Mededelingen
11u30-13u00 – mededelingen
M01 JONGVOLWASSENEN & NAASTEN
M01.1 PROSPECT, veerkrachttraining voor Naasten
Jonckheere Mich, Historica KUL, Familie-ervaringsdeskundige Similes/SPPiT SaVHA?! + BPGG, Ganshoren (Brussel)
PROSPECT Family and Friends Training van EUFAMI – de Europese Similes – wordt al 20 jaar door familie en naasten als een waardevolle ervaring en ondersteuning beschouwd. Sinds korte tijd pas wordt het programma in België toegepast door hiervoor opgeleide en door EUFAMI erkende familie-ervaringsdeskundigen. Deze training – voor en door naasten – geldt als een bijdrage aan de verbetering van de levenskwaliteit van de mantelzorger. Het moedigt aan, geeft hoop en opent nieuwe perspectieven door middel van co-constructie en intercollegiaal begrip en kennis, waardoor de mantelzorger over betere coping-vaardigheden beschikt voor zijn verdere leven en dat van zijn context. Het programma werd in 2022 opgefrist door een projectpartnerschap van 6 bij EUFAMI aangesloten organisaties. Het werd geactualiseerd en aangepast aan de huidige evolutie binnen de GGZ. Finland en Spanje speelden een belangrijke rol met de “Prospect Toolbox” van Miia Kajaani en met hun bijdragen over het thema welzijn, gericht op zelfzorg en zelfcompassie. Prospect is een organisch proces dat loopt over een 20 uren groepswerking in 10 modules rond inzicht krijgen in de eigen beleving, emotionele en fysieke reacties op zijn moeilijke gewijzigde situatie, het levend verdriet rond het verlies van de getroffen naaste en het zoeken naar eigen haalbare doelstellingen op korte, middellange en lange termijn voor een zinvol (samen)leven.
Referentie: EUFAMI Prospect Family and Friends Training Programme 2024
M01.2 Deining: groepstherapie voor ouders van ernstig geïsoleerde (jong)volwassenen
Kegels Eline, Klinisch psycholoog en systeemtheoretisch psychotherapeut
Steeds meer (jong)volwassenen trekken zich volledig terug in hun kamer en verliezen het contact met zowel hun gezin als de buitenwereld. Dit fenomeen, ook bekend onder de naam Hikikomori, gaat gepaard met complexe psychiatrische en sociale problemen en stelt hulpverlening voor een grote uitdaging. Deze cliënten zijn immers amper of niet meer bereikbaar of bereid tot ondersteuning. Tegelijk staan ouders onder zware druk. Zij ervaren gevoelens van falen, machteloosheid en frustratie, terwijl ze blijven zoeken naar manieren om hun kind te helpen zonder de relatie verder te belasten. Wanneer directe hulp voor de jongere niet mogelijk is, ontstaat de vraag: hoe kunnen we ouders ondersteunen op een manier die wél beweging creëert?
Vanuit die nood werd de oudergroep ‘Deining’ ontwikkeld. De naam verwijst naar het in beweging brengen van stilstaand water: kleine, betekenisvolle veranderingen die een vastgelopen situatie opnieuw dynamiek doen ontstaan. Tijdens deze presentatie wordt de opbouw van de groep toegelicht, inclusief de onderliggende rationale, gebruikte oefeningen en beoogde effecten. Daarnaast wordt ingegaan op de wisselwerking tussen verschillende vormen van isolatie binnen gezinnen, en hoe het werken met ouders indirect verandering kan stimuleren bij geïsoleerde cliënten. Er wordt afgesloten met feedback en ervaringen van deelnemende ouders.
M01.3 Gedeelde zorgverantwoordelijkheid leidt tot verbinding: aan de slag met de familietevredenheidsmeting
Van Lierde Elke, Wetenschappelijk medewerker, Familieplatform, Berchem
Familieleden spelen een belangrijke rol in het zorgproces van hun naaste, maar hun eigen noden, ervaringen en verwachtingen blijven vaak onderbelicht. De Familietevredenheidsmeting (FTM) is een door het Familieplatform ontwikkeld meetinstrument waarmee zorgorganisaties systematisch de ervaringen, behoeften en percepties van familieleden in kaart kunnen brengen. De FTM bevraagt niet alleen tevredenheid over de geboden zorg aan hun naaste, maar ook hoe familieleden zelf worden geïnformeerd, benaderd, ondersteund en betrokken binnen de zorgorganisatie. In deze presentatie bespreken we de opzet en toepassing van de familietevredenheidsmeting binnen diverse zorgsettings, illustreren we hoe de resultaten bijdragen aan het identificeren van sterktes en verbetermogelijkheden in familievriendelijke zorg, en tonen we hoe organisaties deze inzichten kunnen inzetten om hun familiebeleid te versterken. Door concrete voorbeelden uit de praktijk tonen we aan hoe deze meting helpt om zorgverleners, cliënten en familie dichter bij elkaar te brengen. Beoogd leerdoel: Deelnemers leren hoe de Familietevredenheidsmeting kan worden ingezet als instrument voor kwaliteitsverbetering en participatief familiebeleid. Na de sessie kunnen zij beschrijven wat de meerwaarde is van feedback van familieleden in zorgcontexten en hoe zij mogelijke meetresultaten kunnen vertalen naar gerichte acties binnen hun eigen organisatie.
Referentie: Familieplatform vzw. (2021). Kwaliteit van zorg: het familieperspectief. Ontwikkeling en validering FamilieTevredenheidsMeting. Onderzoeksrapport, Antwerpen.
M01.4 Proefontslag bij jongvolwassenen met een psychische kwetsbaarheid: een exploratieve kwalitatieve studie (Perspectief jongvolwassenen én hun hulpverleners)
Debyser Bart, Doctor in gezondheidswetenschappen, Onderzoeker/projectmedewerker, PPC Pittem, Tielt
Lotte Oosterlinck, PPC Pittem, Tielt
Jongvolwassenen met mentale problemen hebben nood aan een leeftijdsspecifiek hulpverleningsaanbod tijdens hun overgang naar volwassenheid. Onderzoek naar therapeutische interventies in residentiële settings blijft beperkt. Een onbegrepen interventie is het proefontslag: een tijdelijke terugkeer naar huis gevolgd door heropname. Deze studie onderzoekt welke betekenis jongvolwassenen (JV) en hulpverleners (HV) geven aan proefontslag en hoe zij dit ervaren binnen een herstelgericht traject. Methode: exploratieve kwalitatieve studie met 10 interviews met JV (18–23 jaar) en 13 met HV. De data werden thematisch geanalyseerd volgens Braun & Clarke (2006), aangevuld met meerdere rondes onderzoekerstriangulatie. Resultaten: JV ervaren het proefontslag eerst als bevreemdend en spannend, later als een betekenisvolle realiteitstoets die groei stimuleert. Het biedt realistische feedback, helpt reactiepatronen herkennen en ondersteunt gedragsbijsturing. De mate waarin HV relationeel en contextueel afstemmen op de specifieke moeilijkheden van het proefontslag, blijkt cruciaal. HV hanteren een uitgesproken positieve, gedeelde visie. Proefontslag zien ze als een structurerend onderdeel van het behandeltraject, met kansen voor JV, hun context én voor HV zelf. Het wordt beschouwd als een moment van her-afstemming, oefenen, het voorkomen van cocooning, het versterken van loslaten en vertrouwen. Variaties in begeleidingsstijl (structuur-, relatie- en autonomiegericht) onderstrepen het belang van individuele afstemming. Conclusie: proefontslag brengt praktische en emotionele moeilijkheden mee, maar kan een waardevolle groeikans zijn. Dit vraagt HV die sensitief aansluiten bij de leefwereld van JV, resoneren met hun specifieke uitdagingen en dit verankeren binnen een veilige therapeutische relatie. Brugactiviteiten in de thuiscontext versterken de transfer en ondersteunen een duurzaam traject richting definitief ontslag.
Referentie: Debyser, B., Everaert, G., Deproost, E., Oosterlinck, L., & Verhaeghe, S. (2025). Proefontslag bij jongvolwassenen met een psychische kwetsbaarheid: een exploratieve kwalitatieve studie. Tijdschrift voor Psychiatrie, 67(9), 515–521.
M02 VERSLAVINGSZORG
M02.1 Een ‘junk’ of ‘iemand met een drugprobleem’? Het belang van beeld en taal bij stigma.
Evenepoel Tom, bachelor, coördinator, De Druglijn (VAD vzw), Brussel
Er is de voorbije jaren vooruitgang geboekt in de bespreekbaarheid van geestelijke gezondheidsproblemen. Er is nog veel werk aan de winkel, maar de beeldvorming is beter dan voordien. Maar hoe ver staan we als het gaat over mensen die worstelen met verslaving? Het stigma is op dat vlak veel groter, het respect en het begrip veel kleiner, het oordeel vaak moreel gekleurd. Deze mededeling wil toelichten waarom dat zo is. En vooral suggesties doen hoe we daar kunnen aan werken met taal en beeldtaal. Woorden geven betekenis aan de wereld rondom ons. Een neutralere (beeld-)taal voorkomt marginalisering en ‘ontmenselijking’ van de persoon waarover men het heeft. Stigma betekent immers dat iemand niet langer wordt benaderd als persoonlijkheid in al haar facetten maar als een stereotype. Dat heeft niet alleen op de betrokkene zelf maar ook op naasten een grote negatieve impact. De behandelkloof voor alcoholproblemen wordt geschat op 18 jaar. Voor illegale drugs is de drempel vaak nog groter. Er is een verband tussen de schaamte en schuldgevoelens om een gokprobleem en suïcidaliteit. Redenen genoeg voor iedereen die met cliënten en patiënten werkt om zich mee in te zetten tegen stigma en voor een betere beeldvorming. Een paar jaar geleden werkte VAD samen met de Vereniging voor Vlaamse Journalisten aanbevelingen uit voor de pers. Maar laat ons niet vergeten dat we als hulpverleners verantwoordelijk zijn voor de taal die we hanteren. In hoe we in elke interactie mensen en hun problemen benoemen, kunnen we een verschil maken.
Referentie: Inspiratietekst ‘Taal en stigma’, Evenepoel, Tom (2020), VAD vzw (https://vad.be/catalogus/inspiratietekst-taal-en-stigma/)
M02.2 Van intoxicatie naar inzicht: bevindingen en tools uit de praktijk
Reniers Jana, Klinisch psycholoog, Psycholoog, ZAS, Wilrijk
Verboven Lieve, Klinisch psycholoog, Psycholoog, ZAS, Wilrijk
ZAS Zorgpad Alcohol en andere Drugs voor Jongeren biedt een kort en laagdrempelig nazorgtraject aan voor jongeren tot 25 jaar die op spoed terechtkwamen met een alcohol- en/of middelenintoxicatie. Daarnaast kunnen betrokken hulpverleners met bezorgdheden hieromtrent jongeren ook rechtstreeks doorverwijzen. Vanuit deze klinische ervaring brengen de psychologen van het Zorgpad relevante inzichten, bevindingen en tools om zelf mee aan de slag te gaan.
Referentie: (1) Van der Lely, N. (2025). Stop met alcohol voor jongeren – waarom dat moet en hoe het kan. (2) Van Roosendaal, H. (2025). From Awareness to Action: the prevention of alcohol misuse in Belgian youth.
M02.3 Individu of groep? Reflecterend overzicht houden op verslavingszorg
Debusscher Eva, Psychiater – systeempsychotherapeute, Beleidspsychiater verslavingszorg, PPC Pittem, Pittem
Individu of groep? Reflecterend overzicht houden op een afdeling verslavingszorg. In deze mededeling nemen psychiater Eva Debusscher en hoofdpsycholoog Jens Demeyer deelnemers mee in het dagelijks werken op een opnameafdeling verslavingszorg van PPC Pittem. Wanneer mensen worden opgenomen, stappen zij niet alleen een behandeling binnen, maar ook een groep: een ‘mini-maatschappij’ waarin relationele patronen, impulsiviteit en afhankelijkheid zich vaak sneller en scherper tonen dan in individuele contacten. De groep wordt zo een actor op zich, met een eigen dynamiek die voortdurende afstemming vraagt. Vanuit de praktijk van Verslavingszorg Pittem laten de sprekers zien hoe zij zoeken naar een werkbaar evenwicht tussen individuele zorg en het reguleren van het samenleven in groep. Vertrekkend vanuit een visie op verslaving als problematiek van reactiviteit en impulsverlies, ontwikkelde het team methodieken die expliciet inzetten op vertraging, reflectie en gedeelde verantwoordelijkheid. Aan bod komen onder meer visieontwikkeling, het onderscheid tussen regels en afspraken, zorgpadontmoetingen en een groepssessie ‘Visie’ voor nieuw opgenomen patiënten. Aan de hand van concrete casuïstiek en alledaagse situaties – ogenschijnlijk banaal maar vaak betekenisvol – wordt zichtbaar hoe ‘goede(n) genoeg zorg’ vorm krijgt: niet door alles te willen controleren of oplossen, maar door helder te kaderen, dialoog mogelijk te maken en het niet-weten te verdragen.
