijn zij de zorgverleners bij uitstek om moeilijke omstandigheden te detecteren en kunnen zij met hun acties een betekenisvol verschil maken voor kinderen, jongeren en hun ouders. Het project, dat wordt uitgerold in Eerstelijnszone Dender, heeft dan ook tot doel om zorgprofessionals bij deze taak gericht te ondersteunen door het voorzien van concrete handvatten en vorming. Het versterken van de veerkracht van kinderen en jongeren staat daarbij centraal, en de Kind- en Familiereflex vormen de inhoudelijk richtinggevende kaders. Materiaal (bijvoorbeeld: Veerkrachthelpers) en opleiding die we in de context van KOPP/KOAP ontwikkelden, worden verruimd naar de bredere doelgroep van kinderen en jongeren die moeilijke gebeurtenissen meemaken. We werken in dit project nauw samen met het Vlaams Expertisecentrum Kindermishandeling, en ook het Agentschap Opgroeien en CGG Waas & Dender zijn belangrijke partners. In deze bijdrage schetsen we in detail de achtergrond van het project, lichten we ons actieplan toe en voorzien we een stand van zaken.

 

dinsdag 10 september 2024, 11u30 – 13u00
S06 I Gokken, wie wordt er rijk van ?
Voorzitter : Frieda Matthys, Psychiater, prof. em., VUB, Antwerpen

Gokken is explosief toegenomen de laatste tien jaar mede door het internet waardoor iedereen met zijn smartphone een “gokkantoor” op zak heeft. Het is een miljardenindustrie die veel investeert in lobbywerk om de regelgeving en zelfs het onderzoek te beïnvloeden. Gokken heeft ook een positief imago gekregen. Waar het vroeger, hetzij in een groezelige achterafsteeg gebeurde en geassocieerd was met criminaliteit hetzij in de casino’s als manier om te pronken met je rijkdom, is het nu een quasi normale, ontspannende, bezigheid geworden, geassocieerd met sport en dus “gezond”. In dit symposium bespreken we de verleidingstechnieken van de industrie evenals de preventieve en therapeutische mogelijkheden.

S06.0 | Inleiding
Spreker(s): Frieda Matthys, Psychiater, prof. em., VUB,

Zoals bij verslaving aan alcohol of drugs zien we dat het ontstaan van problemen afhangt van een samenspel van Mens-Middel-Milieu. Sommige mensen zijn meer kwetsbaar dan andere. Sommige gokproducten zijn meer verslavend dan andere. De industrie pretendeert bezorgd te zijn om de gokverslaafde, maar stuurt intussen bonussen en gratis kansen om hem weer aan het gokken te krijgen. Jonge mensen komen ermee in contact in de krantenwinkel. Sportliefhebbers worden aangemoedigd om tijdens een sportwedstrijd op de uitslag te gokken, want de beleving zou zo nog intenser worden.

S06.1 | Ontstaan en behandelen van gokproblemen
Spreker(s): Ronny Willemen, Maatschappelijk werker, Ambulant en online therapeut, Integra Limburg,

Hoe ontstaan gokproblemen?  Het is erg menselijk om je directe omgeving te observeren en te proberen om ze te controleren. In contact met een gokspel kan die leermodus echter voor problemen zorgen. Je kan niet leren uit je ervaring hoe je volgende inzet moet zijn.  De volksmond zegt wel dat ‘toeval niet bestaat’.  Behalve bij kansspelen dan, waar het toeval ongeveer alles bepaalt. De gokoperatoren suggereren intussen wel het tegendeel. Hier meer bewust zicht op krijgen zal een deel vormen van de behandeling.

S06.2 | Gokken en sport: een ongemakkelijke waarheid
Spreker(s): Bram Constandt, PhD Health Sciences, Prof. sportmanagement, UGent,

Deze bijdrage focust op de normalisering van gokken in de samenleving via sport. Zo wordt een breed, kritisch maatschappelijk perspectief op gokken gehanteerd dat verder gaat dan een loutere blik op individueel gokgedrag en verslaging. Door zich verregaand te linken met sport hebben gokbedrijven (met succes) getracht het positieve, gezonde en hippe imago van sport te transfereren naar hun risicovolle kansspelen. Die marketingstrategie heeft samen met kansspelderegulering en de opkomst van het internet mee gezorgd voor een exploderende gokmarkt en een dominante maatschappelijke visie op gokken die te weinig focust op de risico’s. Het doel van deze bijdrage is om op basis van recente wetenschappelijke inzichten meer duiding te geven bij de normalisering van gokken via sport. Hoe draagt sport (indirect) bij tot gokschade en wat kunnen sportorganisaties doen om gokken te denormaliseren?

S06.3 | Wat is effectieve preventie
Spreker(s): Frieda Matthys, psychiater, Prof. em. psychiatrie, VUB,

Tot 25 jaar geleden was gokken verboden. Omdat dit leidde tot illegaal gokken, wat helemaal niet te controleren was, heeft de overheid met de kansspelwet van 1999 geprobeerd om het gokken te ‘kanaliseren’. Onder invloed van de gokindustrie is gokken geframed als een gezond, spannend tijdverdrijf. Mensen met gokproblemen zijn hier zelf verantwoordelijk voor. De introductie van de term ‘verantwoord gokken’ versterkte dit idee.  Voor de gokoperatoren moet preventie zich enkel richten op de problematische gokkers. Aan het imago van gokken als een leuke bezigheid mag niet geraakt worden. Zo werd in de wetswijziging van 2010 het woord ‘gokker’ systematisch vervangen door ‘speler’. Onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek toont aan dat effectieve preventie bestaat uit structurele maatregelen die de beschikbaarheid, bereikbaarheid en confrontatie met gokproducten vermindert. Gokken is  geen probleem van individuen, maar een probleem voor de volksgezondheid.

 

dinsdag 10 september 2024, 14u00 – 15u30
S07 I Data Capabilities: Delen van informatie tussen zorgvoorzieningen door hergebruik van gezondheidsgegevens
Voorzitter: Kris Van Den Broeck, Prof., Titularis Fonds PMHA, Universiteit Antwerpen, Wilrijk

S07.0 Inleiding Data Capabilities
Spreker(s): Kris Van Den Broeck, Prof., Titularis Fonds PMHA, Universiteit Antwerpen, Wilrijk

Het doel van de ‘data capabilities’ projecten is de beschikbare data nuttig te maken voor beslissingen binnen de zorgcontext. We willen daarnaast ook aandacht vestigen op het hergebruik van data en aan het proces dat ruwe data zal omzetten in waardevolle informatie.

De ondersteunde projecten trachten procesmatig op een duurzame wijze gegevens te verzamelen, beheren en uit te wisselen tussen verschillende ziekenhuizen en/of zorgpartners. Zo kan er toekomstgericht ingezet worden op een netwerkgerichte zorgverlening.

Drie projecten binnen de geestelijke gezondheidszorg en kaderend in bovengenoemde oproep Data Capabilities stellen binnen dit symposium hun doelstelling en aanpak voor.

S07.1 | iPSYcare: Improved Psychiatric Care And Research
Spreker(s): Heléni De Backer, MSc, Projectcoördinator, UPC Duffel/Karel de Grote Hogeschool,
Klaas Martens, Drs, Projectcoördinator, UPC Duffel/Karel de Grote Hogeschool

De huidige ggz wordt gekenmerkt door zowel overmet need (tweede- en derdelijnsbehandelingen voor milde problemen) als undermet need (mensen die niet in zorg geraken of niet de juiste zorg krijgen, gegeven de ernst van hun problematiek); beide dragen bij aan inadequate zorg, lange wachttijden en een hoog gebruik van psychofarmaca. Om zorgvragers (liefst tijdig) op de juiste plek te krijgen en de continuïteit van zorg te garanderen, is het belangrijk om de nodige epidemiologische kennis te combineren met een nauwkeurige monitoring van de aangeboden zorg. iPSYcare zet in op dit laatste facet. Door te kijken wie welke zorg (niet) krijgt en welke weg mensen in de zorg afleggen, kunnen we de zorg optimaliseren / efficiënter maken. iPSYcare kan bijdragen aan het doordacht nemen van belangrijke beslissingen zoals bijvoorbeeld de reconversie van bedden.

iPSYcare is een project waarbij een databank zal ontwikkeld worden met patiëntengegevens vanuit 6 psychiatrische ziekenhuizen in de regio Antwerpen in samenwerking met de Universiteit Antwerpen. Op deze manier wilt de regio het aanbod en de kwaliteit van zorg optimaliseren. Dit kan nog versterkt worden door op termijn het project te verbreden naar de netwerkpartners en evt. ook welzijnsactoren, zodat ook de continuïteit van zorg verbetert.

Concrete doelstellingen van iPSYcare zijn:de geboden zorg te analyseren, patiëntenstromen in kaart te brengen en ​de ontwikkeling van een dynamisch dashboard dat relevante informatie biedt aan de zorgactoren over de geboden zorg en aldus als beleidsondersteunend instrument kan fungeren.​

S07.2 | Naar een Futureproof EPD voor efficiënte data-uitwisseling ter bevordering van de zorgkwaliteit
Spreker(s): Tom Broeckmans, Phd, Stafmedewerker patiënten- en bewonerszorg, vzw Organisatie Broeders Van Liefde/OBASI, Gent

In het kader van kwaliteit van zorg te ondersteunen, en rapportering, wil dit project gegevens binnen het Elektronisch Patiënten Dossier (EPD) van 11 voorzieningen binnen de vzw Broeders Van Liefde delen. Dit volgens de (inter)nationale FHIR-standaarden en met Snomed CT gecodeerde datasets.

Binnen dit project wordt er gefocused op data die bruikbaar en beschikbaar zijn voor primair gebruik, in het bijzonder voor beslissingen binnen de zorgcontext in en tussen de betrokken ziekenhuizen. ​In tweede orde kunnen deze gegevens worden gebruikt voor beleids- en/of onderzoeksdoeleinden in en over de betrokken ziekenhuizen heen.​

S07.3 | Benchmarking van zorgprocessen en -uitkomsten in GGZ
Spreker(s): Wouter Voorspoels, , Phd MSc, Data Scientist, UPC KU LeuvenUPC KU Leuven, Leuven
Eva Eggers, Phd MSc, Data Scientist, UPC KU LeuvenUPC KU Leuven, Leuven

Het ontbreekt in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) in België aan een breed gedragen en gebruiksvriendelijk benchmark platform dat toelaat voor patiëntengroepen naar keuze (e.g., diagnose groepen) een vergelijking te maken over instellingen heen inzake de basiskarakteristieken van de verleende zorg (e.g., verblijfsduur, aantal raadplegingen) in het licht van relevante uitkomstindicatoren (e.g., heropname, mortaliteit, en dat binnen een helder conceptueel kader.

