Mededelingen

11u30-13u00  –  mededelingen
M01 FORENSISCHE ZORG I
M01.1 Participatie van patiënten en familie in FPC Antwerpen en FPC Gent
Ruben
van den Ameele, master klinische psychologie, directeur patiëntenzorg, FPC Antwerpen, Antwerpen
Marlies Van de Walle, behandelcoördinator FPC Antwerpen

De Forensisch Psychiatrische Centra (FPC) van Antwerpen en Gent zijn hoog beveiligde psychiatrische centra met als opdracht de behandeling en re-integratie van geïnterneerde psychiatrische patiënten. Het centrum in Gent biedt plaats aan 264 (mannelijke) patiënten; het centrum in Antwerpen aan 182 patiënten, waarvan 10% vrouwen. De gemiddelde opnameduur bedraagt 3,9 jaar; voor patiënten die konden doorstromen naar vervolgzorg (bijna 40% van de opgenomen patiënten) is dit 3,2 jaar (van den Ameele et al., Panopticon, in press).  In hun beleid geven beide FPC’s een herstelgerichte visie een centrale plaats, waarbij zoveel als mogelijk rekening wordt gehouden met noden en keuzes van patiënten en met het versterken van autonomie. De mening van de patiënt krijgt een belangrijke plaats via diverse vormen van patiëntenparticipatie. Het implementeren van een herstelgerichte visie binnen de hoogbeveiligde forensische psychiatrie is geen evidentie, maar kent een duidelijk belang gezien de lange verblijfsduren. Bovendien draagt dit bij tot een grotere tevredenheid, een betere kwaliteit van leven en tot een grotere behandelmotivatie.

In deze bijdrage wordt toegelicht op welke manier in de FPC’s de betrokkenheid van de patiënt georganiseerd wordt, zowel op individueel niveau, afdelingsniveau als instellingsniveau. Tevens wordt toegelicht op welke manier de betrokkenheid van het netwerk georganiseerd wordt doormiddel van een familieraad

M01.2 Geboeid door zorg: forensisch herstel
Mieke Goyens,
Master criminologie, Netwerkcoördinator Internering hof van beroep Brussel Nederlandstalig, Reconnect & Rebuild, Bierbeek
Marly Balcer,
algemeen medewerker Reconnect & Rebuild
Louise Leplat,
ervaringsdeskundige Recconnect & Rebuild

Reconnect & Rebuild  is opgericht vanuit het Netwerk Internering hof van beroep Brussel Nl  om samen met alle netwerkpartners de implementatie van (familie)ervaringsdeskundigheid en herstelgericht werken te faciliteren en af te stemmen op forensische zorg. Dit vraagt een algemene herstelvisie, met extra dimensies specifiek voor personen met een internerings-/forensisch statuut. Wij presenteren graag een nieuw “Forensisch Herstelmodel”.  Dit integratief model is gebaseerd op verschillende klassieke herstelmodellen die we samengebracht hebben tot een complementair geheel afgestemd op de specificiteiten van de forensische zorg. Ons model vertrekt vanuit  Dual Recovery (duaal herstel) die uitgaat van enerzijds de psychische kwetsbaarheid en tegelijkertijd het forensisch kader waarin de cliënt zich bevindt. Het Forensisch Herstelmodel is zowel een visie als een tool waar iedereen mee aan de slag kan gaan zowel het informeel als het professioneel netwerk. Het brengt het netwerk van de cliënt in kaart evenals de hoopgevers, identiteit, krachten, restricties en uitdagingen van de cliënt ongeacht waar hij/zij zich bevindt in het zorgtraject (residentieel of ambulant,..).  Op deze manier reikt het Forensisch Herstelmodel specifieke handvaten aan om aan de slag te gaan met personen met een internerings-/forensisch statuut.

Wij zijn alvast geboeid , jullie ook?