M02.4 De kasteelmetafoor: een ervaringsgerichte brug tussen schematherapie en Internal Family Systems in de verslavingszorg
Paesen Wendy, Maatschappelijk assistent / psychotherapeut, Leefgroepbegeleider/psychotherapeut, Katarsis vzw, Genk
Een gids voor het begrijpen en begeleiden van je innerlijke delen. Stel je voor dat jouw innerlijke wereld eruitziet als een kasteel. In dit kasteel wonen verschillende delen van jezelf, ieder met een eigen rol, behoefte en bedoeling. Samen vormen ze jouw innerlijke systeem. Met dit spel en deze metafoor krijg je zicht op die delen, zodat je kan begrijpen wat er binnen in je gebeurt, hoe je meer inzichten, verbinding en balans kunt creëren. De kasteelmetafoor wordt vormgegeven als een speldoos met een spelbord, pionnen en kaartjes die de verschillende innerlijke delen representeren. Tijdens een sessie verkennen we samen deze delen — het blije kind, het gekwetste kind, de rechters, de beschermers en de gezonde volwassene. In eerste instantie brengen we deze delen zorgvuldig in kaart. Vervolgens onderzoeken we hoe zij zich tot elkaar verhouden: welke interacties er zijn, waar spanningen ontstaan en op welke manieren de delen elkaar kunnen ondersteunen en versterken. Vanuit dit proces zoeken we samen naar nieuwe, meer passende en veilige manieren om contact aan te gaan met anderen en met de wereld.
Referentie: Schwartz, Richard C. Alle delen welkom. Uitgeverij Mens. Young, Jeffrey. Schemagerichte therapie, handboek voor therapeuten. Bohn Stafleu Van Loghum.
M03 BETEKENIS IN BEELD
M03.1 Herstel en veerkracht in woorden en beelden. Kwalitatief onderzoek en fotoproject binnen Buddywerking Vlaanderen
Leekens Evy, Psychologisch consulent, Regionale medewerker Buddywerking Vlaanderen, CGG Zuid-Oost-Vlaanderen, Aalst
Deze mededeling brengt de resultaten van een kwalitatief onderzoek van Deborah Puylaert (2025) naar de betekenis van buddywerking voor herstel en veerkracht bij mensen met een psychische kwetsbaarheid, en het daaruit voortvloeiende fotoproject Expo Transitions. Via diepte-interviews met deelnemers uit verschillende regio’s werd onderzocht hoe zij de buddyrelatie beleven en welke impact deze heeft op hun herstelproces. De interviews werden geanalyseerd aan de hand van het CHIME-model (Connectedness, Hope, Identity, Meaning, Empowerment), een erkend kader binnen herstelgerichte zorg. De resultaten tonen aan dat buddywerking herstel en veerkracht versterkt. Deelnemers ervaren meer rust, zelfvertrouwen en sociale veiligheid. De buddyrelatie brengt beweging waar eerder stilstand was: van eenzaamheid naar ontmoeting en van wanhoop naar hoop. Parallel aan het onderzoek werd met dezelfde deelnemers een portretreeks ontwikkeld. Dit beeldend proces bood deelnemers bijkomende ruimte voor reflectie en inzicht, en had een positieve impact op hun zelfbeeld en betekenisgeving. De portretten vormen samen Expo Transitions, een reizende tentoonstelling die individuele herstelverhalen zichtbaar maakt en verbindt met een bredere maatschappelijke dialoog over kwetsbaarheid en verbinding. De mededeling belicht de impact van buddywerking op drie niveaus: het herstel van deelnemers, het effect van narratief en beeldend onderzoek op zelfinzicht, en de maatschappelijke impact van kunst als middel voor sensibilisering en positieve beeldvorming. Leerdoel: na deze mededeling hebben deelnemers inzicht in de impact van buddywerking op herstel en veerkracht, en in hoe kwalitatief en beeldend onderzoek kan bijdragen aan zowel individueel herstel als maatschappelijke bewustwording.
Referentie: Eindwerk. Puylaert, D. (2025). De betekenis van buddywerking voor herstel en veerkracht. Kwalitatief onderzoek binnen Sociaal Werk, onder begeleiding van Buddywerking Vlaanderen.
M03.2 Project Binnenstebuiten: van onzichtbare machteloosheid naar beeldende betekenis
Verheyen Els, Klinisch psycholoog, Coördinator, ANBN vzw, Leuven
Mensen met eetstoornissen en hun familieleden ervaren vaak een diepe machteloosheid door onzichtbaar psychisch lijden en onzekere hersteltrajecten. Woorden schieten hierbij regelmatig tekort, wat het delen van ervaringen en het opbouwen van vertrouwen bemoeilijkt. In deze mededeling stellen we een praktijk voor die deze machteloosheid erkent en tegelijk nieuwe vormen van verbinding mogelijk maakt. We stellen hierbij Binnenstebuiten voor: een participatief beeld- en verhalenproject van eetstoornisvereniging ANBN vzw dat inzet op eigenaarschap, gedeelde betekenisgeving en (zelf-)vertrouwen via creatieve methodieken. Binnenstebuiten startte als een videoproject waarin mensen met een eetstoornis hun ervaringen deelden. In 2026 wordt het project uitgebreid met photovoice-trajecten, waarbij deelnemers de impact van hun onzichtbare ziekte visueel in beeld brengen. Deze beelden vormen het vertrekpunt voor begeleide groepsgesprekken waarin zowel verschillen als gedeelde onderliggende thema’s worden verkend, ook buiten klassiek lotgenotencontact. Het project toont hoe beeldend werken kan bijdragen aan het doorbreken van isolement, het versterken van eigenaarschap over het eigen (herstel)verhaal en het laten groeien van autonomie, verbondenheid en competentie in onzekere contexten.
Referentie: https://anbn.be/binnenstebuiten/
M03.3 Caught in the act of meaning – een casestudy over het gevangenisradioproject ‘Radio Begijnenstraat’
Lohmann Katrin, Master in het drama, postgraduaat psychotherapie, bachelor arts therapies (dramatherapie), psychotherapeut, documentaire maker, acteur, dramatherapeut, hell-er vzw, Antwerpen
Radio Begijnenstraat wordt sinds 2012 wekelijks georganiseerd op de psychiatrische afdeling van de gevangenis van Antwerpen. Deze “Vleugel F” huisvest ongeveer 60 personen met ernstige, meestal chronische psychiatrische aandoeningen, van wie velen “geïnterneerd” zijn — dus niet strafrechtelijk verantwoordelijk werden geacht. Het project vertrekt vanuit het inzicht dat opsluiting psychisch leed veroorzaakt én versterkt. In deze presentatie gaat Katrin dieper in op de deelnemers en hun eigen creatieve manieren om de texturen van het institutionele leven te verwoorden, de paradoxale strategieën om erin te overleven en de momenten van verbondenheid die door creativiteit mogelijk worden. Als kunstproject geeft Radio Begijnenstraat voorrang aan vorm, stijl en creatieve handelingsvrijheid, eerder dan aan psychiatrische diagnose of juridische status. Stemmen — intiem, instabiel, humoristisch, poëtisch — scheppen een wereld die groter is dan de cel. Radio Begijnenstraat is geen conventionele vorm van psychotherapie. Het vraagt geen inzicht, berouw of motivatie tot verandering. In plaats daarvan biedt het een esthetisch vat voor lijden — een ruimte waarin expressie kan worden gevormd tot deelbare, communiceerbare gestalten. Binnen dit creatieve proces kunnen therapeutische effecten ontstaan, maar artistieke finaliteit blijft centraal. Uiteindelijk toont Radio Begijnenstraat de waarde aan van participatieve kunst in forensisch-psychiatrische contexten. Het biedt structuur, betekenisgeving, empowerment en gemeenschap, terwijl het cultureel relevante werken produceert die dominante verhalen over gedetineerde personen met psychiatrische aandoeningen uitdagen. Deze casestudy illustreert hoe artistieke praktijk welzijn, expressiviteit en waardigheid kan bevorderen op plaatsen waar autonomie beperkt is en traditionele therapeutische benaderingen vaak tekortschieten.
Referentie: Leistedt S., Bongaerts X., Macquet D. Forensic psychiatry in Belgium in 2021: An overview of the current situation. Forensic Science International: Mind and Law. https://doi.org/10.1016/j.fsiml.2021.100047.
14u00-15u30 – mededelingen
M04 CRISISZORG
M04.1 Goed genoeg in crisistijd: een (h)echte ontmoeting in tijden van onzekerheid?
Helssen Joris, bachelor verpleegkundige in de ggz en medisch sociale wetenschappen, begeleider/verpleegkundige, MPCT (mobiel psychiatrisch crisisteam) Multiversum, Mortsel
Lynn Van Camp, PhD, Klinisch Psychologe – Zorginhoudelijk coördinator MPCT Multiversum Mortsel
Kris Luyckx, Verpleegkundige BBT GGZ, kaderopleiding PVI, juridisch expert in de VPK, begeleider in de thuiscontext MPCT Multiversum Mortsel
Werken in een mobiel crisisteam is een oefening in een menselijke ontmoeting onder hoogspanning. In de thuiscontext vervaagt de traditionele, klinische afstand. De hulpverlener is te gast en stemt zich af op de leefwereld van de cliënt en de context. Dit vraagt om een houding van oprechte nieuwsgierigheid, nederigheid en respect. Binnen deze gelijkwaardige positie ontstaat vaak snel een krachtig mandaat, waarbij cliënten zich kwetsbaar durven opstellen. In de tijdelijke samenwerking, van maximaal zes weken, ligt de focus niet op perfectie of protocolgetrouw handelen, maar op een authentieke, professionele begeleiding waarin twijfel mag bestaan en meerdere perspectieven worden verkend. De crisis wordt hierbij niet enkel gezien als een moment van ontregeling, maar als een kans om beweging te brengen bij de cliënt, diens netwerk en de begeleiding zelf. Door ruimte te laten voor nuance en samenwerking met de context verschuift een gevoel van machteloosheid naar gedeeld vertrouwen en herstel. Doel: deze mededeling wil inspireren vanuit de praktijkervaring. Hoe mobiele crisiszorg kan bijdragen aan vertrouwen, verbinding en herstel, ook binnen de beperkte tijd en onder hoge druk. En hoe mobiele crisiszorg waardevol aanvullend is in het veld van de geestelijke gezondheidszorg.
Referentie: Pattyn, B., & d’Hoine, P. (Red.). (2023). Weten wat telt in tijden van crisis (Lessen voor de eenentwintigste eeuw, 29). Peeters Publishers.
M04.2 Aanklampende zorg in beeld: tussen wantrouwen en vertrouwen
Pillen Sara, Kinder- en jeugdpsychiater, RADAR, Drongen
Sinds het najaar van 2023 biedt de proeftuin Transitieleeftijd mobiele, intensieve en aanklampende hulpverlening aan jongvolwassenen tussen 16 en 24 jaar met complexe geestelijke gezondheidsnoden. Het gaat om jongeren die hulp mijden of ambivalent staan tegenover hulpverlening. Toch slaagt de begeleiding erin om stap voor stap vertrouwen op te bouwen. Methodiek: na drie jaar werken worden de begeleidingstrajecten geëvalueerd. Daarbij wordt enerzijds de werking van de proeftuin belicht en anderzijds wordt stilgestaan bij de dynamiek tussen vertrouwen en wantrouwen in het hulpverleningsproces. We linken de geleerde lessen uit de praktijk met wat we weten vanuit emotionele ontwikkeling en het werken volgens de principes van AMBIT. Tot slot staan we stil bij de zin van een oriëntatiefase bij de start van een traject.
Referentie: De Belie, E., & Verhasselt, J. (2022). Emotionele ontwikkeling in verbinding: mentaliserend coachen van begeleiders van kinderen en jongeren met complexe gedragsproblemen. Garant Uitgevers. Jessurun, H., Bevington, D., Fuggle, P., & Anthonio, G. (2015). Outreachend mentaliserend werken met moeilijk te bereiken jongeren-AMBIT: Uitgangspunten en basishouding. Tijdschrift Vereniging voor Kinder-en Jeugdpsychotherapie (VKJP), 42(3), 44-56.