Om werkelijk data gedreven te worden, moet de GGZ stappen zetten naar analogie van tal van initiatieven in de somatische gezondheidszorg (e.g., VZN-KuLeuven-BI platform) om kwalitatief en duurzaam zulke informatie te delen. In dit project willen we met een zo licht mogelijke set van feiten over patiënten, zorgprocessen en outcomes een benchmarking dashboard ontwikkelen dat instellingen toelaat om deze fundamentele karakteristieken van hun werking te vergelijken met andere instellingen.

We hanteren daarbij het kader van de Value-Based-Health-Care invalshoek: Het dashboard moet toelaten om fundamentele zorgkarakteristieken, op een gestandaardiseerde manier vertaald in indicatoren, te bekijken en te vergelijken voor specifieke patiëntengroepen in het licht van een set van uitkomstmaten.

 

dinsdag 10 september 2024, 14u00 – 15u30
S08 I Aparte zorg, das toch te gek!? Inclusie van verstandelijke beperking in de GGZ
Voorzitter: Goedele Hoefnagels, Klinisch Orthopedagoog, Zorginhoudelijk coördinator, Multiversum, Mortsel

Op de Knoop en op Vliet, afdelingen binnen Multiversum en Bethanië, bieden we al jaren geestelijke gezondheidszorg aan personen met een verstandelijke beperking. Hier kunnen (jong)volwassenen terecht die mogelijks elders uit de boot vallen door hun cognitieve beperking en hier zorg op maat krijgen. Zo ook in het unieke project voor dubbeldiagnose van de PAAZ in het AZ Sint Maarten. Sinds 2017 is er ook een outreachteam dubbeldiagnose in de provincie Antwerpen, een samenwerkingsverband tussen Multiversum, Bethanië en AZ Sint Maarten. Een mooi voorbeeld van verbinding tussen hulpverleners. En essentieel, we hebben met dit project meer kansen tot verbinding met onze doelgroep. Niet iedereen wil of slaagt erin om in opname te komen. Outreachend kunnen we hen beter bereiken. En ook, niet iedereen hoeft in opname te komen, maar kan misschien de gepaste zorg in zijn eigen context krijgen als er advies geboden wordt aan de hulpverleners en/of het natuurlijk netwerk. Met dit symposium willen we jullie inkijk geven in het continuüm van zorg op maat dat we bieden.

S08.1 | Familie en Thuis : Liefst méér dan het meest bekeken programma tijdens een opname!
Isabelle Van Hecke, Psychiater, Diensthoofd psychiatrie PAAZ AZ Sint-Maarten, Mechelen
Jolien  Verelst, Klinisch psycholoog, Psycholoog/therapeut PAAZ AZ Sint-Maarten, Mechelen

Het uitnodigen en warm ontvangen van naasten tijdens een opname is een nood van patiënt, naasten zelf en hulpverlener. In de geestelijke gezondheidszorg is het initiëren van een zorgtrialoog vaker de uitzondering dan de norm.

We geven je graag inkijk hoe we dit op de PAAZ-afdeling van het AZ Sint-Maarten (te Mechelen) op een laagdrempelige manier vorm geven.
De doelgroep volwassenen met een verstandelijke beperking staan hierin centraal.
We zoomen in op de verbindingen die werden gemaakt en de uitdagingen die we ervaren in deze ontmoetingen.

S08.2 | Echt gastvrij in de GGZ? Dat kan als je op je woorden let
Britt Sels, Logopedist, Therapeut, Multiversum, Mortsel
Elise Aerden, Logopedist, Therapeut, Multiversum, Mortsel

Vanuit onze werkervaring willen we kort schetsen hoe vaak onze doelgroep communicatief overvraagd wordt en welke effecten dit kan hebben.
Communicatie omvat zowel de taal als de sociale communicatie. Hoe kunnen we beiden goed afstemmen? Dat is maatwerk, teamwerk en blijvend werk. We gaan dieper in op taalprofielen want taal is ook de verhouding tussen taalbegrip en taalproductie. Met als doel enkele kapstokken mee te geven voor een bejegening op maat van de cliënt.

S08.3 | Het is uitwisselen, het is samenwerken, het is samen zoeken
Ann Hens, Verpleegkundige, Onadamedewerker, Bethanië Zoersel
Ines Goossens, Maatschappelijk werkster, Outreachmedewerker, Multiversum Mortsel

De doelgroep ‘dubbeldiagnose (verstandelijke) beperking en psychiatrische problematiek’ valt vaak door de mazen van het net en vraagt om een aanklampende en intersectorale aanpak. We brengen onze good practices vanuit het outreachteam dubbeldiagnose verstandelijke beperking en consulentenwerking Onada.

S08.4 | Samen sterk

Marleen Schryvers, Maatschappelijk werkster, Coördinator, Multiversum, Mortsel
Wendy Steurs, Logopedist , cliëntcoördinator, ondo, Antwerpen
Sophie Roose, Orthopedagoog, zorgcoördinator, ondo, Antwerpen
Goedele Hoefnagels, Klinisch orthopedagoog, Zorginhoudelijk coördinator, Multiversum, Mortsel

We brengen jullie graag het verhaal van een ijzersterke samenwerking tussen de GGZ en het VAPH.

Ondo, dienst voor ondersteuning binnen het VAPH, begeleidt regelmatig mensen met een dubbeldiagnose verstandelijke beperking / psychische problemen.
Het outreachteam dubbeldiagnose van de provinicie Antwerpen, geeft hen hierin advies.
Samen dragen we zorg voor mensen die vaak uit de hulpverlening dreigen te vallen door hun complexe problematiek en beperkte hulpvraag, hoewel er een grote zorgnood is. We tonen jullie op basis van een aantal concrete casussen hoe we aanklampende en vasthoudende zorg bieden. Zonder elkaar als partner zou dit niet lukken.

 

dinsdag 10 september 2024, 14u00 – 15u30
S09 I Emotieregulatie in de spotlight: Transdiagnostische perspectieven op stemmingsstoornissen
Voorzitter ter plaatse : Rudi De Raedt, Prof. dr., Hoogleraar Klinische Psychologie, Universiteit Gent – Vakgroep Experimenteel-, Klinische en Gezondheidspsychologie, Gent
Voorzitter Tatjana Gauwloos, PhD Student & Klinisch Psycholoog, CAPRI UAntwerpen/UPC Duffel, Duffel

S09.0 | Inleiding
Spreker(s): Rudi De Raedt, Prof. dr., Hoogleraar Klinische Psychologie, Universiteit Gent – Vakgroep Experimenteel-, Klinische en Gezondheidspsychologie, Gent

Stemmingsstoornissen, waaronder majeure depressie en bipolaire stoornis, behoren tot de meest voorkomende psychische aandoeningen. Het aangepast reguleren van emoties vormt vaak een cruciale uitdaging voor individuen met deze stoornissen. Nochtans is het uitermate belangrijk om, in het licht van moeilijke situaties, emoties te kunnen reguleren. Onderzoek heeft aanzienlijke verbanden aangetoond tussen het vermogen om ongewenste emoties doeltreffend te reguleren en de mentale gezondheid bij vrijwel alle stemmingsstoornissen (Aldao et al., 2016). Opvallend hierbij is dat disfunctionele regulatie van positieve emoties ook een aanzienlijke rol lijkt te spelen (Gilbert et al., 2013). Emotieregulatie van zowel negatieve als positieve emoties is dus cruciaal voor psychologisch welzijn.

Dit symposium werpt een diepgaande blik op emotieregulatie als een transdiagnostische factor bij stemmingsstoornissen. Diverse onderzoeken die emotieregulatie onderzoeken binnen verschillende stemmingsstoornissen worden gepresenteerd, met aandacht voor het reguleren van zowel positieve als negatieve emoties. Het cruciale belang van emotieregulatie bij stemmingsstoornissen wordt hierbij belicht.

S09.1 |Emotieregulatie ontrafeld: Transdiagnostische Inzichten vanuit het Adaptive Coping with Emotions-model
Spreker(s): Jente Depoorter, PhD Student & Klinisch Psycholoog, Universiteit Gent – Vakgroep Experimenteel-, Klinische en Gezondheidspsychologie, Gent

Maladaptieve emotieregulatie wordt vaak gezien als een potentieel verklaringsmechanisme voor majeure depressieve stoornissen. Het belang van adaptieve emotieregulatievaardigheden en hun specifieke rol in majeure depressies is echter minder onderzocht. Het Adaptive Coping with Emotions-model biedt hiervoor een mogelijk kader. Binnen dit model wordt een onderscheid gemaakt tussen vroege (Bewust waarnemen, Herkennen & Benoemen en Analyse van de oorzaken) en latere stadia (Doelgerichte regulatie, Verdragen & Accepteren, Bereidheid tot confrontatie en Emotionele zelfondersteuning) van emotieregulatie. In deze studie werd met behulp van netwerkanalyse emotieregulatienetwerken onderzocht binnen een majeure depressieve groep (N = 160) en een controlegroep (N = 131). De resultaten onderstrepen niet alleen het bestaan van verschillende stadia in emotieregulatie, maar leveren ook bewijs voor emotieregulatie als een transdiagnostisch concept. We belichten de methode en resultaten van dit onderzoek en bespreken vervolgens de implicaties hiervan voor de klinische praktijk.