M01.3 Droomuitstappen
Nathalie Van Oost,
verpleegkundige, afdelingshoofd FPC Gent, Gent
Marieke Vercamer,  
ergotherapeut/creatief therapeut medium muziek, therapeutisch assistent, FPC Gent, Gent

Het afdelingsplan van Mercatordok, een resocialisatieafdeling voor mensen met psychotische kwetsbaarheid binnen FPC Gent, legt sterk de nadruk op humaan beleid en het bevorderen van een positief therapeutisch leefklimaat. Desondanks ondervinden we uitdagingen, met name omdat vervolginstellingen onze patiënten weigeren en er vaak geen geschikte omgeving is voor hun specifieke behoeften. Dit resulteert in gevoelens van ontmoediging en uitzichtloosheid bij sommige patiënten. Als team streven we ernaar hoop te bieden en zo ontstond het concept van droomuitstappen. Patiënten worden aangemoedigd om ‘out of the box’ te denken en te overwegen wat ze graag zouden willen doen. We streven ernaar deze dromen te verwezenlijken, rekening houdend met mogelijkheden en beslissingen van KBM. Hoewel we hadden verwacht dat iedereen met ideeën zou komen, blijkt dit niet altijd het geval te zijn. Velen weten niet meer waar hun interesses liggen of durven niet meer te dromen. Sommigen verwachten zelfs niet dat er iets bijzonders voor hen gedaan zal worden.

Desondanks hebben we al diverse dromen kunnen vervullen door de hulp in te roepen van mensen in de samenleving. Door de buitenwereld te betrekken bij het verwezenlijken van deze dromen proberen we het stigma rondom FPC en zijn bewoners een beetje te verminderen.  Als afdelingshoofd constateer ik dat dit initiatief de staf veel energie geeft. We vieren successen wanneer mensen positief reageren op onze verzoeken, we worden opgetogen van de vreugde bij de patiënten wanneer ze horen dat hun droom werkelijkheid wordt, en hun dankbaarheid stimuleert ons om door te gaan op dit pad.

M01.4  Een kans op re-integratie
Sarah De Keukeleere,
criminologe, behandelcoördinator re-integratieafdeling, FPC Gent, Gent
Elias Van Waldeck, sociaal werker, sociaal assistent re-integratieafdeling, FPC Gent, Gent

Een kans op re-integratie… hangt na een lange opsluiting volgens ons, de re-integratieafdeling van FPC Gent, o.a. samen met een zinvolle dagbesteding. In dat kader werd vanuit een project met de provincie Oost-Vlaanderen het structureel overleg geboren. Dit betrof een 3-maandelijkse vergadering tussen FPC Gent, de provincie en relevante externe partners omtrent de doorstroom van FPC patiënten richting betaalde arbeid. Het structureel overleg had als doel om zowel op casus- als beleidsniveau drempels te verlagen en samenwerking te versterken. Het eindproduct betreft een vruchtbare samenwerking tussen arbeidstraject- en werkgeversorganisaties  om een duurzame en kwalitatieve doorstroom naar arbeid buiten de muren van FPC Gent te realiseren (kennis delen, mogelijkheden creëren…), alsook een stevige portie tools om dit te realiseren (een werkgeversfiche met need to know informatie, transparantie aangaande interneringsachtergrond, een pitch om zich op een inclusieve manier te ‘verkopen’ op de arbeidsmarkt…). Hieraan zijn ook uitdagingen verbonden zoals omgaan met stigma, weerstand, beschikbare middelen…

Dit alles levert ons vandaag, 6 jaar later, expertise op inzake de uitbouw van duurzame betaalde werktrajecten, waarbij we kunnen stellen dat 75% van onze patiënten na opstart nog steeds betaald aan het werk zijn. Hierdoor werden reeds op verschillende vlakken kansen gecreëerd voor onze patiënten zoals sociale aansluiting vinden, schulden afbetalen, zingeving bieden aan zowel hun eigen leven als aan de maatschappij…

Een patiënt zei ooit: ‘Het is een verademing om mij niet langer in een spinnenweb vol leugens te moeten nestelen en aanvaard te worden voor wie ik ben’