M04.3 Crisiszorg: waar en voor wie? Van cijfers naar praktijk
Kubicek Camille, Klinisch psycholoog, Onderzoeker, KU Leuven, Leuven
Auteurs: Prof. Ronny Bruffaerts, Dr. Leontien Jansen en Camille Kubicek. Binnen de geestelijke gezondheidszorg wordt de afgelopen jaren sterk ingezet op de-institutionalisering en een meer gemeenschapsgerichte organisatie van zorg. Tegelijk is het aantal personen dat behandeling zoekt voor hun psychische problemen sterk gestegen, vooral op de eerste lijn en in meer urgente settings, zoals de spoedgevallendiensten. Niet enkel de uitbouw van de urgente en crisis-ggz zijn nieuwe initiatieven, maar ook de ontwikkeling van High & Intensive Care-units (‘HIC’) en de terugbetaling van eerstelijnspsychologische zorg zijn belangrijke stappen binnen deze hervormingen.
Deze parallelle innovaties roepen de vraag op in welke mate deze effectief tegemoetkomen aan patiënten die hulp zoeken in crisis. Op basis van drie epidemiologische databanken inzake HIC-units in België (n≈900, Bruffaerts et al., 2025), spoedgevallendiensten (n≈54.000, Van Eldere et al., ingediend) en de eerstelijnspsychologische conventie (n≈2.800, Jansen et al., 2024) schetsen we het socio-demografische en klinische profiel van de patiënten die via deze wegen hulp zoeken. Deze bevindingen willen wij tijdens deze voordracht voorstellen maar ook toetsen aan de klinische praktijk. Zo willen wij beter begrijpen wie op welk aanmeldpunt hulp zoekt en hoe organisatie van de zorg geoptimaliseerd kan worden tot een geïntegreerd zorgsysteem.
Referentie: Bruffaerts R, Vandenhout K, Kutten B, Jossa H, Kubicek C, Claes S, Demunter H. L’implantation des soins psychiatriques High and Intensive Care en Belgique. Acta psychiatrica Belgica 2025, 125(2), 16-26. Jansen L, Glowacz F, Bruffaerts R. (Eds.) Eerstelijnpsychologische zorg in België / La psychologie de première ligne en Belgique. Brussels: Academic and Scientific Publishers, 2024. Van Eldere L, Claes S, Sabbe M, Peeters E, Bruffaerts R. Suicidal thoughts and behaviors among patients presenting to the emergency room, 2002-2022. Psychiatria Danubina, under review.
M05 WACHTTIJDEN
M05.1 Groene zorg als wachtverzachter
Sinnesael Nathalie, bachelor in de verpleegkunde optie psychiatrie, Zorgboerin, Zorgboerderij De Stege vzw, Desselgem
Vanuit praktijkervaring de successen en methodieken meegeven vanuit een zorgboerderij die zich inzet voor jongeren met psychische kwetsbaarheid. Hoe kan groene zorg een positieve invloed hebben op schooluitval of de wachttijd op gepaste hulp in de geestelijke gezondheidszorg verzachten.
Referentie: Lohuis Gerard (2018). Krachtgericht werken. swp, uitgeverij B.V. Dirk den Hollander, Jean-Pierre Wilken, Frank Meeuwsen (2012). Integrale rehabilitatiebenadering. swp, uitgeverij B.V.
M05.2 Wat als er genoeg is?
Hemmelder Vivian, Master Neurobiologie, Stafmedewerker kwaliteit, UPC KU Leuven, Kortenberg
De Grave Jo, master biomedische wetenschappen/organisatie van de gezondheidszorg, expert-lid (werkgroep wachttijden) Staten Generaal Geestelijke Gezondheid, werkgroep wachttijden SGGG, Sint-Amandsberg
Wachtlijsten, personeelstekorten, een almaar groeiende zorgvraag. De krantenkoppen zijn het over één ding eens: geestelijke gezondheidszorg is schaars, en wordt in de toekomst alleen nog maar schaarser. Onbedoeld zetten deze berichten een van de oudste marketingstrategieën in gang: hoe schaarser een product (in dit geval psychische hulp), hoe meer we het willen hebben. In de economische wetenschap kennen ze het als het ‘schaarsteprincipe van Cialdini’. Hoe zou de ggz eruitzien als we geen schaarste zouden ervaren? Hoe groot zou de vraag naar zorg dan zijn? De stress bij medewerkers? Hoe zouden behandeling en afronding van trajecten er dan uitzien? Zouden we eerder kunnen zeggen ‘het is voor nu goed genoeg’? In deze mededeling neem ik de toehoorders mee in een gedachtenexperiment waarin we een andere ggz verkennen: een van genoeg tijd, genoeg ruimte, genoeg middelen, genoeg medewerkers en genoeg patiënten. Ik hoop met deze andere manier van kijken te prikkelen tot reflecties en ideeën voor een andere verhouding tot schaarste in ons werk.
Referentie: Cialdini, Robert (2021). Influence, New and expanded: The Psychology of Persuasion. New York, Harper Business.
M05.3 Niet de wachttijd telt, maar de hersteltijd: ‘Time to Symptom Normalisation’ (TSN) als nieuwe uitkomstmaat voor de GGZ
Koeck Paul, Geneesheer, filosofie, cognitieve oplossingsgerichte therapeut, systeemtherapeut, hypnotherapeut, sportgeneeskunde, MBA, Hoofdgeneesheer MijnKwartier.be, MijnKwartier.be, Antwerpen
Achtergrond. Wachttijden in de GGZ meten hoe lang een patiënt wacht op een eerste afspraak, niet hoe snel hij herstelt. Wij introduceren Time to Symptom Normalisation (TSN): de totale tijd van aanmelding tot normalisatie van klachten, inclusief wachttijd, intake en behandeling. Methode. Retrospectieve analyse van meer dan 10.000 deelnemers (2011–2026) aan MijnKwartier.be. DASS-21 en levenstevredenheid (0–10) gemeten bij aanvang, wekelijks, bij afsluiting en bij follow-up tot 15 jaar. Bij online zelfhulp vallen wachttijd en intake weg; TSN = behandelduur tot normalisatie. Resultaten. Mediane TSN < 4 weken. Na 30 dagen: stressscore –60%; na 49 dagen: –70%. Levenstevredenheid +40%. In de reguliere GGZ bedraagt alleen al de wachttijd 2–12+ maanden, vóór behandeling begint. Conclusie. TSN verschuift het perspectief van “hoe lang wacht de patiënt” naar “hoe snel herstelt de patiënt.” Als KPI naast wachttijdmetingen maakt TSN behandeleffectiviteit direct vergelijkbaar. Leerdoel. De toehoorder kent TSN als patiëntgericht kwaliteitscriterium voor de GGZ.
Referentie: Lovibond, S.H. & Lovibond, P.F. (1995). Manual for the Depression Anxiety Stress Scales. Sydney, Psychology Foundation of Australia.
M05.4 Mobiele technologie voor het voorspellen van depressieve episodes
Vander Zwalmen Yannick, Klinische psychologie, Postdoctoraal onderzoeker, Universiteit Gent, Gent
Vroegtijdige detectie van veranderingen in depressieve symptomen is essentieel voor tijdige interventies. Mobiele en draagbare technologieën maken continue, onopvallende monitoring van gedrags-, psychologische en fysiologische gegevens mogelijk, wat nieuwe mogelijkheden biedt voor digitale fenotypering en Just-In-Time (JIT) voorspelling van depressie. In ons onderzoek synthetiseerden we de bevindingen van 52 studies om veelgebruikte kenmerken te identificeren, hun voorspellende waarde te evalueren en methodologische benaderingen te beoordelen. Vaak onderzochte kenmerken waren onder andere locatiegegevens, slaapgegevens, fysieke activiteit, communicatiepatronen, hartslagvariabiliteit en zelfrapportage van de stemming. Kenmerken zoals de tijd die thuis men werd doorbrengt, slaapvariabiliteit en verminderde mobiliteit waren sterk geassocieerd met depressieve symptomen. Het combineren van fysiologische, gedrags- en zelfrapportagegegevens verbeterde de voorspellingen. Gepersonaliseerde modellen en methoden voor anomaliedetectie presteerden beter dan gegeneraliseerde modellen bij het voorspellen van individuele symptoomveranderingen. Over het geheel genomen tonen mobiele en draagbare gegevens een groot potentieel voor JIT-depressievoorspelling.
Referentie: 1. Vander Zwalmen, Y., Maerevoet, M., Coenen, T., Chen, S., De Brouwer, M., Hoorelbeke, K., Vanderhasselt, M., Van Hoecke, S., Bombeke, K, Koster, E.H.W., & de Raedt, R. Mobile Technology for Just-in-Time Prediction of Depression: A Scoping Review. Geaccepteerd voor publicatie in Nature Mental Health. 2. Coenen, T., Maerevoet, M., Chen, S., De Brouwer, M., Van Hoecke, S., Koster, E. H., Vanden Abeele, M. M., & Bombeke, K. (2025). Requirements and concerns of individuals remitted from depression for an early relapse detection mHealth App: Focus Group study. JMIR Mhealth and Uhealth, 13, e67141. https://doi.org/10.2196/67141
M06 ARBEIDSTRAJECTEN
M06.2 IPS werkt! Hoe betaald werk wél mogelijk is met de juiste samenwerkingen
Henckens Daan, bachelor Sociaal Werk, Stafmedewerker GTB, Gent
Tijdens deze mededeling willen we tonen hoe betaald werk voor cliënten met een matige tot ernstige psychiatrische aandoening mogelijk is. We geven een zéér korte introductie van het model van IPS (individuele plaatsing en steun) en de resultaten van het onderzoek over IPS van de ULB. We willen echter vooral plaats maken voor een getuigenis van een cliënt en een werkgever. In dit gesprek willen we enerzijds stilstaan bij de zoektocht naar werk. Wat waren hier de succesfactoren? Anderzijds willen we stilstaan bij de vraag wat betekent werk voor de cliënt en wat heeft IPS betekend voor de werkgever?
Referentie: Om meer te weten te komen over de evidence based methode van IPS: https://ipsworks.org/wp-content/uploads/2019/12/Final-Fidelity-Manual-Fourth-Edition-112619.pdf
16u00-17u30 – mededelingen
M07 DWANG
M07.1 Als zorg dwingt
Verkest Annelies, Master verpleeg- en vroedkunde, Lector verpleegkunde – domein GGZ Hogeschool Vives campus Brugge, Brugge
Inzicht in beweegredenen van verpleegkundigen om dwingende interventies toe te passen in de GGZ.
Referentie: Verkest, Annelies; Debyser, Bart; Verguchten, Jana; Benoot, Dirk & Magerman, Jürgen (2025). Als zorg dwingt. Verpleegkunde, editie december 2025.
M07.2 Wanneer (n)iets helpt
Peeters Lisa, Master in de verpleeg- en vroedkunde, Verpleegkundig specialist, Bethanië GGZ, Zoersel
Deze praktijkgerichte mededeling vertrekt vanuit een kwaliteitsproject op een intensieve residentiële behandeleenheid. Het project onderzoekt hoe medewerkers en patiënten momenteel omgaan met crisissituaties, welke ervaringen zij hebben met bestaande crisisinterventies en in welke mate deze aansluiten bij wat zij nodig hebben in momenten van verhoogde spanning en ontregeling. Door middel van bevragingen bij zowel medewerkers als patiënten wordt in kaart gebracht welke acties als helpend, onvoldoende of zelfs contraproductief worden ervaren. Voor mensen met een ernstige hechtingsproblematiek zijn crisismomenten onvermijdelijk. Zowel patiënten als hulpverleners worden hierin geconfronteerd met intense emoties, escalaties en gevoelens van machteloosheid. De manier waarop een team omgaat met crisis kan echter een cruciale rol spelen in herstel, relationele veiligheid en behandelcontinuïteit. Centraal in dit project staat de vraag hoe machteloosheid – aan beide kanten van de behandelrelatie – herkend, benoemd en gedragen kan worden. Crisis wordt hierbij niet louter benaderd als een probleem dat ‘onder controle’ moet worden gebracht, maar als een betekenisvol moment binnen het herstelproces, waarin hechtingsdynamieken, relationele verwachtingen en veiligheidsbehoeften scherp zichtbaar worden. Deze mededeling nodigt uit tot reflectie over hoe ruimte kan worden gemaakt voor machteloosheid, zonder deze te vermijden of te bestrijden, en hoe crisis kan worden benut als hefboom voor herstel binnen een therapeutisch kader.