S09.2| Een majeure depressie: wanneer het negatieve in je hoofd, al het positieve dooft. De rol van negatieve en positieve emotieregulatiestategieën bij patiënten met een majeure depressie
Spreker(s): Barbara Depreeuw, PhD Student & Klinisch Psycholoog, CAPRI UAntwerpen/UPC Duffel, Duffel

Patiënten met een majeure depressieve stoornis ervaren een gebrek aan positieve en overmatig negatieve emoties. Waarschijnlijk is dit te wijten aan een transdiagnostische dysfunctie in de emotieregulatie (Gotlib & Joorman, 2010). Om negatieve emoties te reguleren, gebruiken depressieve patiënten vaker ‘brooding’ als denkstrategie. Brooding is een vorm van piekeren waarbij men met de gedachten blijft hangen op onbevredigde situaties. Als reactie op positieve emoties dempen patiënten positieve gevoelens (‘dampening’). Patiënten slagen er minder in om hun negatieve emoties te reduceren en hun positieve emoties te beleven. Maar evidence based psychotherapeutische behandelingen, zoals cognitieve gedragstherapie, zijn vooral gericht op het verminderen van negatieve gevoelens en minder op het beleven van positieve gevoelens (Burr et al. 2017). In deze uiteenzetting bespreken we welke rol maladaptieve emotieregulatiestrategieën bij aanvang van de behandeling kunnen hebben in relatie tot de ernst en het verloop van depressieve symptomen. Hiervoor gebruiken we data van patiënten (n=138), gehospitaliseerd op Stemming 1, de behandelafdeling voor majeure depressie van UPC Duffel. We bespreken de methodologie en de resultaten van dit onderzoek en geven aanbevelingen voor de klinische praktijk.

S09.3 | Experiëntiële vermijding, positief rumineren en dampening bij de bipolaire stoornis
Spreker(s): Tatjana Gauwloos, PhD Student & Klinisch Psycholoog, CAPRI UAntwerpen/UPC Duffel, Duffel

Pijnlijke emoties, sensaties, gedachten en ervaringen zijn eigen aan het leven, ook al ervaren we deze liever niet. Experiëntiële vermijding verwijst naar het systematisch vermijden of proberen ontsnappen aan deze ervaringen, ook al brengt dit negatieve gevolgen met zich mee. Waar experiëntiële vermijding zich eerder lijkt te richten op het vermijden van negatief affect, richt positief rumineren en dampening zich eerder op positief affect. Positieve ruminatie tracht dit positieve affect te vergroten, waarbij dampening dit affect probeert te verkleinen. Op Stemming 2, tot voor kort een afdeling voor mensen met een bipolaire stoornis te UPC Duffel, vond een onderzoek plaats dat in de eerste plaats onderzocht of mensen met een bipolaire stoornis (n = 50) significant verschillen van gezonde controles (n = 25) op vlak van experiëntiële vermijding, positief rumineren en dampening. Ook de voorlopers en consequenties van deze factoren werden onderzocht. De resultaten van dit onderzoek worden tijdens dit symposium toegelicht.

 

dinsdag 10 september 2024, 14u00 – 15u30
S10 I (Familie)ervaringsdeskundigheid in de forensische geestelijke gezondheidszorg
Voorzitter : Leen Cappon, dr., Wetenschappelijk medewerker, ScienceForCare – PC Sint-Jan-Baptist, Zelzate

S10.0 | Inleiding
Spreker(s): Leen Cappon, dr., Wetenschappelijk medewerker, ScienceForCare – PC Sint-Jan-Baptist, Zelzate

Ervaringsdeskundigheid is belangrijk in de (forensische) geestelijke gezondheidszorg. Daarnaast zijn familieleden belangrijke betrokkenen in de (forensische) geestelijke gezondheidszorg en moet hun ervaringskennis gewaardeerd worden. Hoe de (familie)ervaringsdeskundigheid moet geïmplementeerd worden in de forensische geestelijke gezondheidszorg is nog niet duidelijk. Herstel in de forensische geestelijke gezondheidszorg houdt immers een bijkomend forensisch herstelproces in, met name het herdefiniëren van dader als persoon na het plegen van feiten. Dit is geen eenvoudig herstelproces en wordt gehinderd door zelf-stigma en stigmatisatie vanuit de bredere samenleving (Aga & Vanderplasschen, 2016). Deze nood aan een persoonlijk forensisch herstel geeft aan dat ervaringsdeskundigheid anders vorm zal krijgen dan in de reguliere geestelijke gezondheidszorg. Er lijkt nood aan een dubbele ervaring, enerzijds patiënt met een psychiatrische problematiek en anderzijds een persoon die een delict heeft gepleegd (en in detentie en/of (gesloten) forensisch zorgcircuit is terecht gekomen) om een positief rolmodel te kunnen zijn (Bierbooms et al., 2017). Gezien expertise over (familie)ervaringsdeskundigheid in de (forensische) geestelijke gezondheidszorg verspreid zit bij verschillende organisaties, moet samengewerkt worden om dit onderzoeksproject efficiënt te kunnen uitvoeren en een gedeelde visie en gedragen implementatie van (familie)ervaringsdeskundigheid in de forensische geestelijke gezondheidszorg mogelijk te maken. Met dank aan financiering vanuit de FOD Volksgezondheid werd een onderzoeksproject opgestart met als doelstelling (familie)ervaringsdeskundigheid duurzaam te implementeren in de forensische geestelijke gezondheidszorg en dit via het ontwikkelen van een draaiboek. In dit symposium wordt het onderzoeksproject toegelicht en worden de eerste bevindingen vanuit de verschillende partners in dit project toegelicht.

S10.1 | Het onderzoeksproject in vogelvlucht
Spreker(s): Sara Rowaert, dr., post-doc onderzoeker, UGent, Gent
Leen Cappon, dr., Wetenschappelijk medewerker, ScienceForCare – PC Sint-Jan-Baptist, Zelzate

Ervaringsdeskundigheid is belangrijk in de (forensische) geestelijke gezondheidszorg. Daarnaast zijn familieleden belangrijke betrokkenen in de (forensische) geestelijke gezondheidszorg. Familie en naastbetrokkenen krijgen ook vanuit hun ervaringskennis een steeds grotere rol toegekend in de forensische geestelijke gezondheidszorg (Rowaert, 2018; Tingleff et. al., 2022). Echter bestaat over (familie)ervaringsdeskundigheid de dag van vandaag noch een duidelijk kader, noch uitgebreide literatuur. Gezien er vanuit de praktijk en de overheid een grote vraag is naar de implementatie van (familie)ervaringsdeskundigheid in de forensische geestelijke gezondheidszorg werd een onderzoeksproject opgestart. Dit project heeft als doel het ontwikkelen van een draaiboek (met focus op een vormings- en coachingsaanbod voor organisaties), zodat een duurzame inbedding van (familie)ervaringsdeskundigheid in de forensische geestelijke gezondheidszorg mogelijk wordt. Om hieraan tegemoet te komen, bestaat het onderzoek uit drie fasen: (1) het verzamelen van kennis en ‘know how’ over (familie)ervaringsdeskundigheid, (2) het opmaken van een draaiboek over hoe organisaties (familie)ervaringsdeskundigen kunnen inzetten in de praktijk en (3) het uitrollen en evalueren van het draaiboek aan de hand van een pilootproject waarbij een (familie)ervaringsdeskundige wordt aangesteld. Dit project is een samenwerking tussen vier organisaties, waarvan ScienceForCare en Universiteit Gent de wetenschappelijke rol op zich nemen en Similes en Familieplatform de expertrol vormgeven. In iedere fase worden alle partners betrokken vanuit hun eigen kennis, expertise en ervaringen om zo tot een gedragen draaiboek te komen. In deze presentatie wordt de opbouw van het project verder toegelicht. De specifieke inbreng van de vier partners worden in de andere bijdragen besproken.

S10.2 | Ervaringen in binnen- en buitenland met ervaringsdeskundigheid
Spreker(s): Louise Van Gysel, Wetenschappelijk medewerker, ScienceForCare – PC Sint-Jan-Baptist, Zelzate
Aline Pouille, dr., Postdoctoraal onderzoeker, UGent – Vakgroep Orthopedagogiek, Gent

ScienceForCare is een wetenschappelijke onderzoeksgroep opgericht vanuit het Psychiatrisch Centrum Sint-Jan-Baptist. Samen met de Vakgroep Orthopedagogiek van Universiteit Gent staan ze in voor de wetenschappelijke rol binnen dit onderzoeksproject over (familie)ervaringsdeskundigheid. In de eerste fase ligt hun focus vooral op het uitvoeren van een uitgebreide literatuurstudie en het inzicht verwerven in de perspectieven en verwachtingen via focusgroepen en semigestructureerde interviews. In deze presentatie worden beiden verder toegelicht. De literatuurstudie kreeg vorm door een scoping review waarbij er inhoudelijk gekeken werd naar publicaties rond ervaringen van (familie)ervaringsdeskundigheid binnen de forensische geestelijke gezondheidszorg. De belangrijkste thema’s die aan bod kwamen binnen deze review worden besproken. Om verder inzicht te krijgen in de perspectieven en verwachtingen omtrent (familie)ervaringsdeskundigheid werden zorggebruikers en familieleden van personen met een interneringsmaatregel (n=45) geïnterviewd. Ook (familie)ervaringsdeskundigen die reeds aan de slag zijn in de (forensische) geestelijke gezondheidszorg en aanverwante sectoren werden geïnterviewd. Om de perspectieven en verwachtingen van professionals in kaart te brengen werden focusgroepen georganiseerd (n=10) bij drie groepen: (1) management (2) begeleiders en (3) therapeuten. Gedurende de data-verzameling kwamen volgende thema’s aan bod: de rol en functie van een (familie)ervaringsdeskundige, randvoorwaarden, visie, opleiding, ondersteuning, etc.. Tijdens de presentatie zal de nadruk liggen op de verwachtingen en opgedane ervaringen. Tot slot wordt er stilgestaan bij hoe dit vertaald moet worden in het draaiboek.

S10.3 | Eerste stappen in het vormen van een cultuur om (familie) ervaringsdeskundigheid duurzaam te implementeren
Spreker(s): Leen Van Vlierberghe, dr., Wetenschappelijk medewerker, Familieplatform, Berchem
Kim Steeman, Directeur, Familieplatform, Berchem

Familieplatform is een kennis- en expertisecentrum met betrekking tot het familieperspectief in de (geestelijke) gezondheidszorg (GGZ). In dit project bestaat de rol van Familieplatform erin om kennis en ervaring te delen rond het in zorgorganisaties installeren van een herstelgericht en familievriendelijk klimaat. Het installeren van deze cultuur is een noodzakelijke voorwaarde voor het inzetten van (familie)ervaringsdeskundigheid binnen een voorziening. In deze bijdrage blikken we terug op de eerste fase van het project (voorjaar ’24) waarin we via online vormingsmomenten voor de netwerken internering van hoven van beroep Brussel (Nederlandstalig), Gent en Antwerpen de eerste stappen trachtten te zetten in het realiseren van een verschuiving naar een meer herstelgerichte en familievriendelijke cultuur in de forensische GGZ. Vervolgens lichten we – vanuit de hierboven benoemde scoping review – toe wat de internationale literatuur ons leert over de inzet van familie-ervaringsdeskundigen in de (forensische) GGZ. Tot slot bespreken we hoe dit mee richting kan geven bij de ontwikkeling van een vormings- en coachingsaanbod (draaiboek) over hoe organisaties binnen de forensische GGZ in de dagelijkse praktijk aan de slag kunnen gaan met familie- ervaringsdeskundigheid.