 

M02 OUDEREN
M02.1 Opstart van een geriatrisch-psychiatrische unit: opportuniteiten en valkuilen
Anne Nobels
, MD, PhD, Ouderen- en liaisonpsychiater, UZ Gent, Gent:

Een geriatrisch-psychiatrische unit (GPU) vormt een geïntegreerd zorgaanbod voor diagnostiek en behandeling van de oudere patiënt met een somatische en psychiatrische comorbiditeit. In tegenstelling tot o.a. Nederland en de Verenigde Staten, bestond dit zorgaanbod tot voor kort niet in Vlaanderen. Deze mededeling bespreekt de opportuniteiten en de valkuilen van de opstart van de eerste GPU in Vlaanderen. In november 2021 startten de diensten geriatrie en psychiatrie van het UZ Gent de Geriatrische Gedragsobservatie Eenheid (GGOE). De GGOE richt zich op de diagnostiek en behandeling van 75-plussers met (plotse) gedragsveranderingen en geriatrisch-psychiatrische comorbiditeit. We evolueerden in de 1e 6 maanden van een intensieve psychiatrische liaisonwerking naar een volwaardige GPU van 6 G-bedden, die gecosuperviseerd worden door een geriater en ouderenpsychiater. Tussen november 2021 en oktober 2022 kregen 207 patiënten op de G-dienst een psychiatrisch consult, waarvan 47 patiënten werden opgenomen op een GGOE-bed. Meest voorkomende diagnoses waren acute verwardheid/BPSD (32%) en stemmingsproblematiek (26%). Gemiddelde ligduur was 20 dagen,  slechts 8% had nood aan een verlengde psychiatrische observatie.  Er werd ingezet op een intensieve opleiding van het verpleegkundig- en paramedisch team, wat leidde tot anders kijken naar en omgaan met veranderend gedrag. De GGOE fungeert ook als opleidingsplaats voor ASOs psychiatrie en geriatrie. In de toekomst ambiëren we een uitbreiding van de GGOE met zowel geriatrische als psychiatrische bedden en een gemengd geriatrisch-psychiatrisch verpleegkundig team. Daarnaast lijkt onderzoek naar patiënt karakteristieken, efficiëntie en behandeluitkomsten en kwalitatief onderzoek naar de impact van de opstart van de GGOE op het team opportuun.

M02.2 Oudreach: mobiele zorg voor kwetsbare ouderen
Isaac Warlop
, Master in de Klinische Psychologie, Klinisch Psycholoog, UPC KULeuven, Kortenberg

De ouderenpsychiatrie in Vlaanderen staat voor een aantal uitdagingen gezien het aantal ouderen in onze maatschappij nog steeds stijgt én het aantal mensen dat (verpleegkundige) zorg en begeleiding kan leveren niet evenredig stijgt. Daarnaast zien we dat langer thuis wonen, opname vermijdend of verkortend werken en interveniëren in de dagelijkse context van de oudere steeds meer aan belang wint (Stobbe, 2010). Aansluitend op deze uitdagingen is het reeds langer gekend fenomeen van ‘unmet needs’ nog steeds sterk aanwezig binnen de ouderenpsychiatrie (Stobbe, 2014). Geïsoleerde, oudere volwassenen in onze samenleving, vaak nog met een sterk gestigmatiseerd beeld omtrent psychiatrische hulpverlening, worden met regelmaat onvoldoende bereikt met noodzakelijke zorg via het traditionele aanbod aan psychiatrische behandelingen. Voor deze mensen dreigt een grote vereenzaming en bijgevolg het afglijden in vervreemding van het sociaal weefsel en de maatschappelijke ‘normaliteit’. Bij het UPC KU Leuven leidde dit tot het inzicht dat er in onze regio nood was aan een mobiel team dat op een assertieve, outreachende manier tracht tegemoet te komen aan unmet needs bij ouderen die niet bij de aangewezen zorginstanties terecht komen. Een team dat mensen met een psychiatrische problematiek opzoekt door het installeren van allerlei signaalfuncties in de maatschappij en de mensen die bij de reeds bestaande hulp afhaken, terug in een hulpverleningstraject helpen terecht te komen indien dit gewenst is. Dit team, genaamd Oudreach, is gespecialiseerd in de behandeling en begeleiding van ouderen met een psychiatrische en/of neurocognitieve problematiek in de thuissituatie of thuisvervangende woonvorm.