Referentie: Saunders, K. R. K., et al. (2023). A scoping review of trauma informed approaches in acute, crisis, emergency, and residential mental health care. BMC psychiatry, 23(1), 567. https://doi.org/10.1186/s12888-023-05016-z. Staniszewska, S., et al. (2019). Experiences of in-patient mental health services: systematic review. The British journal of psychiatry, 214(6), 329–338. https://doi.org/10.1192/bjp.2019.22
M07.3 Weloverwogen risico’s nemen bij patiënten in acute crisis
Walgrave Emily, Master verpleegkunde, Verpleegkundig specialist, Bethanië GGZ, Zoersel
Afdeling Steiger richt zich op patiënten die in een ernstige acute crisis verkeren. Deze patiënten hebben nood aan een gesloten opnamesetting omdat ambulante hulpverlening voor hen niet meer toereikend is. Steiger focust zich op het stabiliseren van patiënten met oog voor de context en het verleiden tot zorg. De opbouw van een therapeutische relatie bij begin van opname is noodzakelijk. Een vriendelijke en begripvolle houding staat centraal. De hulpverlener zal zich mede focussen op het genereren van hoop, versterken van de behandelmotivatie en creëren van positieve verwachtingen. Binnen deze therapeutische relatie kunnen weloverwogen risico’s genomen worden. De stem van de patiënt en zijn context worden in rekening gebracht om een inschatting te maken. Weloverwogen risico’s nemen biedt heel wat voordelen op vlak van autonomie, persoonsgericht werken, kwaliteit van leven, maar biedt eveneens ook veel uitdagingen. Hulpverleners die zich niet bekwaam voelen om hierin keuzes te maken, hebben nood aan multidisciplinaire samenwerking. Tevens is er in praktijk een voelbaar spanningsveld tussen de hulpverlening en context, maatschappij, justitie, politie. Binnen deze mededeling wordt er stilgestaan bij de manier waarop Steiger met dit spanningsveld aan de slag gaat. Tevens is er ruimte voor discussie.
Referentie: (1) Hafkenscheid A., Tijdschrift cliëntgerichte psychotherapie (2013), Therapeutische relatie: een kritische verkenning, 51: 314-331. (2) Just D., Palmier-Claus E.J., Tai S., J Adv Nurs (2021), Positive risk management: Staff perspectives in acute mental health inpatient settings, 77: 1899–1910.
M08 NON-VERBALE THERAPIE
M08.1 Muziektherapie in een wereld vol prikkels
Van Reeth Ilse, Master in muziektherapie, Muziektherapeut, PSC Leuven / Alexianen Zorggroep Tienen; zelfstandige muziektherapeut, Mechelen
Leerdoel: inspireren vanuit praktijkervaring. Non-verbale therapie, muziektherapie, prikkelgevoeligheid. In groepsmuziektherapie zagen we de voorbije jaren een toename op het vlak van prikkelgevoeligheid bij deelnemers. Steeds vaker hebben cliënten last met de muziek in muziektherapie. Een stijgend aantal cliënten maakt gebruik van oordoppen of van de geluiddempende hoofdtelefoons die ter beschikking zijn in de muziektherapieruimte. Voor sommigen bieden zelfs deze onvoldoende ondersteuning. De “ondraaglijkheid” die cliënten ervaren in muziektherapie, leidt niet zelden tot het vermijden of vroegtijdig verlaten van de sessies; er lijkt dan geen alternatief te zijn om zich te verhouden tot de opgebouwde innerlijke spanning. Onvoorspelbaarheid en chaos lijken een rol te spelen: de klanken in een muzikale improvisatie blijken vaak moeilijker te verdragen dan de klanken van bestaande muziek. Een mogelijke hypothese is dat de mate waarin we dagelijks worden blootgesteld aan prikkels (o.a. door veelvuldig schermgebruik) leidt tot een zekere “sensoriële verzadiging”, die geen ruimte meer laat om bijkomende impulsen in muziektherapie te verdragen. Deze hypothese wordt getoetst aan de beschikbare literatuur en klinische observaties uit verschillende settings. Het uiteindelijke doel is cliënten te helpen om zich meer weerbaar te voelen t.o.v. auditieve prikkels in muziektherapie. Hoe kan muziektherapie een veilige akoestische haven zijn?
M08.2 Spelen binnen therapie: geen kinderspel. Een pleidooi voor een speelse houding van de therapeut.
Geenen Anna, Bachelor-na-bachelor Creatieve Therapie (Danstherapie) + Master Klinische Psychologie, Danstherapeut, Psychiatrisch Ziekenhuis Dr. Guislain, Gent
Hoewel het belang van spelen bij kinderen algemeen wordt erkend, blijft de rol ervan bij volwassenen onderbelicht. Sutton-Smith (1997) stelt dat het tegenovergestelde van spelen niet werken is, maar depressie. Vanuit deze gedachte sensibiliseert deze bijdrage zorgverleners over de meerwaarde van spelen binnen therapie. Vertrekkend vanuit theoretische kaders uit de psychoanalyse (Winnicott en Lacan), dans- en dramatherapie, wordt spelen niet benaderd als methodiek maar als ethische houding van de therapeut. Deze ethiek van het spelen wordt uitgewerkt via een drieluik: de therapeut als broken toy, als katalysator en als nar. Praktijkvoorbeelden uit een dansatelier binnen de langdurige psychosezorg illustreren hoe patiënten binnen een transitionele ruimte de kans krijgen om initiatief te nemen en verbinding te ervaren met zichzelf en de ander.
Referentie: Sutton-Smith, B. (1997). The Ambiguity of Play. London: Harvard University Press. Geenen, A. (2021). Spelen binnen (dans)therapie: een serieuze zaak. Gent: bachelorproef aan de Arteveldehogeschool.
M08.3 Somatische Symptoomstoornissen: ‘Van Frustratie naar Inspiratie’
Vergaelen Elfi, Assistent professor, volwassen psychiater, supervisor mind en body unit, Sense traject voor de behandeling van somatische symptoomstoornissen, UPC KU Leuven, Leuven
Somatische-symptoomstoornissen (SSD) komen voor bij ongeveer 5–7% van de algemene bevolking en worden gekenmerkt door een buitensporige focus op lichamelijke klachten, gepaard gaand met onevenredige cognitieve, emotionele en gedragsmatige reacties, wat leidt tot aanzienlijke stress of beperkingen in het functioneren. Symptomen zonder duidelijke stoornis? Volgens het traditionele medische denken is er dan geen probleem, omdat het onderliggende mechanisme niet aantoonbaar somatisch is. Maar is dat wel zo? Hoe kunnen we die klachten begrijpen en verklaren? En belangrijker nog, hoe gaan we ermee aan de slag?
Eén van de grootste uitdagingen in de huidige gezondheidszorg is de behandeling van somatische symptoomstoornissen. Patiënten en zorgverleners hebben vaak moeite om een effectieve behandelingsaanpak te vinden. Voor zorgverleners is het een uitdaging om patiënten verder te helpen die, na vele onderzoeken en artsenbezoeken, steeds meer frustratie en minder erkenning ervaren voor hun invaliderende symptomen. Het UPC KU Leuven biedt al vijftien jaar transdisciplinaire, groepstherapeutische zorg voor patiënten met somatische symptoomstoornissen. De Sense-trajecten bieden zowel residentiële als dagtherapeutische zorg binnen de Mind Body Unit. Binnen deze mededeling lichten we de visie, transdisciplinaire behandeling en enkele onderzoeksprojecten toe waarin de connectie tussen lichaam en geest en lichaamsgericht mentaliseren centraal staan.
M09 OVER ONMACHT
M09.1 De Kracht van Onmacht
Peeters Dirk, Psychiater, Systeemtherapeut; consultatie en liaisonpsychiatrie, Groepspraktijk Vloeiende 136 / AZ Voorkempen, Kapellen
Achttien traktaatjes en achttien gedichtjes. Een traktaat heeft meerdere betekenissen: het is een verhandeling over een afgebakend onderwerp, een vluchtschrift met stichtelijke inhoud, een overeenkomst tussen verschillende partijen en tenslotte een traktatie bedoeld als een feestelijk onthaal. Elk traktaatje wordt daarom opgeluisterd met een aansluitend gedicht, verzen die de boodschap doen verstollen in enkele woorden. Deze werkstukjes werden sinds 2005 verspreid aan cliënten die met hun persoonlijk relaas hulp kwamen zoeken aan de groepspraktijk te Kapellen, “De Vloeiende 136”. Velen vonden hierin steun en herkenning. De viruspandemie Covid-19 gaf een bijzondere aanleiding: “De kracht van Onmacht” werd plots zeer actueel en wat aanvankelijk bedoeld was als ondersteuning van collega’s en directe medewerkers vond zijn weerklank ver daarbuiten, met heel wat bijzondere positieve reacties. In samenwerking met Jo Morreel (1955-2016), godsdienstleraar en identiteitswerker voor verschillende scholen in Vlaanderen en Nederland die de kracht van resilience uitwerkte voor schoolontwikkeling vanuit groeikansen, werkten we tot kort voor zijn overlijden aan een project dat “De kracht van onmacht” heette. Dit werk is dan ook aan hem opgedragen.
Referentie: Trakteer je op de kracht van onmacht. Hoe levensdrama’s levenservaringen worden. Copyright © VAPPO vzw, Dirk Peeters, 2020. dr.dirk.Peeters@pandora.be. VAPPO vzw: Vloeiende 136, 2950 Kapellen (België). Druk: EPO. Foto’s: Ursula Vervloet. Vormgeving: Melissa Van Broeck.
M09.2 Wie beslist wanneer jong leven uitzichtloos is?
De Smet Yirka, Klinisch psycholoog, PC Sint-Hiëronymus, Sint-Niklaas
Van Hoye Griet, Psychiater, Sint-Hiëronymus, Sint-Niklaas
Als intensieve dienst hebben we de voorbije periode een aantal ervaringen gehad met euthanasie bij jongeren in transitieleeftijd. We merken dat deze situaties hulpverleners confronteren met ervaren machteloosheid, en met kansen. Het gevoel van machteloosheid kan verlammend werken. Tegelijkertijd kan het ook een drijfveer zijn om kwetsbaar te durven zijn, niet los te laten en kansen te blijven zien. Het is een intens proces dat verloopt met vallen en opstaan en een engagementverbintenis vraagt, eerder dan een resultaatsverbintenis. Tijdens deze mededeling staan we stil bij hoe hulpverleners, ondanks onzekerheid en maatschappelijke gevoeligheid, nabij kunnen blijven bij jongeren met een existentiële noodkreet. Hoe kunnen we – ook in deze situatie – samen blijven streven naar warme, verbindende en krachtgerichte hulpverlening? Hoe kunnen we in tijden van machteloosheid alsnog proberen naast de jongere te staan en het levensspoor proberen herontdekken? Naast het perspectief van de hulpverlener delen we waardevolle input over hoe de jongeren die we gekend hebben en de naaste omgeving hun trajecten in het psychiatrisch landschap hebben beleefd. Het zijn signalen die uitnodigen om als hulpverleners niet enkel te luisteren, maar ook positie in te nemen en ervaringen te delen met collega’s. Deze bijdrage wil reflectie stimuleren, herkenning oproepen en het debat openen over omgaan met machteloosheid, kwetsbaarheid en verantwoordelijkheid binnen de geestelijke gezondheidszorg.
Referentie: Verslegers, Annick (2004). Wees blij voor mij. Halewyck, Uitgeverij van.
09u15-10u45 – mededelingen
M10 LAAGDREMPELIGE HULP
M10.1 Versterken van mentaal welzijn via gemeenschapsgerichte groepsinterventies! Goed in je vel.
Tine Daeseleire, Master in de klinische psychologie en gedragstherapeut, Coördinator bij ELP Academie, Eerstelijnspsycholoog bij de Huispsycholoog
Huisartsen merken op dat ze bij veel patiënten met psychische klachten steeds op dezelfde thema’s botsen en dezelfde adviezen geven. Doorverwijzen naar psychologische hulp en websites zoals de Geluksdriehoek blijkt soms moeilijk. Daarom ontstaat het idee om deze tools en adviezen samen met mensen te bespreken in groepsverband, in een toegankelijke, niet-klinische en meer (socio)culturele setting. Al snel wordt een werkgroep opgericht met de huisartsen, de eerstelijnszone, de vakgroep huisartsengeneeskunde, Gezondheidsmakers/Gezond Leven, het netwerk Geestelijke Gezondheid en enkele regionale psychologen. Het initiatief krijgt vorm als een gemeenschapsgerichte groepsinterventie vanuit de Public Mental Health benadering. De gemeente voorziet een locatie, de eerstelijnszone ondersteunt praktisch en logistiek, en huisartsen en andere eerstelijnsactoren verspreiden het aanbod. Psychologen werken vijf sessies uit met psycho-educatie, videomateriaal, oefeningen en uitwisseling rond mentaal welzijn, gebaseerd op de Geluksdriehoek. Deelnemers kunnen de volledige reeks volgen of losse sessies kiezen. Twee studenten geneeskunde bestuderen dit project voor hun masterproef. In deze mededeling leggen klinisch psychologen Siska Wauters, Tine Daeseleire en/of Nathalie Haeck (ELP Academie) uit hoe dit is verlopen, hoeveel mensen hebben deelgenomen, wat hun evaluaties waren, wat de studenten reeds hebben vastgesteld en wat het vervolg hiervan is of kan zijn. Zij willen anderen inspireren om aan de slag te gaan met verschillende partners rond het versterken van mentaal welzijn in hun regio vanuit de Public Mental Health visie.