S10.4 | Het in kaart brengen van familieleden ter voorbereiding van het implementeren van (familie)ervaringsdeskundigheid
Spreker(s): Nele De Keyser, Familie impact medewerker, Similes vzw, Heverlee
Sandra Vandereet, Directeur, Similes vzw, Heverlee

Similes is een sociaal-culturele vereniging die de familie en naasten van personen met psychische problemen, ondersteunt, versterkt en verenigt. In het kader van dit onderzoekstraject zal Similes vanuit haar expertise families en naastbetrokkenen van personen met een interneringsstatuut verenigen en ondersteunen. Dit doen we met het oog op het identificeren en werven van familievertegenwoordigers en familie-ervaringsdeskundigen om zo te komen tot een gedeelde visie en gedragen implementatie van familie-ervaringsdeskundigheid in de forensische geestelijke gezondheidszorg. We vergroten ons bereik op verschillende manieren. Ten eerste gaan we in gesprek met organisaties en voorzieningen die geïnterneerde personen begeleiden. We bekijken hoe zij de familiewerking uitbouwen en vragen hun hulp om bij de families ons aanbod bekend te maken. Een tweede manier bestaat erin dat we ons aanbod uitbouwen, met zowel aandacht voor een regelmaat in de activiteiten per regio als voor een kwalitatief en gevarieerd aanbod. Ten derde verenigen we de families in een werkgroep en ondersteunen hen om zelf te werken rond de thema’s die hen aanbelangen. We werken ondersteunend door de organisatie van o.a. lotgenotencontacten, inhoudelijke infomomenten en familie impact sessies. Door intensief op deze manier met de families kennis te maken en hen te ondersteunen leggen we contacten met de familieleden die de mogelijkheid en interesse hebben in de rol van familievertegenwoordiger of familie-ervaringsdeskundige. We ondersteunen hen in de groei binnen deze rol en bieden een platform om ervaringen uit te wisselen en input van andere families te krijgen. In deze presentatie wordt dit verder toegelicht.

                                                    

dinsdag 10 september 2024, 14u00 – 15u30
S11 I Onderweg met “Open Dialogue”
voorzitter:
Dag Van Wetter, Mcs, Stafmedewerker, Psyche vzw, Gent

S11.0 Inleiding
Spreker(s):
Dag Van Wetter, Mcs, Stafmedewerker, Psyche vzw, Gent

“Open Dialogue” is een doelgerichte benadering van psychiatrische zorg en behandeling, die zo snel mogelijk verbinding en samenspraak zoekt met alle betrokkenen. Door te werken via een volgehouden dialoog met diverse betrokken partijen kan een ondersteunend netwerk ontstaan dat de pijnlijke crisis draaglijker maakt.”

S11.0 | Situering van “Open Dialogue” en de praktijkontwikkeling in Vlaanderen.
Spreker(s): Dag Van Wetter, Mcs, Stafmedewerker, Psyche vzw, Gent

“Open Dialogue” is een doelgerichte benadering van psychiatrische zorg en behandeling, die zo snel mogelijk verbinding en samenspraak zoekt met alle betrokkenen. Door te werken via een volgehouden dialoog met diverse betrokken partijen kan een ondersteunend netwerk ontstaan dat de pijnlijke crisis draaglijker maakt.”

S11.1 | Hefbomen en valkuilen: Contextanalyse met betrekking tot de praktijkontwikkeling van “Open Dialogue” van 5 teams in Limburg.
Spreker(s): Carolien Schalenbourg, Katrijn Maes, Katleen Gressens, Mcs, Onderzoeker(s), UCLL, Diepenbeek

PWO “Onderweg met “Open Dialogue” is een 2-jarig onderzoeksproject dat van start ging op 1/9/2021. Na een voortraject zijn 5 teams binnen GGZ zowel ambulant als residentieel in de regio Limburg ingestapt in een co-creatietraject. Op basis van een grondige contextanalyse met behulp van het CFIR-Framework werden hefbomen en valkuilen met betrekking tot de implementatie van “Open Dialogue” geïdentificeerd. Deze worden door de onderzoekers toegelicht.

S11.2 | Praktijkervaring met de ontwikkeling van “Open Dialogue” vanuit een opname en behandelafdeling voor personen met een dubbele diagnose “Psychose en Verslaving” (asster).
Spreker(s): Kim Lambeets, Mcs, Psychologe Orion 2, Asster, Sint-Truiden

S11.3 | Praktijkervaring met de ontwikkeling van “Open Dialogue” vanuit een herstelteam (Reling). Van beleid naar cultuur.
Spreker(s): Johan De Greef, RN, Bcs, Verpleegkundige MHT Herkenrode, Reling, Hasselt

In deze bijdrage willen we vanuit het Mobiel Herstelteam Herkenrode (Reling) het implementatietraject presenteren waarbij we met Open Dialogue in en met ons team aan de slag zijn gegaan. Een pad waarbij we met behulp van kleine stappen een transitie hebben gemaakt die gestart is vanuit een beleid en dat ons bracht bij een andere groepscultuur die langzaam zichtbaar en merkbaar werd. Zo trachten we Open Dialogisch te spreken met onze cliënten en hun naastbetrokkenen, maar hebben we ook gekeken hoe we binnen het team kunnen spreken met elkaar en hoe we hier meerstemmigheid kunnen creëren en toelaten. Deze meerstemmigheid willen we ook een stem geven aan de hand van getuigenissen van verschillende betrokkenen vanuit hun specifieke positie in dit proces.

S11.4 | Praktijkervaring met de ontwikkeling van “Open Dialogue” vanuit het team care psychose dat werkt met jongeren (Ligant).
Spreker(s): Wibke Richter, Mcs, Psychologe Care team psychose , Ligant, Hasselt

In deze bijdrage vertellen we vanuit het team ‘care psychose’ over eigen ervaringen bij het toepassen van de Open Dialogue benadering in het werkveld. We laten zien dat Open Dialogue niet zomaar een zoveelste methodiek is in het ggz-landschap, maar een manier om anders te spreken en te verbinden met jongeren en hun netwerk. Door het beluisteren van de verschillende stemmen in een netwerkbijeenkomst, zijn er in onze ervaringen nieuwe wegen tot herstel mogelijk gemaakt. Tot slot spreken we over hoe ‘Open Dialogue’ ons als hulpverlener en als mens beïnvloedt en rijker maakt.

 

dinsdag 10 september 2024, 14u00 – 15u30
S12 | Reakiro: een zorgmodel voor mensen met een aanhoudende doodswens of euthanasiewens omwille van ondraaglijk psychisch lijden
Voorzitter: Joris Vandenberghe, Professor, Psychiater, UPC KU Leuven, Leuven

S12.0 | Stand-van-zaken Reakiro-project
Spreker(s):
Joris Vandenberghe, Professor, Psychiater, UPC KU Leuven, Leuven

In maart 2020 opende het inloophuis Reakiro dat informatie, opvang, begeleiding en zorg biedt voor mensen met een lang bestaande doodswens of een euthanasievraag voor ondraaglijk psychiatrisch lijden. Reakiro is opgericht door UPC KU Leuven, Organisatie Broeders van Liefde België en de Initiatieven Beschut Wonen De Hulster en Walden. Sinds mei 2022 is het Reakiro-project uitgebreid met een tweede vestiging in Brugge dankzij een samenwerking tussen Psychiatrisch Centrum (PC) Sint-Amandus Beernem, Kliniek Sint-Jozef Pittem, Psychiatrisch Ziekenhuis (PZ) Heilig Hart Ieper, PZ Onze-Lieve-Vrouw Brugge, Psychiatrisch Therapeutisch Centrum Rustenburg Brugge, PZ Heilige Familie Kortrijk en PC Menen.Van 2020 tot en met 2023 meldden meer dan 900 mensen zich aan bij Reakiro. Daarnaast werd een aanbod voor naasten ontwikkeld en werd Reakiro uitgebouwd tot expertisecentrum dat opleiding, ondersteuning en expertisebevordering biedt voor zorgpartners van eerstelijn en ggz. Vanuit KU Leuven werd bij aanvang kwalitatief en kwantitatief onderzoek georganiseerd in Reakiro. In dit symposium stellen we tussentijdse resultaten voor van dit onderzoek en van de werking van Reakiro

S12.1 | Epidemiologisch en crossecioneel onderzoek bij  mensen met een aanhoudende doodswens of euthanasiewens omwille van ondraaglijk psychisch lijden
Spreker(s):
Thijs Vanhie, PhD-Researcher, Psycholoog-psychotherapeut, Onderzoeker, UPC KU Leuven, Broeders van Liefde België, Beschut Wonen Walden en De Hulster, Leuven

We geven een overzicht van de preliminaire resultaten van de epidemiologische studie en de cross-sectionele vragenlijstenstudie bij mensen met een aanhoudende doodswens of euthanasiewens omwille van ondraaglijk psychisch lijden. Het kwantitatieve onderzoek in Reakiro heeft twee doelen: de doelgroep die langskomt in kaart brengen en het zorgmodel evalueren. Wie doet er beroep op Reakiro en hoe verhouden deze mensen zich tot thema’s als zingeving-zinloosheid, hoop-hopeloosheid, suïcidaliteit, existentiële angst, empowerment, algemene klachten en psychosociaal functioneren? Hoe ervaren ze het zorgaanbod in Reakiro? Merken we veranderingen op sinds de start van hun traject in Reakiro? Wat vinden mensen helpend, hinderlijk of storend tijdens de begeleiding bij Reakiro? We hopen de hulpverleners in de GGZ hiermee te informeren over de thema’s die belangrijk zijn voor patiënten met een aanhoudende doodswens of euthanasiewens omwille van ondraaglijk psychisch lijden, zodat duidelijker wordt waar bij deze doelgroep best op wordt ingezet, afgestemd op hun zorgnoden