M02.3 Psychofarmaca in WZH Ten Kerselaere
Isabel Vercammen, Bachelor, Sociale dienst / Verpleegkundige, Woonzorghuis Ten Kerselaere, Heist-op-den-Berg

Ouderen hebben een groter risico op gezondheidsproblemen, waardoor ze vaak meerdere geneesmiddelen nemen. Psychofarmaca in het bijzonder zijn één van de meest gebruikte geneesmiddelen bij ouderen. Ongeveer acht op tien bewoners in een WZC blijkt langdurig psychofarmaca te gebruiken. Ongeveer de helft van de bewoners in woonzorgcentra neemt slaap- en kalmeringsmiddelen, iets minder dan de helft neemt antidepressiva en één op drie gebruikt antipsychotica. Psychofarmaca lijken op het eerste zicht onschuldig, maar zijn dit vaak niet. Langdurig gebruik ervan gaat bij ouderen gepaard met het verminderen van de levenskwaliteit en geeft heel wat nevenwerkingen. Zo verhogen ze onder andere het valrisico en hebben ze een negatieve invloed op het geheugen.

Als WZC willen we gastvrije en verbindende zorg aanbieden voor al onze bewoners. Maar hoe gaan we om met onbegrepen gedrag bij bijvoorbeeld een bewoner met dementie? Hoe gaan we om met eenzaamheid, verdriet en rouw? Hoe gaan we om met het voorschrijfgedrag van huisartsen, of met de vraag van medewerkers of familieleden om psychofarmaca op te starten?  Binnen WZH Ten Kerselaere hebben we hierrond een project uitgewerkt. Vanuit een duidelijke visie zetten we in op sensibilisering, deskundigheidsbevordering en afbouw van psychofarmaca bij onoordeelkundig gebruik. We presenteren de eerste resultaten van dit project, evenals de grenzen waar we als WZC op botsen. We reiken graag de hand naar de GGZ professionals om hier samen over na te denken. We willen verbindende bruggen bouwen tussen de GGZ en de woonzorgsector, in het belang van de gastvrijheid voor onze beider oudere cliënten.

 

M03 PERSOONLIJKHEIDSDIMENSIES
M03.1 Persoonlijkheid, interpersoonlijke stijl en fibromyalgie. Een gecontroleerde cross-sectionele studie
Frank Maes, psychiatrie, AZ St Maarten, Mechelen en verbonden aan Collaborative Antwerp Tesearch Institute (CAPRI)
Greet Vanaerschot, psychologie, CAPRI
Els Goossens, fysische geneeskunde, AZ St maarten, Mechelen
Boudewijn Van Houdenhove, Faculteit geneeskunde, departement psychiatrie, KULeuven

We onderzochten een groep van 100 vrouwen met fibromyalgie (FM) om potentieel maladaptieve persoonlijkheids- en relatiepatronen te onderzoeken die mogelijk een rol spelen in de kwetsbaarheid voor het syndroom en in het beloop en de prognose ervan. Deze patronen zijn ‘hoge actiebereidheid’, ‘perfectionisme’ en de interpersoonlijke stijlen ‘onderwerping’, ‘goedkeuring zoeken’ en ‘zelfopoffering’. We gebruikten zelfrapportage vragenlijsten en includeerden 50 vrouwen met reumatoïde artritis als controlegroep. We vonden significant hogere scores in de FM-groep voor de drie bovengenoemde interpersoonlijke stijlen en voor alle perfectionisme subschalen (organisatie uitgezonderd), maar niet voor ‘hoge actiebereidheid’.