Referentie: geluksdriehoek.be (en gezondleven.be). Bruffaerts, Ronny (2021). De mythes voorbij. Het Public Health perspectief in de geestelijke gezondheidszorg. Zorgnet-Icuro.
M10.2 Eerste hulp bij psychische problemen in Vlaanderen: bereik en effectiviteit
Stijn Stroobants, Wetenschappelijk Coördinator, Rode Kruis-Vlaanderen, Mechelen
Rode Kruis-Vlaanderen (RKV) organiseert sinds meerdere jaren opleidingen Eerste Hulp bij Psychische Problemen (EHBP) voor diverse doelgroepen, waaronder de algemene bevolking, bedrijven en jongeren. Deze opleidingen versterken leken in het vroegtijdig herkennen van psychische problemen en het bieden van gepaste ondersteuning. Tijdens interactieve sessies leren deelnemers signalen van psychische nood te herkennen, empathisch te reageren, personen indien nodig toe te leiden naar professionele hulp en aandacht te besteden aan zelfzorg. De opleidingen zijn gebaseerd op een evidence-based richtlijn en handboek (Luister!), ontwikkeld en recent geactualiseerd in samenwerking met academische experten, zorgprofessionals en ervaringsdeskundigen (Stroobants et al., 2023). In het verlengde hiervan werd ook de app Houvast gelanceerd, die de richtlijnen op een laagdrempelige manier verder verspreidt. De voorbije jaren verzamelde RKV systematisch data bij deelnemers aan de EHBP-opleidingen om veranderingen in onder meer kennis, attitude en handelingsbereidheid in kaart te brengen. In deze bijdrage worden zowel de resultaten van het effectiviteitsonderzoek als het opleidingsaanbod voor de verschillende doelgroepen voorgesteld en besproken.
Referentie: Stroobants, S., Dockx, K., Scheers, H., Borra, V., De Brier, N., Verlinden, S., Lauwers, K., Vandekerckove, P., & De Buck, E. (2023). Providing First Aid to People Experiencing Mental Health Problems: Development of Evidence-Based Guidance Materials for Laypeople. International Journal of First Aid Education, 6(1), 37–60.
M10.3 Samen van onmacht naar kracht. Druglijn-werking voor naasten
Leentje Van der Velden, De Druglijn, De Druglijn, Schaarbeek
De Druglijn is er niet alleen voor mensen die alcohol en andere drugs gebruiken, gamen of gokken, maar ook voor hun naasten: partners, familie, vrienden en collega’s. Zij staan vaak machteloos aan de zijlijn en zitten met veel vragen zoals: wat zeg je wel of niet? Hoe help je zonder alles erger te maken? Waar kan je zelf terecht als het allemaal te veel wordt? Veel naasten twijfelen aan zichzelf. Ze voelen zich tekortschieten, botsen op stiltes of conflicten en hebben het gevoel geen verschil te maken. De Druglijn doorbreekt dit gevoel van onmacht. Samen met naasten zoeken we naar handvaten en tools om naasten opnieuw kracht te geven, voor zichzelf en hun verwanten. Samen kunnen we inzetten op alarmsignalen leren herkennen, grenzen stellen zonder de band te verbreken en iemand motiveren om hulp te zoeken, zonder zichzelf uit te putten of te verdrinken in schuldgevoel. Belangrijk is dat naasten beseffen dat ze niet alleen staan: De Druglijn biedt een luisterend oor, praktische tips en doorverwijzing naar gespecialiseerde hulp. Laagdrempelige informatie, anoniem contact en een niet-oordelende houding maken van De Druglijn een veilige plek om twijfels en bezorgdheden te delen. Met online tools zoals GRIP helpt De Druglijn mensen die vaak vergeten worden, maar die ook lijden en een belangrijke rol spelen in het herstel van hun dierbare.
Referentie: Nuijen, Jasper, et al. (2016). De ervaren belasting van naasten van personen met verslavingsproblemen. Een verkennend onderzoek. Trimbos Instituut.
M10.4 De kracht van online hulpverlening
Ronny Willemen, Projectverantwoordelijke OnlinePsyHulp, Genk
Vanuit OnlinePsyHulp worden er al vele jaren online (chat)trajecten aangeboden. Wij beschikken daarbij over een uitgebreid online programma, met literatuur, monitoringtools en oefeningen, voor verschillende klachten en vanuit verschillende evidence-based therapeutische kaders. Onze werking is uniek in het landschap, aangezien wij mensen meenemen in trajecten van 12 weken, waarbij zij anoniem kunnen blijven. Naast de uitdagingen die dat met zich meebrengt, ervaren wij ook een grote meerwaarde in het werken met mensen op deze manier. We willen deze manier van werken dan ook graag meer in the picture zetten als volwaardig alternatief voor een groep van mensen die veel obstakels ervaren in het zoeken van psychische hulp.
M11 VAN KENNIS NAAR PRAKTIJK
M11.1 Leren loslaten door vast te houden: een exploratief onderzoek naar de toepassing van ‘Open Dialogue’ door 18 teams in Vlaanderen
Schalenbourg Carolien, Master in de Verpleegkunde, Docent/onderzoeker, Hogeschool UCLL, Genk
In de jaren 1980 ontstond ‘Open Dialogue’ in Fins Lapland als netwerkgerichte benadering voor personen in acute psychose. ‘Open Dialogue’ houdt in dat er ruimte gecreëerd wordt voor een continue, open dialoog tussen cliënten, persoonlijk netwerk en professionals als gelijkwaardige partners, en dit zo snel als mogelijk. Centraal staat onzekerheid tolereren: veiligheid creëren, ieder perspectief horen omdat elke situatie uniek is, samen zoeken naar gedeelde betekenis van de crisis. Follow-up studies zijn veelbelovend met betrekking tot herstel en re-integratie. Ondertussen verspreidde ‘Open Dialogue’ zich internationaal. In Vlaanderen werkt een dertigtal teams in meer of mindere mate volgens de ‘Open Dialogue’-principes. Dit onderzoek brengt in kaart hoe teams ‘Open Dialogue’ toepassen, alsook welke hinderpalen en hefbomen ze ervaren. Data werd verzameld doorheen 19 interviews met 18 teams in 2025. Vervolgens werden de interviews thematisch geanalyseerd met behulp van NVIVO. De resultaten illustreren dat loslaten bevrijdend werkt door onzekerheid te tolereren in ‘Open Dialogue’-trajecten. Dé hefboom hiervoor is het daadwerkelijk organiseren van een continue, open dialoog doorheen netwerkbijeenkomsten. Zo leren de betrokkenen als netwerk samen-dragen, en is er steeds ‘een volgende keer’ om de draad terug op te pakken. Tijds- en middelengebrek vormen de grootste hinderpalen, samen met de initiële weerstand die overwonnen moet worden, gebrek aan opleiding en omkadering. Ook steunt ‘Open Dialogue’ vaak op een beperkt aantal personen in een organisatie. De praktijkontwikkeling blijft daardoor fragiel.
M11.2 Effectieve interventies voor geestelijke gezondheidsbevordering en primaire preventie doorheen de levensloop: resultaten van een umbrella review ter ondersteuning van beleidsontwikkeling
Rens Eva, Onderzoekspsycholoog, postdoc wetenschappelijk medewerker, LUCAS KU Leuven, Leuven
Voor de wetenschappelijke onderbouwing van een Vlaams beleidsplan geestelijke gezondheidsbevordering (GGB) voerde LUCAS KU Leuven een systematische review van reviews (‘umbrella review’) uit naar effectieve interventies voor GGB en primaire preventie van psychische problemen. De review bouwt voort op een eerdere umbrella review uitgevoerd in kader van een Iers beleidsplan (168 systematische reviews gepubliceerd tussen 2017 en 2021). De huidige umbrella review includeert 209 systematische reviews gepubliceerd tussen 2021 en maart 2024. Interventies voor GGB zijn effectief wanneer ze leiden tot significante verbeteringen in uitkomsten van geestelijke gezondheid, zoals verhoogde veerkracht of verminderde symptomen van angst of depressie. De resultaten worden besproken per levensfase (eerste duizend dagen; kinderen en jongeren; volwassenen; ouderen; universeel of verschillende levensfasen) en per setting (o.a. school, buurt, werk). Over het algemeen toont de literatuur overtuigend bewijs voor interventies gebaseerd op cognitieve gedragstherapie, mindfulness, mind-body technieken, ouderschapsondersteuning, en programma’s die sociaal-emotionele vaardigheden van kinderen en jongeren versterken.
Referentie: Rens, E., Minne, A., Willems, R., Verhaeghe, N., Coppens, E. (2025). Samen bouwen aan geestelijke gezondheid: de wetenschappelijke onderbouwing van een geïntegreerd beleidskader voor geestelijke gezondheidsbevordering in Vlaanderen. Leuven: Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.
M11.3 Van blauwdruk naar regenboog
Ruys Ronald, Klinisch Psycholoog, Psycholoog, P.C. Sint-Hiëronymus, Sint-Niklaas
In deze mededeling willen we informeren, inspireren en ideeën oogsten samen met deelnemers die affiniteit hebben met psychosezorg. We brengen kort de recent ontwikkelde ‘blauwdruk psychosezorg’ en leggen onze focus op hoe we ons in het zweet werken om deze te implementeren op onze afdeling Legato binnen P.C. Sint-Hiëronymus. We eindigen met een open gesprek waarbij er actief wordt gevraagd naar input en inzichten die zich op dat moment verschuilen in onze blinde vlek. Concreet stellen we de inhoud van de blauwdruk kort voor waarna we een uitgebreide inkijk geven in ons implementatieproces. We schakelen daarna over naar een interactief luik waarbij we discussie en reflectie stimuleren.
Referentie: https://www.psychosenet.be/blauwdruk-psychosezorg/
M11.4 Attitudes boven kennis: determinanten van weerstand bij mondzorgprofessionals voor patiënten met psychische aandoeningen
Coenen Jonah, Master in de Tandheelkunde, Bachelor in de Psychologie, Tandarts, Doctoraatsstudent KU Leuven, Leuven
Auteurs: Jonah Coenen, Silke Beckers, Johanna de Almeida Mello, Joke Duyck. Mensen met psychische aandoeningen hebben een significant slechtere mondgezondheid dan de algemene bevolking. Deze ongelijkheid is multifactorieel, maar ongelijke behandeling door mondzorgprofessionals speelt een belangrijke rol. Patiënten ervaren barrières zoals discriminatie, neerbuigende attitudes, gebrek aan empathie en gebrekkige communicatie. Mondzorgprofessionals rapporteren onzekerheid, ongemak en gevoelens van professionele machteloosheid, wat het vertrouwen kan ondermijnen en zorgvermijding in de hand werkt. Deze studie onderzocht de kennis, attitudes, zelfgerapporteerd zelfvertrouwen en ervaringen van mondzorgprofessionals bij de behandeling van patiënten met psychiatrische aandoeningen, met specifieke aandacht voor determinanten van weerstand en klinisch aanpassingsvermogen. Een cross-sectionele vragenlijststudie werd uitgevoerd bij mondzorgprofessionals in Vlaanderen en Brussel (n=97). De meerderheid van de deelnemers was algemeen tandarts (68,0%). Kennisniveaus varieerden sterk en lagen hoger bij professionals met bijkomende opleiding (12,45 ± 2,75 versus 10,80 ± 2,64). Hoewel kennis en zelfgerapporteerd vertrouwen samenhingen met klinische aanpassingen, bleek attitude de sterkste voorspeller van weerstand. Een toename van één punt in attitudescore ging gepaard met een duidelijk lagere kans op weerstand (OR ≈ 0,35). Professionele machteloosheid lijkt voornamelijk attitude-gedreven en niet louter kennisafhankelijk. Gerichte attitude-interventies zijn essentieel voor duurzame, toegankelijke en inclusieve mondzorg.
Referentie: Choi J, Price J, Ryder S, Siskind D, Solmi M, Kisely S. Prevalence of dental disorders among people with mental illness: An umbrella review. Australian & New Zealand Journal of Psychiatry. 2022;56(8):949-963. Slack-Smith, L., Hearn, L., Scrine, C., & Durey, A. (2017). Barriers and enablers for oral health care for people affected by mental health disorders. Australian dental journal, 62(1), 6–13.