S12.2 | Belevingsonderzoek bij mensen met een aanhoudende doodswens of euthanasiewens omwille van ondraaglijk psychisch lijden
Spreker(s):
Sofie Verdegem, PhD-Researcher, Psycholoog-psychotherapeut, Onderzoeker, UPC KU Leuven, Leuven

Vanuit belevingsgericht onderzoek geven we inzicht in de ervaringen van mensen met een aanhoudende doodswens of euthanasiewens omwille van ondraaglijk psychisch lijden. Aan de hand van een interviewstudie wordt in kaart gebracht hoe mensen met een langdurige doodswens omwille van psychisch lijden zich verhouden tot de dood en tot het leven, zowel binnen zichzelf als in verhouding tot hun naasten. Een tweede interviewstudie belicht de concrete ervaringen van patiënten doorheen hun traject van existentiële hulpverlening bij Reakiro. Hieruit blijkt dat deze mensen vooral nood hebben om te kunnen spreken over hun existentiële bekommernissen, zoals het ervaren van zinloosheid, existentiële isolatie, hun doodsverlangen en de keuze tussen leven en dood. Dit vraagt van een hulpverlener een bereidheid om het vastzitten en de ambivalenties mee onder ogen te zien vanuit een oprecht contact van mens tot mens.  Ondanks het persisterend lijden, is er toch hoop en groei mogelijk. Vanuit de verworven inzichten geven we handvaten naar de praktijk mee

S12.3 | Klinische ervaringen bij  mensen met een aanhoudende doodswens of euthanasiewens omwille van ondraaglijk psychisch lijden
Spreker(s):
Eva Depoortere, Master, Psycholoog-psychotherapeut, PC Menen, Sint Jozef Pittem, Psychiatrisch ziekenhuis HH Ieper, PC Sint Amandus Beernem, Psychiatrisch ziekenhuis OLV Brugge, Psychiatrisch Ziekenhuis H. Familie Kortrijk, PTC Rustenburg Brugge, Congregatie Zusters van de Bermhertigheid Jesu, Brugge

We brengen het verhaal van de dagdagelijkse werking door te vertellen over onze gasten en de manier waarop we hen ontmoeten. We willen een inkijk geven in de werking van Reakiro an sich: hoe we inzetten op individuele begeleiding, lotgenotencontact, het ondersteunen van naasten, het oprichten van een (hulpverleners)netwerk,… Verder hopen we op deze manier ook iets te kunnen delen over onze zoektocht naar de goede afstemming in nabijheid/ afstand in de samenwerking met onze gasten. Een zoektocht waar geen standaard antwoord op te geven is. ‘Er zijn’ lijkt soms een uitweg als weinig anderen nog betrokken (willen) zijn.


dinsdag 10 september 2024, 16u00 – 17u30

S13 | Digitale Interventies in de Geestelijke Gezondheidszorg: Op Weg naar Gepersonaliseerde Zorg
Voorzitter : Inez Myin-Germeys, Doctor, Hoogleraar, KU Leuven, Leuven

S13.0 Inleiding
Spreker(s): Inez Myin-Germeys, Doctor, Hoogleraar, KU Leuven, Leuven

Geestelijke gezondheidsproblemen zijn wijdverspreid en brengen aanzienlijke maatschappelijke kosten met zich mee. Om deze uitdagingen aan te gaan, is er een dringende behoefte aan verbeteringen in de gezondheidszorg, met een focus op een persoonsgerichte aanpak. Dit symposium presenteert de ‘experience sampling’-methode (ESM) als een klinisch instrument dat digitale technologie gebruikt om een dieper inzicht te krijgen in de behoeften van individuen

ESM, een digitale dagboektechniek, stelt cliënten in staat om hun gevoelens, gedachten, sociale situaties, klachten en vooruitgang bij therapiedoelen buiten de therapiekamer te monitoren. De eerste presentatie deelt patiëntervaringen met het gebruik van een app die Acceptance and Commitment Therapy integreert in het dagelijks leven. De tweede en derde presentatie onderzoeken hoe cliënten en hulpverleners ESM gebruiken en toepassen op basis van een uitgevoerde pilootstudie, met specifieke inzichten die zijn verkregen

Het symposium wordt afgesloten met een vooruitblik op de toekomst, waarin twee nieuwe onderzoeksprojecten worden voorgesteld die de brug slaan van onderzoek naar klinische implementatie in de geestelijke gezondheidszorg. Deze projecten tonen aan hoe ESM kan bijdragen aan een verdere optimalisatie van persoonsgerichte benaderingen in de GGZ

S13.1 Patiëntervaringen omtrent het gebruik van een app in Acceptance and Commitment Therapy: een kwalitatieve studie naar ACT in het Dagelijkse Leven (ACT-DL)
Spreker(s): Lotte Uyttebroek, Master, PhD-student, KU Leuven, Leuven

Achtergrond: De vroege fase van psychose kan gepaard gaan met symptomen waaronder psychotische ervaringen, co-morbide mentale problemen, verminderd cognitief en globaal functioneren. Deze symptomen kunnen therapie, alsook de vertaling ervan naar het dagelijkse leven bemoeilijken. De ACT-DL behandeling heeft daarom als doel om therapie uit te breiden naar het dagelijkse leven door 8 ACT-therapiesessies te combineren met een Ecological Momentary Intervention (EMI) app. De app bestaat uit zelfmonitoringsvragenlijstjes, ACT-oefeningen en metaforen

Methode: Aan de hand van semigestructureerde interviews onderzochten we hoe patiënten met vroege psychose (N=17) het gebruik van de app in de ACT-DL behandeling ervaarden, alsook suggesties voor verbetering. De data werd geanalyseerd a.d.h.v. thematische template analyse.

Resultaten: De ACT-DL behandeling zorgde volgens patiënten voor een toename in zelfinzicht en acceptatie. Echter bleek het moeilijk om de app te integreren in het dagelijkse leven, dit door de intensiteit van de vragenlijstjes en oefeningen. Suggesties om het therapeutisch effect te versterken omvatten personalisatie van de app, focus op de ACT-oefeningen, flexibel gebruik van de app (bijv. beschikbaarheid na de therapie) en de integratie van feedback over de app in de therapiesessie

Conclusie: De ACT-DL behandeling kan ACT-vaardigheden versterken, echter is verdere optimalisatie nodig opdat de app meer afgestemd is op de patiënt en diens dagelijkse context

S13.2 The effect of using Experience Sampling Method tools on therapeutic processes in client activation in mental health care
Spreker(s): Lena De Thurah, Master, PhD-student, KU Leuven, Leuven

The Experience Sampling Method (ESM) enables the collection of detailed information about individuals’ mental health in their daily lives via mobile applications. By allowing clients to self-monitor their mental health and review their data in collaboration with clinicians, ESM can provide detailed insights into how individuals function in their daily lives and support person-centered care. However, evidence for the effectiveness of the ESM tools in mental health care is still missing

To examine how clinical ESM tools influence therapeutic processes and patient activation, we conducted a pilot study within a psychiatric care setting in which clients and clinicians tested and evaluated a prototype of a clinical ESM tool; ‘’IMPROVE’’.  Service users reported that using IMPROVE increased their emotional self-awareness, and to some extent supported them in implementing new strategies to support the daily management of their mental health. Some indicated that using IMPROVE increased their self-efficacy. Furthermore, several clients and clinicians found that using IMPROVE made clients more actively engaged in their therapy, while few experienced changes in their therapeutic work relationship or the degree of shared decision-making in therapy. Using IMPROVE seems to have a positive impact on clients’ ability to understand and manage their mental health, as well as, their experience of empowerment, agency, and engagement in therapy.

S13.3 Bruikbaarheid van de Experience Sampling Methode in Gespecialiseerde Geestelijke Gezondheidszorg: Een pilootstudie
Spreker(s): Jeroen Weermeijer, Doctor, Postdoc, KU Leuven, Leuven

Mentale gezondheidsproblemen spelen zich af in interactie met alledaagse ervaringen en gebeurtenissen, maar het integreren van contextuele informatie in therapie is uitdagend. De Experience Sampling Method (ESM) kan hierbij helpen door gedachten, gevoelens en gedragingen van cliënten in het dagelijks leven te meten. Ondanks het potentieel wordt ESM voornamelijk in onderzoek gebruikt, met beperkte toepassing in de klinische praktijk. Het gebruik van ESM-protocollen, inclusief standaardinstellingen voor vragenlijsten en datavisualisaties, kan de implementatie in de praktijk vergemakkelijken.

Doel:
Deze pilotstudie evalueerde de bruikbaarheid van een ESM-protocol voor gebruik in gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg.

Methoden:
Een ESM-protocol, ontwikkeld in samenwerking met m-Path, werd getest in de klinische praktijk. Het omvatte een dashboard voor zorgverleners en een app voor cliënten. In totaal gebruikten 8 zorgverleners en 17 cliënten dit ESM-protocol. Bruikbaarheid werd beoordeeld met vragenlijsten, ESM-nalevingspercentages en interviews.

Resultaten:
Zorgverleners beoordeelden de bruikbaarheid als redelijk tot goed, maar hadden moeilijkheden bij het personaliseren van de standaardinstellingen. Cliënten voltooiden gemiddeld 55% van de ESM-vragenlijsten en beoordeelden de bruikbaarheid als redelijk tot goed. Aanpassingen, zoals training over personalisatie en inplannen van meetmomenten, zijn nodig voor verdere implementatie in de psychiatrie.

Conclusies:
Een ESM-protocol kan de implementatie van ESM als mobiele gezondheidsbeoordelingstool in de psychiatrie vergemakkelijken, maar aanpassingen — zoals zal worden toegelicht in dit symposium — zijn vereist voor een succesvolle implementatie.

S13.4 Van onderzoek naar de implementatie van digitale technologie in de geestelijke gezondheidszorg: Het IMMERSE en DAILY-ASSIST Project
Spreker(s): Glenn Kiekens, Doctor, Assistent professor/FWO fellow, Tilburg University/KU Leuven, Leuven

De status quo van klassieke therapie (wekelijkse sessies) is vaak ontoereikend om mentale gezondheidsproblemen effectief te behandelen. Het zou uitgebreid moeten worden met complementaire interventies buiten de therapieruimte, afgestemd op de dynamische behoeften van een individu. De Experience Sampling Methode (ESM) en Ecologische Momentane Interventies (EMIs) bieden waardevolle mogelijkheden voor assessment en interventie in het dagelijks leven.