Deze bevindingen benadrukken een sleutelrol voor maladaptieve aspecten van perfectionisme en de onderzochte interpersoonlijke stijlen als potentiële predisponerende en/of ondersteunende factoren. Ze betwisten ook de validiteit van het concept ‘hoge actiebereidheid’ voor het beoordelen van persoonlijkheidsdynamiek bij FM. Het screenen van FM-patiënten op maladaptieve stijlen en het vergroten van hun bewustzijn hiervan, kan het resultaat van de behandeling verbeteren.

M03.2 Persoonlijkheidsdimensies en chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS): een case controle studie en de voorspellende waarde voor de uitkomsten van cognitieve gedragstherapie (CGT) voor CVS
Jela Illegems, Master, Klinisch psycholoog, docorandus, UZA-UA, Edegem

Persoonlijkheid wordt gezien als een kwetsbaarheid en onderhoudende factor bij CVS. Vanuit het vijf-factor-model werd neuroticisme consistent gelinkt aan CVS en ook introvertie en altruisme werden eraan geassocieerd. Toch blijven vragen rijzen in welke mate deze bevindingen artefacten zijn, o.a. verbonden aan chronische ziekte. De resultaten van een lopend case-controle onderzoek met meer dan 1000 CVS-patiënten en 3 controlegroepen (gezond, langdurig ziek en na psychiatrische consultatie) naar de rol van persoonlijkheid bij CVS zullen worden besproken, alsook de invloed van socio-demografische en klinische variabelen. Tevens zal worden gekeken naar de heterogeniteit binnen de CVS-groep op vlak van persoonlijkheidskenmerken. Geeft persoonlijkheid aanleiding tot verschillende uitdagingen op therapeutisch vlak? Beïnvloeden ze de responsiviteit op de gedragstherapeutische behandeling van CVS?

Algemeen zijn de therapieuitkomsten van CGT voor CVS matig, waarbij een subgroep geen vooruitgang boekt. Bovendien is het nog onduidelijk in welke mate de positieve uitkomsten behouden blijven op de lange termijn. Als we kijken naar persoonlijkheidsdimensies als voorspeller voor de uitkomsten van CGT voor CVS, werd in eerder onderzoek enkel een positieve associatie gevonden tussen neuroticisme en mentale levenskwaliteit (Poppe et al., 2013). Andere persoonlijkheidsdimensies, noch -typologieën werden in dit verband reeds als predictors bestudeerd (Illegems, Moorkens & Van Den Eede, 2017). Aan de hand van de therapieuitkomsten op korte en lange termijn (tot 15 jaar na de CGT) wordt bekeken in welke mate persoonlijkheid voorspellend kan zijn voor het behandelsucces.

M03.3 Cross-sectioneel onderzoek naar het epistemisch vertrouwen bij jongeren en jongvolwassenen met ernstige psychische en psychiatrische problemen tijdens de transitie naar volwassenheid
Mathilde Biront,
Biomedische wetenschappen, Wetenschappelijk medewerker, ZNA, Antwerpen
Bieke De Wilde,
Psycholoog, Therapeutisch coördinator, ZNA, Antwerpen

Epistemisch vertrouwen (EV) en mentaliseren zijn belangrijk in de sociale cognitie. Beide componenten zorgen ervoor dat we in staat zijn om sociale informatie in te schatten en om interpersoonlijke relaties aan te gaan. In dit exploratief onderzoek bestuderen we het complexe samenspel tussen het EV, mentaliseren, leeftijd en gender bij jongeren met een ernstige psychiatrische problematiek, alle in behandeling bij het Mobiel Psychiatrisch Team 15 24 (MPT 15 24). We verzamelden de data aan de hand van een vragenlijstenonderzoek (Epistemic Trust, Mistrust, and Credulity Questionnaire (ETMCQ), Questionnaire Epistemic Trust (QET), Reflective Functioning Questionnaire (RFQ)). De ETMCQ en de QET werden voor de eerste keer samen in een onderzoek gebruikt om het EV te meten. We presenteren hier graag onze eerste data, verzameld bij 61 deelnemers. We staan ook stil bij de mogelijke implicaties hiervan.