M12 INCLUSIEVE ZORG
M12.1 Inclusie: een plek voor mensen met een autismespectrumstoornis in de geestelijke gezondheidszorg
Cornille Nathalie, ervaringswerker in de geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg, Zorggroep Multiversum Antwerpen, Cluster Cadenza, Cluster deStudio en CKI; ervaringsexpert en autismedeskundige
De laatste jaren is er steeds meer aandacht voor de autismespectrumstoornis. Desondanks blijft specifieke ondersteuning voor volwassen met ASS in de geestelijke gezondheidszorg achter. In ons geestelijk gezondheidszorgsysteem wordt de nadruk voornamelijk nog gelegd op specifieke ondersteuning van kinderen en jongeren met een ontwikkelingsstoornis. Maar ook voor volwassenen met ASS is het noodzakelijk dat een zorgaanpak rekening houdt met de specifieke noden en behoeften van deze doelgroep. We weten ondertussen dat ondersteuning die afgestemd is, leidt tot betere resultaten op vlak van herstel en de kwaliteit van leven. Echter toont recent onderzoek naar de ervaringen van deze doelgroep met de geestelijke gezondheidszorg dat personen met een autismespectrumstoornis zich vaak onbegrepen en niet geholpen voelen. Ze hebben een lange hulpverleningsgeschiedenis in de geestelijke gezondheidszorg, vooraleer symptomen van de autismespectrumstoornis opgemerkt worden en zij gepaste hulp vinden. Tijdens deze mededeling hoor je de stem van personen met een autismespectrumstoornis.
Leerdoelen:
- Je krijgt inzicht in de moeilijkheden die personen met een autismespectrumstoornis in de geestelijke gezondheidszorg ervaren.
- Je leert reflecteren over stereotiepe beeldvorming en diagnostische blinde vlekken.
- Je leert wat autismevriendelijkheid is en waarom het zo belangrijk is.
- Er worden concrete aanbevelingen meegegeven om de geestelijke gezondheidszorg toegankelijker, inclusiever en beter afgestemd op de noden en behoeften van personen met een autismespectrumstoornis te maken.
Referentie: Bishop-Fitzpatrick, L., & Rubenstein, E. (2019). De lichamelijke en geestelijke gezondheid van volwassenen met autismespectrumstoornissen. Springer (pp. 81–97).
M12.2 Protocol voor persoongerichte deprescribing bij oudere volwassenen
Vermeulen Tom, Doctor medische wetenschappen, postdoctoraal onderzoeker, Universiteit Antwerpen, Kessel
In het kader van het bloesem-project en innovatiemandaat ontwikkelden we de afgelopen drie jaar een protocol voor het afbouwen van schadelijke medicatie en het implementeren van non-farmacologische interventies. Polyfarmacie komt veel voor bij oudere volwassenen, zowel thuis als in zorginstellingen. Eén op drie van de thuiswonende oudere volwassenen en één op vijf van de oudere volwassenen in een zorginstelling nemen 10 of meer medicijnen per dag. Dit verhoogt niet alleen het risico op hospitalisatie en vroegtijdig overlijden, maar ook het risico op het ontwikkelen van een dementie en neuropsychiatrische symptomen. Systematische medicatiereviews, vertrekkende vanuit het perspectief van de oudere volwassene in een transdisciplinair holistisch kader, bieden houvast en leiden tot een verhoogde mentale capaciteit.
Referentie: Vermeulen T, Borghs AM, Sels J, Meersmans K, Dirickx S, Annemans M, Van den Broeck K. PRECEDE. Nurse-led protocol for resident-centered deprescribing: results of a one-year pilot project on anticholinergic and sedative burden, falls, and hospitalizations. J Geriatr Nurs 2025; submitted.
M12.3 GGZ en laag IQ: May the odds be ever in your favor. Mag iedereen écht meespelen?
Verelst Jolien, Klinisch Psycholoog, AZ Sint-Maarten, Mechelen
Van Hecke Isabelle, psychiater werkzaam AZ Sint Maarten PAAZ Mechelen, outreachteam dubbeldiagnose , Borgerstein en Willekom
In de geestelijke gezondheidszorg worden mensen met een LVB (zwakbegaafdheid en licht verstandelijke beperking) geacht mee te spelen in een zorgsysteem dat inzet op zelfredzaamheid, vooruitgang en eigen regie. Maar wat als de spelregels te complex zijn, de startpositie ongelijk en het speelveld weinig vergevingsgezind? Deze mededeling benadert LVB in de GGZ vanuit de metafoor van het spel. We staan stil bij hoe maatschappelijke verwachtingen, beleidskeuzes en scherpe sectorgrenzen ervoor zorgen dat net de meest kwetsbare mensen vaak een “game over” krijgen. Wanneer het spel te moeilijk wordt, kan machteloosheid ontstaan bij cliënten, hun context én hulpverleners. Vanuit de dagelijkse praktijk onderzoeken we hoe gedrag van mensen met LVB kan worden geïnterpreteerd. Wat wordt gezien als onwil, manipulatie of therapieresistentie, blijkt regelmatig een uiting van niet kunnen, overvraging of onveiligheid. Tot slot richten we de blik op onszelf. Wat doet aanhoudende machteloosheid met de hulpverlener? Wanneer wordt ondersteunen redden? En hoe blijven we zorg dragen voor de ander zonder onszelf te verliezen?
11u15-12u45 – mededelingen
M14 SAMEN ZORG DRAGEN
M14.1 Implementatie van Crustatieve Zorg in de residentiële GGZ: monitoring en intercollegiale visitatie
Van Hoe Caressa, RN, MSc, Verpleegkundig specialist, PhD student, PZ Onzelievevrouw Brugge / UGent, Zedelgem
Mensen met een ernstige en persisterende psychische aandoening hebben vaak complexe zorgbehoeften die binnen bestaande gezondheidszorgsystemen onvoldoende worden opgevangen. Het Crustatieve Zorgmodel is een contextspecifieke toepassing van palliatieve psychiatrie en vertrekt vanuit een holistische, relationele en creatieve benadering, met bijzondere aandacht voor autonomie, waardigheid en welzijn. Om de vertaalslag te maken van dit conceptuele zorgmodel naar de dagelijkse praktijk van de residentiële geestelijke gezondheidszorg, werd een monitoringinstrument ontwikkeld, in combinatie met een intercollegiaal visitatieproces gebaseerd op audit- en feedbackprincipes. Het monitoringinstrument ondersteunt een systematische opvolging van de implementatie van Crustatieve Zorg, terwijl de intercollegiale visitatie gestructureerde feedback biedt op basis van klinische praktijkvoering. In een pilootstudie werden de ervaringen van geestelijke gezondheidsprofessionals met deze implementatiestrategieën onderzocht. De combinatie van monitoring en intercollegiale visitatie blijkt een belangrijke katalysator voor de implementatie van het zorgmodel in de routinepraktijk. Deze aanpak ondersteunt niet alleen het gericht bijsturen van zorgpraktijken, maar stimuleert ook kritische reflectie, professionele dialoog en kennisuitwisseling binnen en tussen teams.
Referentie: Van Hoe, C., Moureau, L., Boterman, S., Debersaques, J., Magerman, J., Westen, K., Liégeois, A., Zomer, L., & Chambaere, K. (2025, November). Oyster Care for persons experiencing severe persistent mental illness in residential mental health care: A pilot implementation study. Research Square.
M14.2 Het klimaat anders bekeken: perceptieverschillen en samenhang met klinische uitkomsten
Degrauwe Steven, Master in de Psychologie & Master in de Seksuologie, Zorgmanager, Zorggroep Sint-Kamillus, Bierbeek
Het sociaal klimaat op forensisch psychiatrische afdelingen krijgt niet altijd de aandacht die het verdient. Eerder onderzoek hierover is eerder beperkt, en de klinische praktijk is in hoofdzaak gefocust op de individuele relatie met de cliënt. Ten onrechte, want het sociaal klimaat blijkt toch samen te gaan met enkele klinische uitkomsten. In een recente studie binnen Zorggroep Sint-Kamillus werd er een verband gevonden tussen elementen van het sociaal klimaat, locus of control en kwaliteit van leven. Meer bepaald blijkt het ervaren van repressie samen te hangen met externe locus of control, en de mate waarin het klimaat als therapeutisch stimulerend wordt ervaren met kwaliteit van leven. Cruciaal is echter het resultaat dat er perceptieverschillen zijn tussen hulpverleners en cliënten. In deze presentatie zullen we de resultaten van dit onderzoek verder bespreken en ingaan op eventuele verschillen van de perceptie van het klimaat door cliënten die samenhangen met persoonlijkheidstrekken. De resultaten impliceren dat hulpverleners een kritische houding moeten hebben tegenover de eigen acties met impact op het klimaat.
Referentie: Bisback, A., Van Bulck, V., Degrauwe, S., Pleysier, S., & Jeandarme, I. (2025). Group Climate and Quality of Life in Long-Term Forensic Care: Do Patients and Staff Agree? Perspectives in Legal and Forensic Sciences, 2(1). https://doi.org/10.70322/plfs.2025.10002
M14.3 Professionele fierheid en vakmanschap bij forensisch psychiatrische medewerkers
Naegels Wendy, Master in de Verpleegkunde, Stafmedewerker Opleiding, FPC Antwerpen, Antwerpen
Werken in een forensisch psychiatrische context als het Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) in Antwerpen en Gent betekent dagelijks balanceren tussen zorg, veiligheid, verantwoordelijkheid en menselijke nabijheid. In deze context ervaren medewerkers niet zelden gevoelens van machteloosheid, twijfel en morele belasting. Tegelijk wordt verwacht dat zij professioneel standhouden, relationeel beschikbaar blijven en zorgvuldig handelen in complexe en onzekere situaties. Deze bijdrage vertrekt vanuit die realiteit en onderzoekt hoe vertrouwen kan groeien wanneer forensisch vakmanschap wordt versterkt. Binnen een praktijkgericht ontwikkeltraject, gestart in 2022, werd ingezet op competentieontwikkeling, forensische scherpte, intervisie en reflectie op professioneel handelen. Door expliciet aandacht te geven aan kennis, vaardigheden en professionele positionering rapporteerden medewerkers een toegenomen gevoel van professionele zekerheid en fierheid, meer rust in complexe interacties en een versterkte therapeutische relatie. Dit vertrouwen bleek bij te dragen aan zowel de kwaliteit van de behandeling als aan het welbevinden en de retentie van hulpverleners. Door machteloosheid bij medewerkers niet te ontkennen, maar te erkennen als vertrekpunt voor groei, ontstaat ruimte voor nuance en realistisch vertrouwen in de dagelijkse zorgpraktijk.
Referentie: van der Horst, Ruud (2021). Vakmanschap Forensische Zorg: Sleutel tot deskundigheid. Rotterdam, Hogeschool Rotterdam Uitgeverij.
M14.4 Systeemtherapie tijdens een psychiatrische opname: Over een aanloop nemen, springen en landen
Van Parys Hanna, doctor in de klinische psychologie, wetenschappelijk medewerker-expert, relatie- en gezinstherapeut, UZ Gent, Gent
Deze bijdrage gaat over de inbedding van systeemtherapie in de context van een psychiatrische opname voor volwassenen. Er wordt aandacht besteed aan de voorbereidende stappen die een systeemtherapeut zet om gesprekken met een patiënt en familie op een psychiatrische opnameafdeling voor volwassenen ingang te doen vinden. Het systeemtherapeutisch werk gaat niet enkel over wat zich binnen de vier muren van de therapieruimte afspeelt. Contacten met patiënt en familieleden die aan een eerste gesprek voorafgaan, alsook die tussen gesprekken in, zijn van cruciaal belang en kunnen ofwel mogelijkheden creëren voor het systemisch werken ofwel deze mogelijkheden inperken. Waar in de vakliteratuur steeds opnieuw verwezen wordt naar het eerste gesprek als startpunt, belicht ik in deze mededeling eerdere startpunten aan de hand van klinische voorbeelden. De metafoor van het verspringen behelst de volgende drie fasen: de aanloop naar systeemgesprekken, de sprong of de gesprekken zelf en het landen of zorgvuldig afronden.
Referentie: Van Parys, Hanna (2023). Systeemtherapie tijdens een psychiatrische opname: Over een aanloop nemen, springen en landen. Systeemtherapie, 35, 4, 192-208.
M15 (ZORG)PROCESSEN/TOOLS
M15.1 Innovatie: ROM als instrument voor geïntegreerde zorg
Beheydt Lieve, PhD geneeskunde, Stafmedewerker diagnostiek, UPC Duffel, Duffel
In deze mededeling introduceren we een nieuwe methode om op een zeer eenvoudige manier, met behulp van een ROM, een overzicht te verkrijgen van het functioneren in het kader van geïntegreerde zorg voor de cliënt. Dit overzicht biedt een gestructureerde weergave in één oogopslag, die zowel is gestructureerd volgens de International Classification of Functioning (ICF) als volgens de RDoC Criteria, de transdiagnostische intrapsychische dimensies. Het biedt achtergrondinformatie voor elk type behandeling, herstel of zorg binnen de GGZ en bevat gegevens over het functioneren voor elke discipline. Als antwoord op de zoektocht naar kwalitatieve, voldoende rijke en wetenschappelijk onderbouwde, maar ook klinisch haalbare en eenvoudige oplossingen voor de complexe realiteit, presenteren wij graag het functionele ROMbilan als beslissingsondersteuning voor interdisciplinaire samenwerkingen, met oog op de thuiscontext.