Deze presentatie geeft een overzicht van twee lopende internationale onderzoeksstudies. Binnen het Implementing Mobile Mental Health Recording Strategy for Europe (IMMERSE) Project wordt ESM gebruikt om de psychosociale gezondheid van hulpzoekende cliënten in kaart te brengen via een digitaal platform. Dit project omvat een unit-gerandomiseerde trial met een op maat gemaakte implementatieaanpak, dat momenteel wordt getest in een grootschalig veldonderzoek in 8 klinische sites verspreid over 4 Europese landen. In het Detection of Acute rIsk for seLf-injuY (DAILY) Assist project wordt een EMI ontwikkeld met als doel preventie van zelfverwonding en andere destructieve gedragingen te bewerkstelligen bij hulpzoekende cliënten. Dit project gebruikt een innovatief interventieparadigma, waarbij digitale interventies in samenwerking met ervaringsdeskundigen worden ontwikkeld en aangepast op basis van type, intensiteit en timing.

Deze twee state-of-the-art studies illustreren op welke manier digitale tools worden ingezet om waardevolle mogelijkheden buiten de traditionele therapiekamer te creëren binnen de geestelijke gezondheidszorg van de toekomst.

De status quo van klassieke therapie (wekelijkse sessies) is vaak ontoereikend om mentale gezondheidsproblemen effectief te behandelen. Het zou uitgebreid moeten worden met complementaire interventies buiten de therapieruimte, afgestemd op de dynamische behoeften van een individu. De Experience Sampling Methode (ESM) en Ecologische Momentane Interventies (EMIs) bieden waardevolle mogelijkheden voor assessment en interventie in het dagelijks leven.

Deze presentatie geeft een overzicht van twee lopende internationale onderzoeksstudies. Binnen het Implementing Mobile Mental Health Recording Strategy for Europe (IMMERSE) Project wordt ESM gebruikt om de psychosociale gezondheid van hulpzoekende cliënten in kaart te brengen via een digitaal platform. Dit project omvat een unit-gerandomiseerde trial met een op maat gemaakte implementatieaanpak, dat momenteel wordt getest in een grootschalig veldonderzoek in 8 klinische sites verspreid over 4 Europese landen. In het Detection of Acute rIsk for seLf-injuY (DAILY) Assist project wordt een EMI ontwikkeld met als doel preventie van zelfverwonding en andere destructieve gedragingen te bewerkstelligen bij hulpzoekende cliënten. Dit project gebruikt een innovatief interventieparadigma, waarbij digitale interventies in samenwerking met ervaringsdeskundigen worden ontwikkeld en aangepast op basis van type, intensiteit en timing.

Deze twee state-of-the-art studies illustreren op welke manier digitale tools worden ingezet om waardevolle mogelijkheden buiten de traditionele therapiekamer te creëren binnen de geestelijke gezondheidszorg van de toekomst.

De status quo van klassieke therapie (wekelijkse sessies) is vaak ontoereikend om mentale gezondheidsproblemen effectief te behandelen. Het zou uitgebreid moeten worden met complementaire interventies buiten de therapieruimte, afgestemd op de dynamische behoeften van een individu. De Experience Sampling Methode (ESM) en Ecologische Momentane Interventies (EMIs) bieden waardevolle mogelijkheden voor assessment en interventie in het dagelijks leven.

Deze presentatie geeft een overzicht van twee lopende internationale onderzoeksstudies. Binnen het Implementing Mobile Mental Health Recording Strategy for Europe (IMMERSE) Project wordt ESM gebruikt om de psychosociale gezondheid van hulpzoekende cliënten in kaart te brengen via een digitaal platform. Dit project omvat een unit-gerandomiseerde trial met een op maat gemaakte implementatieaanpak, dat momenteel wordt getest in een grootschalig veldonderzoek in 8 klinische sites verspreid over 4 Europese landen. In het Detection of Acute rIsk for seLf-injuY (DAILY) Assist project wordt een EMI ontwikkeld met als doel preventie van zelfverwonding en andere destructieve gedragingen te bewerkstelligen bij hulpzoekende cliënten. Dit project gebruikt een innovatief interventieparadigma, waarbij digitale interventies in samenwerking met ervaringsdeskundigen worden ontwikkeld en aangepast op basis van type, intensiteit en timing.

Deze twee state-of-the-art studies illustreren op welke manier digitale tools worden ingezet om waardevolle mogelijkheden buiten de traditionele therapiekamer te creëren binnen de geestelijke gezondheidszorg van de toekomst.


dinsdag 10 september 2024, 16u00 – 17u30

S14 I Een familievriendelijke cultuur als basis voor inzet en betrokkenheid
Voorzitter: Kim Steeman, Directeur, Familieplatform, Berchem

Om FED te kunnen implementeren in de zorg is er nood aan een cultuur van herstelgerichte zorg en familievriendelijk klimaat.  Hierrond moet wel nog wat werk verzet worden. Onderzoek toont aan dat er vaak nog een eerder negatieve houding is t.a.v. ervaringsdeskundigen (e.g. van Erp et al., 2011; Vandewalle et al., 2016). Er is vaak onduidelijkheid over de verhouding met professionele hulpverleners (concurrentie) en soms sprake van (in)direct stigmatisatie (Vandewalle et al., 2016). Daarom moet voldoende tijd besteed worden aan het bewerkstelligen van een begripvol, helder en includerend klimaat in de geestelijke gezondheidszorg (Steunpunt Geestelijke Gezondheid, 2018).

S14.1 | Een familievriendelijke cultuur als basis voor inzet en betrokkenheid familie (vorming, coaching, …)
Spreker(s): Kim Steeman, Directeur, Familieplatform, Berchem

Een cultuur rond inzet Familie-ervaringsdeskundigheid start bij het een inzetten op een familievriendelijk klimaat waarbij de trialoog (hulpverlener, cliënt, familie) centraal geplaatst wordt. Tijdens deze uiteenzetting gaan we dieper in op hoe de Familiereflex als basis voor de inzet van FED kan gebruikt worden.

S14.2 | Betrekken van naasten: hoe creativiteit en richtlijnen samen hun plaats kunnen krijgen in de GGZ verpleegkundige praktijk
Spreker(s): Julie Vandekerckhove, Verpleegkundig Specialist en contextbegeleider Sint-Jozef Pittem, Pittem

Drie psychiatrische zorginstellingen (afdeling psychiatrie, Universitair Ziekenhuis Gent; psychiatrisch ziekenhuis Bethanië, Zoersel en psychiatrisch ziekenhuis Kliniek Sint-Jozef, Pittem) vertaalden de evidence-based richtlijn “familiereflex” naar de klinische verpleegkundige praktijk. Deze multidisciplinaire richtlijn voor een sterkere betrokkenheid van naasten in de GGZ heeft de weg vrijgemaakt voor een cultuurshift en brengt fundamentele veranderingen in de manier waarop zorgverleners omgaan met naasten. Door de jaren heen hebben deze ziekenhuizen van elkaar geleerd, wat het veranderingsproces heeft verrijkt. Alle drie de organisaties zijn overtuigd van communicatie in trialoog tussen patiënt, de naaste en zorgverlener. Ter voorbereiding hebben ze reeds bestaande praktijken bekeken, samengewerkt met familieorganisaties, rondetafelgesprekken gevoerd met andere organisaties, patiënten en hun naasten en wetenschappelijk onderzoek geraadpleegd. Daarna volgde een veranderingsmanagementtraject. Zowel bottom-up als top-down interventies verduidelijkten en hielpen bij het ontwikkelen van een duidelijke visie en doelstellingen over het vergroten van de betrokkenheid van naasten. Creativiteit speelde hierbij een belangrijke rol, waarbij de focus kwam te liggen op het inspireren, motiveren en het laten inleven van de zorgverleners.

S14.3 | Inzet familie-ervaring en -ervaringsdeskundigheid bevorderen met project Familie Impact en internering
Spreker(s): Sandra Vandereet, Directeur Similes, Leuven

Als sociaal-culturele vereniging ondersteunt, verenigt en versterkt Similes vzw familie en naasten van mensen met een psychische kwetsbaarheid.
Similes laat ook de stem van familie klinken in de maatschappij en de geestelijke gezondheidszorg. De samenleving wordt gestimuleerd tot meer aandacht en begrip voor familie. De hulpverlening wordt aangezet tot een grotere en betere familiebetrokkenheid. Zo is inzet van de familie-ervaring een instrument om de implementatie van de familiereflex te bevorderen, net als overheidsrichtlijnen, vorming en coaching.
Dat familie-ervaring inzetten werkt, is al gebleken …. In de netwerken GGZ in Vlaanderen en Brussel geven familievertegenwoordigers al meer dan 12 jaar een gezicht en stem aan familie in de vernieuwing van de geestelijke gezondheidszorg. Binnen organisaties zetelt familie in familieraden, werkgroepen, … en sleutelt daar mee aan verandering. Familie-ervaringsdeskundigen worden ook ingezet op de werkvloer, en maken een verschil in de dagdagelijkse zorg. Vaak gaat het om vrijwillige inzet, maar sinds enkele jaren is ook de professionele inzet van de familie-ervaring een feit.
Tijdens deze uiteenzetting delen we graag onze ervaringen van de voorbije jaren.