 

14u00-15u30  –  mededelingen
M04. JONGEREN

M04.1 1,2,3 Verbinding?! Samen sterk in een netwerk voor en rond jongvolwassenen
Bieke De Wilde,
Mobiel Psychiatrisch Team 15 24, Therapeutisch coördinator
Nele Van Ginkel, Psycholoog, Zorginhoudelijk coördinator, mArquee2, PC Multiversum, Mortsel

De nieuwe werven vanuit de overheid gaven ons de opportuniteit om over het muurtje heen te kijken. Waar transitiezorg a priori de brug is tussen kinder- en jeugdzorg en volwassenenzorg, is het ook zo belangrijk om over de verschillende zorgvormen heen in te zetten op het bouwen van bruggen. Het versterken van het professionele netwerk komt de continuïteit van zorg voor jongvolwassenen ten goede. Maar loopt dit zo gesmeerd als gepland? Of zijn er zoals op elke (bouw)werf de nodige obstakels en out of the box oplossingen?! Wij nemen jullie graag mee in ons Antwerps verhaal. In de zorgvormen voor en achter de schermen, waaronder ons overkoepelend aanmeldingsoverleg en groepsaanbod voor jongvolwassenen.

M04.2  Van laagdrempelige zorg tot burgerschapsmodel: recente ontwikkelingen en toekomstperspectieven voor zorg dichterbij jongeren
Melissa De Smet
, Doctor in klinische psychologie, Assistent professor, Universiteit Tilburg, Tilburg (NL)

Jaarlijks worden 7 op de 10 jongeren met een stoornis niet behandeld  in Vlaanderen. De drempel naar zorg is hoog en de wachtlijsten lang (Bruffaerts, 2021). Op 1 februari 2024 wordt psychotherapie voor jongeren gratis binnen de conventie eerstelijnspsychologische zorg vanuit de federale overheid. De bewegingen richting laagdrempelige zorg in Vlaanderen gaat echter reeds langer terug. Meer dan een decennium geleden werd burgerinitiatief TEJO opgericht om de wachtlijsten in de jeugdzorg te verhelpen middels gratis en anonieme therapie. Sindsdien zijn er vele initiatieven onstaan, zowel vanuit de overheid (e.g., overkop huizen) als vanuit de samenleving (e.g., 20 TEJO huizen). Nu gratis hulpverlening voor jongeren ook gerealiseerd wordt vanuit de federale overheid, stellen we de vraag wat laagdrempelige zorg en de rol van de samenleving vandaag en in de toekomst moet inhouden.

M04.3 Vroegdetectie en vroeginterventie voor kinderen en jongeren met een verhoogde kwetsbaarheid voor psychische problemen: naar een wetenschappelijk onderbouwde continuering van het zorgaanbod in Vlaanderen.
Eva Claeys, MSc, wetenschappelijk medewerker, LUCAS KU Leuven, Leuven

In 2023 ontwikkelde LUCAS KU Leuven binnen het Steunput Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en in opdracht van het Departement Zorg wetenschappelijk onderbouwde aanbevelingen voor de continuering van CONNECT. Dit is een programma vroegdetectie en vroeginterventie voor kinderen en jongeren, dat wordt uitgevoerd binnen de zes netwerken geestelijke gezondheid voor kinderen en jongeren in Vlaanderen en Brussel. Inzetten op laagdrempelige hulp met het oog op preventie, vroegtijdige detectie en interventie maakt een essentieel onderdeel uit van een efficiënt geestelijk gezondheidszorgmodel. Deze hulp heeft tot doel te voorkomen dat lichte tot ernstige psychische klachten evolueren naar ernstige psychopathologie.