Referentie: Beheydt, L. (2023). Transdisciplinary assessment frame as leverage for integrated care. International Journal of Integrated care, 23 (S1): 049. Doi.org/10.5334/ijcICIC30249.
M15.2 De Doelzoeker: samen op weg naar persoonlijke zorg
Colemont Patrick, Master of Science, Beleidsmedewerker, Vlaams Patiëntenplatform – OPGanG, Heverlee
Als hulpverlener met aandacht voor doelgerichte zorg is het niet evident om een zorgplan op te stellen dat voldoende rekening houdt met de levensdoelen van de patiënt. Daarom ontwikkelde het Vlaams Patiëntenplatform een tool die de persoon met een zorgbehoefte laat nadenken over doelen die belangrijk zijn, energie geven en ook plezier opleveren. Als die levensdoelen, zowel visueel als verbaal op een werkblad geformuleerd zijn, kan er tussen hulpvrager en hulpverlener open en creatief gecommuniceerd worden. Het verhoogt de zelfstandigheid, benut de talenten en zet in op het bevorderen van relaties voor de patiënt. Zo kan, in onzekere tijden, vertrouwen opgebouwd worden en kansen voor de toekomst gecreëerd worden. Leerdoel: hulpverleners laten kennismaken met de methodiek van de doelzoeker, mede op basis van lessen uit de praktijk.
Referentie: https://vlaamspatientenplatform.be/storage/files/08bef3c5-b2b2-4907-909f-37c8a43ac1f3/rapport-doelzoeker.pdf
M15.3 Het Herstelhuis: Samensmelten als antwoord op onzekere tijden
Mys Marnix, Hoofdverpleegkundige dagcentrum Largo, Dagcentrum voor Herstelgerichte Zorg en Psychosegevoeligheid, PC St. Hiëronymus, Sint-Niklaas
In 2020 werd de wereld geconfronteerd met Covid-19, wat zowat alle aspecten van het leven ontregelde. Ook de GGZ in België bleef niet gespaard. Binnen PC St. Hiëronymus gaf dit aanleiding tot het hertekenen van de locatie van het dagcentrum Largo en de mogelijke invulling van het ontmoetingshuis ZigZag. Beide organisaties vonden onderdak in één huis buiten de ziekenhuiscampus, als antwoord op de nood aan fysieke afstand tussen elkaar, om toch de nodige ondersteuning te kunnen bieden aan hun cliënten en bezoekers. Dit was een proces van vallen en opstaan dat nog steeds loopt. Vijf jaar later stonden we binnen St. Hiëronymus voor een extra uitdaging omwille van financiële en personeelsmatige onzekerheden. Het ontmoetingshuis voor mensen met psychosegevoeligheid BOTS, voorheen letterlijk een huis in de straten van Sint-Niklaas, diende eveneens een onderdeel te worden van datzelfde huis. In deze werkwinkel staan we stil bij hoe verschillende culturen, werkingen, functies en medewerkers (vrijwilligers, ervaringsdeskundigen, “professionals”) in dit proces gezocht hebben naar verbinding en samenwerking onderling en met externe partners om te komen tot een groter geheel, en tegelijkertijd ieders werking te valideren.
Referentie: Delespaul P, Milo M, Schalken F, Boevink W, & van Os J. (2016). Goede GGZ! Nieuwe concepten, aangepaste taal en betere organisatie. Leusden: Diagnosis Uitgevers.
M16 ERVARINGSDESKUNDIGHEID
M16.1 Van kwetsbaarheid naar kracht: ervaringskennis van hulpverleners in de GGZ als hefboom voor verbinding?
Van Dingenen Gwen, klinisch orthopedagoog, docent/onderzoeker, Kenniscentrum Mens & Maatschappij, AP-hogeschool, Antwerpen
Moentjens Gwendy, klinisch psycholoog, docent/onderzoeker, Kenniscentrum Mens & Maatschappij, AP-hogeschool, Antwerpen
In de geestelijke gezondheidszorg zijn er onder hulpverleners veel professionals met eigen ervaringskennis rond psychische kwetsbaarheid. Deze ervaringskennis blijft vaak onderbenut en onzichtbaar, ondanks de bewezen meerwaarde voor cliënten én hulpverleners. Vanuit het onderzoekscentrum Mens & Maatschappij (AP Hogeschool) onderzochten we, met professionals met ervaringskennis als mede-onderzoekers, hoe deze kennis op een professionele manier kan worden ingezet, hoe dit een meerwaarde kan zijn, welke drempels hulpverleners ervaren en hoe organisaties hen hierin kunnen ondersteunen. Onze resultaten tonen dat ervaringskennis inzetten niet alleen herstelondersteunend werkt en bijdraagt aan vertrouwen en hoop, maar ook de professionalisering van teams bevordert. Tegelijkertijd blijkt dat taboes en organisatorische barrières blijven bestaan. Kwetsbaarheid wordt nog vaak als risico gezien in plaats van als kracht. Door deze inzichten te delen, willen we het gesprek openen over hoe de GGZ verder kan evolueren naar een cultuur waarin kwetsbaarheid en professionaliteit hand in hand gaan.
Referentie: Peeters, P. & Westen, K. (2021). Behandelen met eigen ervaring. Onbewust bekwaam!? Amsterdam: Uitgeverij SWP. Weerman, A., de Jong, K., Karbouniaris, S., Overbeek, F., van Loon, E. & van der Lubbe, P. (2022). Professioneel inzetten van ervaringsdeskundigheid. Amsterdam: Boom.
M16.2 De zoektocht naar zingeving na een postpartum depressie.
Raskin Tine, Master Mental Health – Adult Psychopathology, Bachelor Verpleegkunde, Stafmedewerker Zorg, OPZC Rekem, Rekem
Wereldwijd maakt zo’n 17,2 procent van de vrouwen een perinatale depressie door (Wang et al., 2021). Na een gecompliceerde zwangerschap beviel ik vroegtijdig en ontwikkelde ikzelf een postnatale depressie. Ik kreeg tijdig evidence-based therapieën en klinisch gezien herstelde ik volledig. Toch bleef ik jarenlang een diepe, doodse leegte ervaren, die mij volledig kon overspoelen en mijn functioneren, thuis en op het werk, beïnvloedde. Professioneel werk ik als stafmedewerker zorg in het Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Rekem, waarbij het implementeren van herstelondersteunende zorg een van mijn kernopdrachten is. De kapstok hiervoor is het CHIME-model (Leamy e.a., 2011). In dit acroniem staat de M voor Meaning, aangezien herstel niet alleen de afwezigheid van symptomen omvat, maar ook het hervinden van levenskracht, zingeving en richting. Uit onderzoek blijkt dat deze dimensie echter vaak minder aandacht in een standaardbehandeling krijgt, desondanks dat zorggebruikers hier belang aan hechten. Dit hiaat resoneerde met de existentiële leegte die ik in mijn eigen herstelproces herkende. Mijn casus illustreert het structurele tekort aan existentiële interventies in de psychiatrische zorg. Dankzij latere aandacht voor deze dimensie evolueerde ik van “overlevend” naar “levend”.
Referentie: Wang, Z., et al. (2021). Mapping global prevalence of depression among postpartum women. Translational psychiatry, 11(1), 543. Milner, K., Crawford, P., Edgley, A., Hare-Duke, L., & Slade, M. (2020). The experiences of spirituality among adults with mental health difficulties: a qualitative systematic review. Epidemiology and psychiatric sciences, 29, e34.
M16.3 Herstelverhaal schrijven
Van Damme Eddy, Psychiatrisch verpleegkundige, Ervaringswerker, PC Sint-Hiëronymus, Sinaai
Aan de slag gaan met je herstelverhaal via een concreet voorbeeld, tips en tricks en uitwisseling van ervaringen. Ik breng mijn eigen hoopvol herstelverhaal gedurende 45 minuten, en dan is er tijd om enkele invalshoeken uit het hersteldenken aan te snijden. Voorbeelden zijn stigma, levenslijn opstellen, diverse vormen, toekomst, context en omgeving, relaties en hobby’s. Hoe komen we tot een coherent en hoopvol geheel dat inspirerend werkt?
M16.4 Opnamevrij of schadevrij? Perspectief van patiënt én psycholoog
Custers Sonja, KU Leuven master Psychologie (1999) en Psychotherapeut systeemtherapie (2014), Psychotherapeut en Patiënt (zelfstandige), Bierbeek
Sonja Custers is een psycholoog met een psychiatrische stoornis, die vanuit het perspectief van cliënt of patiënt beschrijft hoe ze tot aanvaarding van haar diagnose kwam. Haar zicht op behandeling vanuit het perspectief van patiënt krijgt een meerwaarde vanuit de reflecties die ze daarbij maakt als psycholoog. Haar jarenlange herstelproces en de worsteling met de maatschappelijke blik op psychische kwetsbaarheid heeft haar versterkt en haar weerbaarheid zodanig vergroot dat zij nu met haar verhaal naar buiten komt. Ze schrijft het boek ‘Bipolair in Beeld. Zo wil ik gezien worden’. Nochtans stond zij in 2025 na 19 jaar van stabiliteit terug voor de deur van de psychiatrie. De onzekerheid van de patiënt aan de vooravond van een opname is groot en het geloof in eigen kracht verdwijnt. Met haar focus op wat wél goed gaat, kan Sonja die opname nu als een kans zien en een nuanceverschil maken tussen opnamevrij of schadevrij leven. Verwacht geen lijdensverhaal, geen aanklacht tegen ‘de psychiatrie’, maar een positief verhaal vanuit een reflectie op behandeling, zelfinzicht, de kracht van de context en een kritische kijk op beeldvorming.
Referentie: Custers Sonja (2026). Bipolair in Beeld. Zo wil ik gezien worden. Gent, Skribis.
M17 (P)IMH
M17.1 Samen groeien in verbinding: preventie, diagnostiek en interventie vanuit IMH-perspectief
Van den Steene Helena, Kinder- en jeugdpsychiater (MD PhD) en IMH specialist, Kinderpsychiater UKJA en groepspraktijk Dlink en UA, Mechelen
Vroegdiagnostiek en vroeginterventie in de eerste levensjaren zijn essentieel voor het ondersteunen van psychisch welbevinden van jonge kinderen en hun ontwikkeling op meerdere domeinen. Deze mededeling benadrukt het belang van tijdige detectie en geïntegreerde interventies bij baby’s en peuters, met aandacht voor emotionele, sociale, cognitieve en regulatieve ontwikkeling, steeds in nauwe samenhang met de relationele context waarin het kind opgroeit. De ouder-kindrelatie wordt hierbij benaderd als een kerncomponent van ontwikkeling en behandeling. Eigen ervaringen, denkstijlen, competentiegevoel en noden van (mee/pleeg)vaders en (mee/pleeg)moeders beïnvloeden de interactie met het kind en vormen een wezenlijk aangrijpingspunt voor diagnostiek en interventie. Een Infant Mental Health (IMH) insteek maakt het mogelijk om in te spelen op de eigenheid van het kind en de wederkerige dynamiek en biedt het grootste preventieve en therapeutische rendement. Sinds meer dan vijf jaar wordt op de dagbehandeling baby–peuter van het Universitair Centrum voor Kinder- en Jeugdpsychiatrie Antwerpen (UKJA) gewerkt volgens een Infant IMH zorgmodel waarin diagnostiek, preventie en interventie onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Verschillende diagnostische en therapeutische invalshoeken worden gecombineerd, zowel verbaal als non-verbaal, en multidisciplinair afgestemd. De perspectieven van ouders worden systematisch geïntegreerd in het behandelaanbod, waardoor zij als actieve partners in het zorgproces worden betrokken.
Referentie: Osofsky, J. D., Fitzgerald, H. E., Keren, M., & Puura, K. (Eds.). (2024). WAIMH Handbook of Infant and Early Childhood Mental Health: Biopsychosocial Factors (Vol. 1). Springer. Osofsky, J. D., Fitzgerald, H. E., Keren, M., & Puura, K. (Eds.). (2024). WAIMH Handbook of Infant and Early Childhood Mental Health: Cultural Context, Prevention, Intervention, and Treatment (Vol. 2). Springer.
M17.2 Zorgen voor ouders is zorgen voor de volgende generatie.