S14.4 | Handvaten die organisaties kunnen helpen om aan de slag gaan met familie-ervaringsdeskundigheid + voorbeelden/verhalen uit de praktijk
Spreker(s): Greet Pauwels, Stafmedewerker, Similes, Leuven

In het pilootproject Familie Impact zet Similes in op het bevorderen van de inzet van de familie-ervaring, door op netwerkniveau Familie Impactsessies te organiseren, Familie Impactgroepen te installeren en een aanspreekpunt voor alle partijen te bieden. Het doel is te komen tot meer mensen en meer manieren om de ervaring in te zetten, betere afstemming, samenwerking en coördinatie, duurzame standaarden…  Met daarnaast een project specifiek voor het domein van internering, legt Similes ook daar fundamenten om vanuit de familie-ervaring impact te maken.


dinsdag 10 september 2024, 16u00 – 17u30

S15 I Immunopsychiatrie en gepersonaliseerde behandelingen van depressies
Voorzitter: Manuel Morrens, prof. dr., Hoogleraar Psychiatrie, Universiteit Antwerpen, Wilrijk, Vakgroepvoorzitter, CAPRI (Collaborative Antwerp Psychiatric Research Institute), Academisch diensthoofd, UPC Duffel

S15.0 | Inleiding
Spreker(s): Manuel Morrens, prof. dr., Hoogleraar Psychiatrie, Universiteit Antwerpen, Wilrijk, Vakgroepvoorzitter, CAPRI (Collaborative Antwerp Psychiatric Research Institute), Academisch diensthoofd, UPC Duffel

Elke patiënt is uniek en toch bieden we binnen de psychiatrie meestal een one-size-fits-all behandeling aan. De immunopsychiatrie wint meer en meer aan belang omdat deze hierop een antwoord kan bieden door de link tussen het immuunysteem en psychiatrische aandoeningen te onderzoeken. Dit gebeurt door in de eerste plaats te luisteren naar de klachten van een patiënt en biologische verschillen in kaart te brengen. Op basis daarvan kan worden bepaald of een specifiekere behandeling beter kan werken dan de one-size-fits-all-aanpak.

Hiervoor moet worden onderzocht hoe het immuunsysteem gelinkt is aan het ontstaan van psychiatrische aandoeningen, welke invloed verstoringen van het immuunsysteem hebben op het verloop ervan, en wat de biologische fundamenten daarvan zijn. Ook wordt onderzocht hoe dit vervolgens onze huidige behandelmethoden kan beïnvloeden.

Kortom, de focus van de immunopsychiatrie ligt niet op de traditionele manier van behandelen; we introduceren stratificatiestrategieën in de diagnose, waarmee we de (antidepressieve) behandelingen willen personaliseren. Dit opent de deur naar effectievere, gepersonaliseerde therapeutische behandelingen van psychiatrische aandoeningen.

S15.1 | Introductie immuunsysteem en het centrale zenuwstelsel
Spreker(s): Tim Rietberg, Master Neuroscience, PhD-student, CAPRI, SINAPS, Duffel

Sinds begin vorige eeuw zijn verscheidene observaties gerapporteerd die wijzen op een rol voor het immuunsysteem in de ontwikkeling van psychiatrische problematiek. Voordat we kijken naar de innovatieve mogelijkheden die dit ons biedt in de klinische praktijk, duiken we wat dieper in de complexe relaties tussen ons immuunsysteem, ons brein en uiteindelijk onze subjectieve ervaringen en ons gedrag. We introduceren een aantal belangrijke spelers in het immuun-speelveld, zowel uit de ‘aangeboren’ als de ‘adaptieve’ immuniteit. We zullen zien hoe immuun-gerelateerde signaalstoffen belangrijke centrale neurotransmitters als serotonine, dopamine en glutamaat beïnvloeden, hoe T-cellen communiceren met hersencellen en zo hun invloed uitoefenen op onze cognitie en hoe deze fenomenen mogelijk bijdragen aan psychiatrische symptomatologie. Ook werpen we kort een blik in de andere richting en zullen we zien hoe ons gedrag ons immuunsysteem beïnvloedt en hoe wij dus zelf invloed kunnen uitoefenen op dit complexe mechanisme. Hieruit blijkt dat de vaak positieve effecten van eenvoudige zaken als een gebalanceerd dieet en regelmatige beweging mogelijk verklaard kunnen worden via het immuunsysteem. Natuurlijk is voor personen met een psychiatrische aandoening vaak meer nodig; ook in de klinische praktijk kan aandacht voor het immuunsysteem mogelijkheden bieden.

S15.2 | Klinische blik op de link tussen immuunafwijkingen en depressies
Spreker(s): Céline Wessa, Master Geneeskunde, PhD-student, CAPRI, SINAPS, Duffel

Er is een duidelijke link tussen een chronisch overactiviteit van het immuunsysteem en het ontstaan van depressies. Ook is bekend dat depressieve patiënten met immuunafwijkingen – de zogenaamde immuungemedieerde depressies- minder goed reageren op standaard antidepressiva. Enerzijds bespreken we de huidige evidentie rond het diagnosticeren van dit subtype van depressies. Kunnen we op basis van het verhaal van de patiënt afleiden of deze een immuungemedieerde depressie heeft? Zijn er objectief (immunologische) markers die deze patiënten eruit kunnen halen?

Anderzijds bekijken we hoe dit een aanleiding zijn voor alternatieve of specifiekere behandelingmethoden. Zo bekijken we de huidige evidentie over het gebruik van ontstekingsremmers bij depressies, alsook inzichten uit ons eigen lopend onderzoek; een klinische studie waarbij ontstekingsremmers worden onderzocht op een gestratificeerde depressieve patiëntenpopulatie.

De resultaten van onze klinische studie kunnen leiden tot een meer gepersonaliseerde en effectievere aanpak van depressieve stoornissen.

S15.3 | Neurostimulatie en immunopsychiatrie
Spreker(s): Annelies Dellink, Master Biomedische Wetenschappen, PhD-student, CAPRI, SINAPS, Duffel

Ook voor zware depressies en psychoses die niet goed te behandelen zijn met de gangbare medicatie, is het van belang om immuun afwijkingen in kaart te brengen. Niet-invasieve hersenstimulatie, zoals electroconvulsietherapie (ECT) of repetitieve transcraniële magnetische stimulatie (rTMS), is vaak de volgende stap voor deze therapieresistente patiëntengroep. Er zijn tal van aanwijzingen dat deze behandelingen effect hebben op bepaalde concentraties van anti-inflammatoire factoren in het bloed, maar de oorzaak-gevolg relatie is onbekend. Reageert een immuungemedieerde depressie beter of slechter op neurostimulatie? In deze bijdrage bespreken we allereerst de op meta-analyse gebaseerde evidentie uit de literatuur met betrekking tot perifere immuunfactoren die correleren met de afname van symptomen door een ECT behandeling. Vervolgens bespreken we de resultaten van een prospectieve, longitudinale naturalistische ECT-studie, waarbij ongeveer 80 patiënten van UPC Duffel en UPC KU Leuven (Kortenberg) met unipolaire en bipolaire depressie zijn getest op diverse vormen van immuun afwijkingen.

Tot slot bespreken we het onderzoek rond immunopsychiatrie en rTMS, en gaan we in op de resultaten van onze TMS studie waarbij een van de kynurenine metabolieten de uitkomst van TMS voor bipolaire depressie kon voorspellen.

 

dinsdag 10 september 2024, 16u00 – 17u30
S16 I Elektroconvulsietherapie: onderzoek naar en in de klinische praktijk
Voorzitter : Didier Schrijvers, MD, PhD, Psychiater, Universitair Psychiatrisch Centrum Duffel & Universiteit Antwerpen, Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen, Collaborative Antwerp Psychiatric Research Institute (CAPRI), Duffel

Elektroconvulsietherapie (ECT) is een effectieve en veilige behandeling voor ernstige vormen van depressie, zoals medicatieresistente depressie en depressie met psychotische kenmerken, alsook bij katatonie. Ondanks de hoge effectiviteit op korte termijn, worden hoge hervalpercentages gerapporteerd 12 maanden na een aanvalsbehandeling. Daarnaast blijven cognitieve neveneffecten vaak een drempel zowel voor patiënt als verwijzer om ECT voor te stellen als behandelinterventie.

De voorbije jaren werden verschillende multicentrische klinische studies rond effecten en neveneffecten van ECT opgestart in diverse ECT centra in Vlaanderen (UPC Kortenberg, UPC Duffel, AZ Sint-Jan Brugge en AZ Groeninge Kortrijk) en Nederland (Erasmus MC Rotterdam), met focus op een verbetering van de dagelijkse klinische ECT praktijk alsook verdere ontrafeling van de onderliggende neurobiologische mechanismen. Het huidige symposium zal focussen op de eerste resultaten van het PRASED project: Preventing Relapse After Successful ECT for Depression. Daarnaast zal ook toelichting gegeven worden bij het momenteel lopende CHATs onderzoek, Changing Tactics-Optimizing ECT in difficult-to-treat depression.

S16.0 | Inleiding

S16.1 | Een neuroimaging-update over de werkingsmechanismen van ECT
Spreker(s): Jean-Baptiste Belge, MD, PhD, Psychiater i.o., Universitair Psychiatrisch Centrum Duffel & Universiteit Antwerpen, Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen, Collaborative Antwerp Psychiatric Research Institute (CAPRI), Duffel

Elektroconvulsietherapie (ECT) blijft dé  meest effectieve behandeling voor patiënten met een ernstige depressieve stoornis . Met een respons van 70-80% en een remissie van 50-60% blijkt ECT uiterst effectief, zelfs bij therapieresistente gevallen. De onderliggende mechanismen ervan zijn nog niet volledig ontrafeld, ondanks diverse hypothesen zoals de monoaminehypothese, anticonvulsieve hypothese, neuroplastische effecten en immunomodulerende eigenschappen. In deze review bespreken we neuroimaging-onderzoek dat de neuroplastische veranderingen na ECT belicht. Hoewel bewijs suggereert dat ECT veel structurele en functionele hersenveranderingen bij ernstige dressie kan normaliseren, ontbreekt de verbinding tussen deze neurobiologische veranderingen en de opvallende klinische effecten bij depressie. Dit komt mogelijk door beperkte sample sizes in ECT-onderzoek en variaties in gegevensverwerking. Samenwerkingen, zoals het GEMRIC-consortium, dat grote datasets verzamelt, kunnen bijdragen aan een dieper begrip van ECT’s werkingsmechanismen, en zo de klinische effectiviteit ervan verhelderen.