CONNECT wordt in de verschillende provincies zeer divers ingevuld, wat voor onduidelijkheid zorgt rond de doelstelling, het aanbod en de impact van dit programma. Bovendien wil de Vlaamse overheid in het kader van de continuering van dit project de visie, de doelstellingen en de strategie van het programma op een wetenschappelijk onderbouwde wijze hertekenen. Dit onderzoek draagt hier rechtstreeks toe bij.

Een uitgebreide literatuurstudie en bevraging van stakeholders uit de praktijk vormen de basis van de aanbevelingen, om zo tot evidence-based en practice-based praktijken voor CONNECT te komen. Deze presentatie geeft een overzicht van de aanbevelingen, waarin de doelgroep, kerntaken en randvoorwaarden voor de organisatie van vroegdetectie en -interventie bij kinderen en jongeren met een verhoogde kwetsbaarheid op psychische problemen in detail worden beschreven. Dit onderzoek werd uitgevoerd door Eva Claeys, Evelien Coppens en Kathleen De Cuyper.

M04.4  Zinvolle praktijken in een afrondingsfase van therapie (met jongvolwassenen met ernstige psychische moeilijkheden)
Nicky Van Havere, Master in de psychologie, Psycholoog/systeemtherapeut, CGG Andante en Interactie-Academie, Antwerpen

Afronding is een vast onderdeel van het therapeutisch werk voor iedereen. Maar waar baseren hulpverleners hun wijze van afronding op? Vaak blijkt hun manier van afronding gestoeld op ervaring, intuïtie of gewoontes op de werkvloer. De basis voor onze afrondpraktijken is dus wat ‘mager’. Hulpverleners zijn het erover eens dat ‘goed’ afronden van groot belang is. Een goede afrondfase wordt als cruciaal gezien voor het vergroten en verduurzamen van effecten van psychotherapie. In de fase van afronding liggen extra kansen om geleerde zaken te bestendigen en om na te denken over wat een haalbaar en zinvol leven kan betekenen voor cliënten, ondanks blijvende of toekomstige moeilijkheden. Goed afronden maakt de stap weg van therapie én ook de stap terug ernaartoe wanneer dat nodig blijkt, gemakkelijker. Maar hoe doe je dat, goed afronden?

In deze bijdrage wil ik een aantal voorstellen doen over zinvolle praktijken op basis van wetenschappelijke literatuur, een blik op de noden van jongvolwassenen en klinische observaties binnen CGG Andante en Interactie-Academie.

 

M05 ZINGEVING
M05.1 Mag het wat meer zijn?  Het surplus van de existentiële dimensie in laagdrempelige en toegankelijke zorg
Goedele Miseur,
master in de theologie en religiewetenschappen, spirituele zorgverlener, UPC Duffel, Duffel
Mieke Van Reeth,
master in de theologie en religiewetenschappen, spirituele zorgverlener, UPC Duffel, Duffel

Spirituele Zorg krijgt wel eens af te rekenen met het imago van de geitenwollen sok. Nochtans is de aandacht voor zinvragen niet ouderwets, naïef of wereldvreemd. Zeker niet binnen de geestelijke gezondheidszorg. Wanneer mensen vastlopen, worden ze nog sterker uitgedaagd om zich te buigen over een aantal essentiële levensvragen. Wie ben ik? Wat is de zin van dit bestaan? Hoe ga ik om met mijn eenzaamheid, vergankelijkheid en verantwoordelijkheid? UPC Duffel zet in op laagdrempelige, maar vakkundige begeleiding van patiënten om bij deze existentiële thema’s stil te staan. De medewerkers van Spirituele Zorg bewegen zich daarbij op het continuüm tussen interdisciplinaire zorgintegratie en de veilige vrijplaats.   Antwoorden op de trage vragen van het leven haal je niet bij de slager. Maar zingeving heeft wel te maken met uitbenen, portioneren en op smaak brengen. En vooral met die terugkerende woorden: ‘Mag het iets meer zijn?’