Brosens Charlotte, vroedvrouw, master verpleeg- en vroedkunde, stafmedewerker Perinet, Psyche, Gent
De perinatale periode (van zwangerschapswens tot twee jaar na de geboorte) is een levensfase met een verhoogde psychische kwetsbaarheid. Ondanks het hardnekkige beeld van de ‘roze wolk’ ervaren veel (aanstaande) ouders emotionele ontregeling, variërend van distress tot ernstige psychische problemen. Deze kwetsbaarheid raakt niet alleen de ouder als individu, maar beïnvloedt ook de ouder-kindrelatie, de ontwikkeling van het jonge kind en bredere relationele en maatschappelijke contexten. Parent Infant Mental Health (PIMH) vertrekt vanuit een holistische visie waarin het emotioneel en psychisch welbevinden van (ongeboren) kind en ouder(s) onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. De ontwikkeling van de baby is sterk afhankelijk van de kwaliteit en continuïteit van de zorgrelaties in deze vroege levensfase, waarin cruciale bouwstenen voor latere ontwikkeling worden gelegd. Tegelijk vormt de overgang naar ouderschap een ingrijpende transitie die ouders extra kwetsbaar maakt. Voor zorgverleners in de volwassen GGZ is kennis van PIMH daarom essentieel: psychische klachten bij volwassenen staan vaak in relatie tot eerdere transitie- en hechtingservaringen, en veel cliënten zijn (of worden) ouder. Investeren in PIMH versterkt preventie, vroegdetectie en duurzame geestelijke gezondheidszorg.
Referentie: Brosens C. et al (2023). Pregnancy-Related Anxiety and Associated Coping Styles and Strategies: A Cross-Sectional Study. International Journal of Childbirth, volume 13, issue 3. Milgrom J. & Gemmill A. (Editor). (2015). Identifying Perinatal Depression and Anxiety: Evidence-based Practice in Screening, Psychosocial Assessment and Management. West-Sussex, Wiley-Blackwell.
M17.3 Verbinden vanaf het prille begin – aan de slag met de praatkaarten van Perinet
Brosens Charlotte, master verpleeg- en vroedkunde, vroedvrouw, stafmedewerker Perinet, Psyche, Gent
In deze mededeling ontdek je hoe je de Praatkaarten – Voelen en Verbinden van Perinet kunt inzetten om met ouders in gesprek te gaan over emoties in het prille ouderschap. Deze kaartenset helpt (aanstaande) ouders en zorgverleners om gevoelens en behoeften openlijk te bespreken.
Referentie: http://www.perinet.be/materiaal-en-tools/moodmeter-kaartenset
13u45-15u15 – mededelingen
M19 CULTUURSENSITIEVE ZORG
M19.1 Tussen machteloosheid en vertrouwen: transcultureel werken met mensen op de vlucht
Goossens Annelies, CIBA Rode Kruis, Sint-Niklaas
De Bondt Bram, CIBA Rode Kruis, Sint-Niklaas
Het transcultureel werken binnen CIBA (Centrum voor Intensieve Begeleiding) in Sint-Niklaas (Rode Kruis) stelt fundamentele vragen omtrent de wijze waarop personen op de vlucht omgaan met een persistent gevoel van machteloosheid en voortdurende onzekerheid met betrekking tot hun individuele levenssituatie. Het is interessant om na te gaan op welk moment zij de stap naar een CIBA zetten, welke verwachtingen zij op dat moment koesteren en hoe deze verwachtingen worden beïnvloed door eerdere ervaringen van trauma en institutioneel wantrouwen. Dit wantrouwen is voor velen reeds ontstaan in hun land van herkomst waar oorlog, onrecht, misbruik en dreiging verweven zat in hun dagdagelijkse bestaan. Een grote uitdaging betreft de opbouw van een werkrelatie in een context waarin het vertrouwen per definitie fragiel is. Hoe kan een team dit samenwerkingsproces vormgeven wanneer de basis van wederkerigheid en veiligheid structureel onder druk staat? Op welke manier blijven we alert voor het feit dat machteloosheid van onze bewoners wordt overgedragen op het team? En welke mechanismen, zowel individueel als organisatorisch, zijn noodzakelijk om deze emotionele belasting te dragen zonder zelf onderhevig te raken aan uitputting en/of secundaire traumatisering. In deze bijdrage lichten we deze verschillende aspecten toe op basis van 6 jaar residentiële praktijkervaring met mensen op de vlucht.
M19.2 Van racismepijn naar traumagroei: welke navigatiestrategieën hanteren gezinnen in het omgaan met racismepijn en systemische uitsluitingsmechanismen?
Taspinar Birsen, Klinische psychologie en sociale en culturele antropologie, klinisch psychologe en docente, onderzoeker, Kenniscentrum gezinswetenschappen en Rapunzel, Lier
Uitsluitingsmechanismen in de armoede, racisme en andere kwetsbare situaties schaden niet enkel de mentale gezondheid. Het beïnvloedt ook de relationele dynamiek in het leven van gezinnen. Hechting wordt meestal bekeken vanuit een individueel en gezinsniveau. Mensen hechten zich niet alleen in gezinnen, maar ook binnen groepen, de samenleving en de cultuur. Door onderscheid te maken tussen verschillende soorten hechting kunnen we begrijpen hoe mensen zich ook verwaarloosd en niet gezien voelen. Hoe kwetsuren in de verbinding ook ervoor kunnen zorgen dat het gevoel van er niet bij horen geschaad kan worden. Door de sociale hechting in de samenleving komen ook de gezinsrelaties onder druk te staan. Gezinnen ontwikkelen daarnaast ook navigatiestrategieën om veerkrachtig om te gaan met systemische uitsluitingsmechanismen. Hoe kunnen we veerkracht en traumagroei stimuleren bij gezinnen en individuen, op zoek naar een gepaste zorg?
Referentie: De pijn diep vanbinnen: ouders na racismepijn. Birsen Taspinar (2025). Epo uitgeverij.
M19.3 Psychotherapie als ideologische ruimte: positioneringen van minderheidsgroepcliënten binnen structurele en interpersoonlijke machtsverhoudingen
Depauw Hilde, PhD in klinische psychologie en gezondheidssociologie, postdoc onderzoeker, Universiteit Gent, Gent
Psychotherapie is een plek waar het sociopolitieke, institutionele en individuele niveau elkaar constant en wederzijds beïnvloeden. In westerse settings kan dit onbedoeld hegemonische waarden reproduceren zoals objectivisme, hyperindividualisme en productiviteit. In het bijzonder voor cliënten met minderheidsposities (op basis van taal, religie, etniciteit, gender, …) creëert dit fricties die raken aan bredere maatschappelijke machtsverhoudingen, wat risico’s meebrengt voor het verloop van de therapie, de gezondheid van de cliënt en diens maatschappelijke positie. Hoewel deze dynamieken ruimschoots beschreven zijn, is weinig bekend over hoe cliënten deze zelf aanvaarden, negotiëren of betwisten in de therapieruimte. De huidige studie vertrekt vanuit een kritisch sociaalpsychologisch kader voor discoursanalyse en analyseert 34 semigestructureerde interviews met cliënten uit minderheidsgroepen in Vlaanderen. Een voorlopige analyse toont drie centrale dilemma’s: (1) loyaliteit versus verzet tegenover een systeem dat vaak als ‘niet voor ons’ wordt gepercipieerd; (2) splitsen van identiteit om zich begrijpbaar of ‘veilig’ te maken binnen therapie; en (3) navigeren tussen vertrouwen en wantrouwen. Deze dilemma’s tonen hoe cliënten zowel reproductie van hegemonische waarden als vormen van verzet articuleren.
Referentie: Morrill, Z., & Comas-Díaz, L. (2025). Critical-liberation psychotherapy: Unsettling hegemonic power toward liberatory practice. American Psychologist, 80(4), 576. Depauw, H., Bracke, P., Van De Putte, B., & Ceuterick, M. (2026). Psychotherapists’ discursive constructions of culture and cultural conversations in therapy. Qualitative Health Research, 1–16. https://doi.org/10.1177/10497323261417533
M20 WOONVORMEN
M20.1 Van overbelasting naar veerkracht: de impact van respijtverblijven.
Heip Tine, Master, Coördinator, BW IPSO, Gent
Respijt, letterlijk een adempauze, vormt de kern van een innovatief project op het domein van De Moester. Sinds juni 2021 biedt vzw Hand in Hand (De Moester), in samenwerking met Beschut Wonen IPSO, respijtplekken aan voor volwassenen met een psychosociale kwetsbaarheid. Deze comfortabel uitgeruste verblijven, gelegen in een groene en rustige omgeving, bieden een laagdrempelig alternatief voor ziekenhuisopname wanneer de draagkracht van mensen onder druk komt te staan. Het project vertrekt vanuit de vaststelling dat mensen met psychosociale kwetsbaarheden vaak in belastende leefomstandigheden verkeren en dat passende tijdelijke opvang buiten de klinische context schaars is. De respijtplekken creëren ruimte voor herstel, rust en herbronning. Evaluaties tonen een zeer hoge tevredenheid bij bezoekers, met positieve effecten op slaap, middelengebruik en algemene veerkracht. Op basis van wetenschappelijke inzichten en feedback van gebruikers werd het oorspronkelijke verblijf van vijf dagen uitgebreid naar twaalf dagen. Het project hanteert duidelijke veiligheids- en overlastcriteria om een veilige omgeving te garanderen.
Referentie: Wilken JP., den Hollander D. (2020). Werken in verbinding. Praktijkboek Steunend relationeel handelen. SWP.
M20.2 Robuuste woningen: samen voor kwalitatief leven
Heip Tine, Master, Coördinator, BW IPSO/PCGS, Gent
Gent wordt, net als vele andere steden, geconfronteerd met een aanhoudend en complex probleem van (chronische) dak- en thuisloosheid. Een aanzienlijk deel van deze populatie kampt met een ernstige psychosociale kwetsbaarheid, vaak in combinatie met verslavingsproblemen en sociale uitsluiting. Internationale en nationale onderzoeksresultaten tonen overtuigend aan dat een huisvestingsgerichte aanpak, waarbij mensen zo snel mogelijk duurzaam worden gehuisvest met begeleiding op maat, de meest effectieve strategie is om dakloosheid structureel aan te pakken. Binnen deze context ontwikkelt Stad Gent, in samenwerking met BW IPSO en andere welzijnspartners, het zorgvernieuwend initiatief Robuuste Woningen. Dit woonmodel richt zich op chronisch dak- en thuisloze personen met een multiproblematiek, voor wie klassieke Housing First-oplossingen in reguliere woonomgevingen onvoldoende blijken. Robuuste Woningen bieden een antwoord door middel van aangepaste infrastructuur, een afgelegen maar goed bereikbare ligging en een intensieve, langdurige omkadering. Het project omvat de realisatie van elf studio’s en een begeleidersunit op een locatie in Sint-Amandsberg, geïnspireerd op het Deense model van Skæve Huse. De woningen worden permanent verhuurd binnen een Housing First-kader, waarbij het recht op wonen niet afhankelijk is van vooruitgang in de problematiek. Essentieel binnen dit model is de combinatie van wonen met zorg: bewoners krijgen ondersteuning via een dedicated multidisciplinair team dat inzet op zorgregie, aanklampende begeleiding en nabijheid.
Referentie: Skæve Huse, Denemarken.
M20.3 Het Zorghostel als integratief woon- en zorgmodel voor dakloze en zorgmijdende personen met langdurige verslavings- en GGZ-problematiek en beperkte woonvaardigheden.
Pierré Katelijne, Bachelor psychiatrische verpleegkunde, Coördinator Mobiel Psychiatrisch Team ’t Stad, ZAS Volwassenpsychiatrie, Antwerpen
Het Zorghostel is een intersectoraal samenwerkingsverband tussen CAW, Free Clinic, ZAS Volwassenpsychiatrie, eerstelijnsverpleeg- en thuiszorg en huisartsengeneeskunde, gefinancierd door de stad Antwerpen. Er wordt een geïntegreerde woonomgeving aangeboden voor dakloze en zorgmijdende personen met zowel een uitgesproken chronische verslavingsproblematiek als ernstige psychiatrische aandoeningen. Zij vormen door gedrags- en samenlevingsproblemen voor overlast in de stad en zijn vaak een exclusie voor de klassieke woon- of behandelsettings. Het zorghostel is verbonden met KADANS (ketenaanpak daklozen). Bewoners verblijven in individuele studio’s, met 24/7 toezicht en woonbegeleiding. Het doel is een veilig en voorspelbaar milieu te creëren waarbij er maximaal wordt rekening gehouden met de noden en de mogelijkheden van de bewoners. De begeleiding ondersteunt bewoners in het ontwikkelen van woonvaardigheden, holistisch herstel en autonomie op een laagdrempelige manier, steeds met het oog op groei richting burgerschap en maatschappelijke participatie. Een belangrijke kracht van het Zorghostel is dat alle zorg — woonbegeleiding, verslavingszorg, psychiatrische zorg en somatische zorg — geïntegreerd binnen één setting wordt aangeboden.