S16.2 | Het gebruik van zelfrapportage vragenlijsten ter opvolging van een (onderhouds)behandeling met ECT bij depressie
Spreker(s): Liselotte Gezels, MD, Psychiater i.o., Universitair Psychiatrisch Centrum Duffel & Universiteit Antwerpen, Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen, Collaborative Antwerp Psychiatric Research Institute (CAPRI), Duffel

Het beoordelen van depressie ernst is van belang bij het maken van behandelkeuzes, met een belangrijke rol voor beoordelingsschalen. Het voorgestelde onderzoek gebruikte de Clinician-Rated 30-item Inventory of Depressive Symptomatology (IDS-C) en de Self-Report versie (IDS-SR) van deze schaal en beoordeelde depressie ernst bij 113 patiënten behandeld met elektroconvulsietherapie (ECT). Specifiek werd onderzocht of zelfbeoordelingsschalen overeenkwamen met de gestructureerde inschatting door een clinicus. Verschillen depressie ernst werden gekwantificeerd door beoordeling van de mate van overeenstemming tussen beide schalen. Ook werd de klinische aanvaardbaarheid van verschillen in beslissingsuitkomst tussen de IDS-C en IDS-SR onderzocht. Deze studie evalueerde of de IDS-SR een gedeeltelijke vervanging zou kunnen zijn voor depressieschalen beoordeeld door de behandelaar, waarbij de IDS-SR zou kunnen fungeren als besluitvormingsinstrument bij het nemen van beslissingen over het behandelschema van een ECT onderhoudskuur. Deze bevindingen hebben bredere implicaties voor de klinische ECT praktijk door het bevorderen van de integratie van patiëntperspectieven in beslissingen over behandeling.Aanvullend werd ook gekeken naar de effectiviteit van een gepersonaliseerde, symptoomgestuurde benadering van onderhouds-elektroconvulsietherapie (ECT) gedurende 6 maanden bij depressieve patiënten die hebben gereageerd op een acute ECT-kuur.

S16.3 | Vroege cognitieve effecten van onderhoudsbehandeling met ECT en lithium bij depressie
Spreker(s): Liese Van den Eynde, MD, Psychiater i.o., KU Leuven, Afdeling Neurowetenschappen, Onderzoeksgroep Psychiatrie, Academisch Centrum voor ECT en Neuromodulatie (AcCENT), Universitair Psychiatrisch Centrum KU Leuven, Kortenberg, Kortenberg

Tijdens het eerste jaar na een behandeling voor depressie zal tot 50% van de patiënten hervallen. Hervalpreventie met antidepressiva of onderhouds-ECT (M-ECT) werd meermaals onderzocht. In de Amerikaanse PRIDE-studie bleek de combinatie van beiden superieur bij een oudere populatie. Een meta-analyse door Lambrichts et al. suggereerde een bijkomend profylactisch effect na toevoegen van lithium aan de onderhoudsbehandeling na ECT. In de multicentrische PRASED-studie onderzochten we het effect van M-ECT en antidepressiva, al dan niet gecombineerd met lithium, als hervalpreventie na een succesvolle ECT kuur voor depressie. Zowel ECT als lithium hebben neurocognitieve effecten, maar de combinatie is tot op heden weinig onderzocht. We bespreken de resultaten van de PRASED-studie, waarin deelnemers na het bereiken van remissie at random werden toegewezen aan een onderhoudsbehandeling met (1) M-ECT en lithium versus (2) M-ECT zonder lithium. Een neuropsychologische testbatterij werd afgenomen bij baseline, na remissie (en randomisatie) en opnieuw na 4 wekelijkse sessies M-ECT. Zo willen we onderzoeken wat de cognitieve effecten zijn van het toevoegen van lithium aan M-ECT.

 

dinsdag 10 september 2024, 16u00 – 17u30
S17 I Tendensen binnen middelengebruik: impact op de praktijk
Voorzitter : Jelissa Boiy, Arts, Kompas vzw, Kortrijk

S17.0 | Inleiding
Spreker(s):

In de verslavingssector en GGZ worden we als professionals geconfronteerd met een breed scala aan problematieken.  Van acute intoxicaties die dringende crisiszorg vereisen, tot de complexiteit van individuen die niet noodzakelijk voldoen aan de DSM-V-criteria voor stoornis in middelengebruik, maar wel schadelijk gebruik vertonen.  Ook het type van gebruikte middelen verandert.  Waar vroeger middelen als heroïne, cocaïne en speed centraal stonden, zien we vandaag een gevarieerder palet aan middelen in de praktijk.  We zien de opkomst van ketaminegebruik in het uitgaansmilieu en de grote beschikbaarheid van nieuwe psychoactieve stoffen zoals Flakka en cathinonen (3-MMC, 3-CMC, mefedrone).  Rond alcohol bestaan reeds enige tijd richtlijnen, die ook enige impact kunnen hebben rond het bespreken van alcoholconsumptie in de GGZ.

In dit symposium willen we dieper ingaan op hoe deze veranderingen het werk in de verslavingszorg beïnvloeden.  We gaan dieper in op de diversiteit aan behandelingsvragen waar we als arts mee geconfronteerd worden.  En denken na over de benaderingen die nodig zijn om effectieve zorg te bieden in het continu evoluerend landschap.

S17.1 | Nieuwe’ drugs?  Ketamine en NPS uitgelicht
Spreker(s): Frederick Van Der Sypt, Arts, De Sleutel Gent, Gent

Waar vroeger middelen als heroïne, cocaïne en speed centraal stonden, zien we vandaag een gevarieerder palet aan middelen in de praktijk.  Zo zien we  de opkomst van ketaminegebruik in het uitgaansmilieu en de grote beschikbaarheid van nieuwe psychoactieve stoffen zoals Flakka en cathinonen (3-MMC, 3-CMC, mefedrone).  Hoe gaan we hier binnen de verslavingszorg mee om?

S17.2 | Alcoholrichtlijnen in de geestelijke gezondheidszorg: noodzaak of bijzaak?
Spreker(s): Hendrik Peuskens, Psychiater, Alexianen Tienen, UPC Leuven, voorzitter VAD, Tienen

Rond alcohol bestaan reeds enige tijd richtlijnen in Vlaanderen.  Deze richtlijnen kunnen een impact hebben op het bespreken van alcoholconsumptie of het uitwerken van een beleid hierrond.  Waarom is het belangrijk om met deze richtlijnen aan de slag te gaan en hoe dwingend zijn deze richtlijnen?

S17.3 | Nieuwe behandeltendensen binnen de verslavingszorg
Spreker(s): Frieda Matthys, Psychiater, Voorzitter Psyche, Antwerpen

Ook binnen de verslavingszorg zijn er (inter-)nationaal verschillende innovatieve behandelmethoden.  Deep brain stimulation, cocaïnevaccin, GHB als substitutie voor alcohol…het zijn maar enkele voorbeelden.  Werken deze zaken en kunnen we er iets mee in de praktijk?

S17.4 | Do’s and dont’s omtrent medicamenteuze behandeling
Spreker(s): Peter Joostens, Psychiater, Alexianen Tienen, ZorGGroep Zin, Tienen

Waarom wordt er bij de ene patiënt wel Bromazepam voorgeschreven en wordt dit bij de andere geweigerd?  Kan Lyrica gezien worden als volwaardig medicijn bij behandeling van verslaving?  Zijn psychedelica binnenkort onmisbaar in de praktijk?  Het moeilijke evenwicht bij het voorschrijven van nieuwe of risicovolle medicatie wordt hier belicht en ingezoomd op factoren waar rekening dient te worden gehouden.

 

dinsdag 10 september 2024, 16u00 – 17u30
S18 I Stop it Now! Voor naasten: hoe draagt ondersteuning van naasten bij aan de preventie van seksueel kindermisbruik?
Voorzitter:
Minne De Boeck, Msc. Criminologie, Criminologe, Universitair Forensisch Centrum en Stop it Now!, Edegem

S18.1 | Stop it Now!: de hulplijn ter preventie van seksueel kindermisbruik
Spreker(s): Minne De Boeck, Msc., Criminologie, Criminologe, Universitair Forensisch Centrum en Stop it Now!, Edegem

Stop it Now! is een laagdrempelige, gratis en anonieme hulplijn voor mensen die zich zorgen maken over hun eigen seksuele gevoelens of gedrag ten aanzien van minderjarigen, alsook voor hun naasten. Het specifieke hulpaanbod voor partners, familieleden en vrienden van (potentiële) kindermisbruikers is beperkt. Bovendien ervaren zij vaak stigmatiserende reacties en problemen op verschillende domeinen. Naasten van (potentiële) plegers spelen echter een essentiële rol in de preventie van seksueel kindermisbruik, alsook verdienen zij ondersteuning bij hun bezorgdheden. In deze presentatie wordt dieper ingegaan op het Stop it Now! project en de ervaringen met naasten aan de hulplijn, alsook welke noden daaruit zijn ontstaan.

S18.2 | De dag die ik nooit meer vergeet: de noden van naasten van (potentiële) plegers
Spreker(s): Schuerwegen Alana, Bsc., Toegepaste psychologie Toegepaste psychologie Universitair Forensisch Centrum en Stop it Now!, Edegem

Stop it Now! tracht de hiaten in het hulpaanbod voor naasten van (potentiële) plegers in te vullen met een specifiek aanbod: een specifieke website met online zelfhulp en tools, een online forum en lotgenotengroepen. Met het forum en de lotgenotengroepen ondersteunt Stop it Now! naasten in hun zoektocht naar antwoorden, begrip, steun en erkenning. Niet alleen door professionals, ook door lotgenoten met elkaar in contact te brengen. Door het bieden van inzichten en ondersteuning aan een vaak gestigmatiseerde groep draagt Stop it Now! tevens bij aan de preventie van seksueel kindermisbruik. In deze presentatie gaan we nader in op dit specifieke hulpaanbod voor naasten vanuit Stop it Now!, de werking van het forum en de organisatie van de lotgenotengroepen, alsook welke noden en uitdagingen hierbij spelen.

S18.3 |Naasten van (potentiële) plegers in de GGZ: hoe ermee aan de slag en waar kan Stop it Now! aan bijdragen?
Spreker(s): Schuerwegen Alana, Bsc., Toegepaste psychologie Toegepaste psychologie Universitair Forensisch Centrum en Stop it Now!, Edegem

De laatste presentatie zal nader ingaan op hoe Stop it Now! door de hulp aan naasten bijdraagt aan preventie, alsook welke noden en uitdagingen hierbij spelen. Dit wordt uitvoerig gekaderd door de toepassing van een casus, waarbij ook in interactie zal worden gegaan met het publiek over hoe zij kunnen reageren op de confrontatie met naasten van (potentiële) plegers binnen de GGZ. Een specifieke tool die Stop it Now! heeft ontwikkeld zal daarbij worden aangerijkt. Tot slot zal de discussie worden geopend hoe ook de reguliere GGZ kan bijdragen aan de ondersteuning van deze doelgroep, al dan niet in samenwerking met Stop it Now!.