Spirituele Zorg blijft die vraag nadrukkelijk stellen.

M05.2 Chronische stress: bewegen van ontregeling naar ondersteuning
Veerle
Meurs, Master, Gestaltpsychotherapeut , -Opleider, -Supervisor, Brio.Works, Mechelen
Christine Leys, Filosoof, Gestalttherapeut, -opleider & supervisor

Zelfzorg is als hulpverlener een voortdurend aandachtspunt. Ondanks intervisie, supervisie, bewaken van werkschema’s, voedende vriendschappen en een fijne maatschappelijke inbedding kregen we beiden toch fysieke klachten. De klachten wezen op een ontregeling van het systeemniveau én van ons ‘zijn’. Zo werden we in ons eigen levensverhaal én in onze praktijk sensitiever voor het lichaam als signaaldrager. Iets had aandacht nodig. Herstel begon niet eenzijdig in het dokterskabinet. Het voelen en voeden van de innerlijke ruimte rond ons hart bleek even belangrijk. In het vertragend, hernieuwd, verdiepend contact met ons lijflijk gewaarzijn drong het diepere gemis aan ‘inner space’ zich op. Ons lichaam nodigde ons door haar klachten uit om naar onszelf terug te keren en niet enkel naar een ziekbed of apotheker! In het nieuwsgierig aangaan van verbinding en betekenisgeving kon de levensenergie zich in zijn helende functie herstellen. We ondervonden de waarde van vertragende oefeningen, inzicht in de holistische samenhang en ruimte voor verdiepende reflectie om letterlijk terug op verhaal te komen.

Met ons aanbod ondersteunen we mensen met chronische klachten om stress/fysieke klachten niet langer af te splitsen. We nodigen uit om de eigen rode draad van ontwikkeling (terug) te voelen en toe te laten. Oefeningen, inzicht in de samenhang die de mens als wezen kenmerkt en momenten van reflectie ondersteunen samen een regeneratief proces. Het is geen pad van ‘oplossingen’, eerder een uitnodiging tot vertragen en helen.

M05.3 Rouw & crisis
Stijn Henderick
, Bachelor psychiatrische verpleegkunde + postgraduaat Integratieve psychotherapie, Crisiswerker Mobiel Crisis Team Gent Noord, PAKT, Gent

Hoewel de literatuur hierover beperkt is, komen we binnen het mobiele crisiswerk voortdurend in aanraking met de existentiële ervaringen van ‘rouw en verlies’. We definiëren crisis als een uitgelezen kans en een complex keuzeproces naar een nieuw evenwicht. Kortom ‘rouw en verlies’ zijn kernthema’s binnen het crisiswerk en veel ruimer dan het overlijden van een dierbare: het omvat eveneens de verandering van levensfase, het afscheid nemen van hoe het leven er had kunnen uitzien, enz. We percipiëren crisis en rouw als gezonde processen eigen aan de dynamiek van het leven van de mens. Ondanks de tijdsdruk, vertrekt onze tussenkomst telkens vanuit beschikbaarheid, presentie en dialoog en ligt de focus niet op directe verandering, herstel of interventie! We zijn bereid geraakt te worden door het verhaal van de ander, geloven in diens moed en kracht en maken tijd en ruimte voor verdriet, pijn en troost.  Gezamenlijk onderzoeken we op welke manier ‘oud zeer’ in de huidige crisis opnieuw geactualiseerd wordt. We sensibiliseren en educeren over wat de invloed is van verlies op het huidige functioneren. Vaak ontstaan er tal van obstructieve gevoelens binnen verlieservaringen- schaamte, schuld, kwaadheid, enz.- die de mens poogt te integreren binnen een proces waarin heden, verleden en toekomst opnieuw verknoopt worden. Rouwen is een zingevingsproces waarbij mensen (opnieuw) op zoek zijn naar verbinding met anderen, we verbreden en overstijgen een individuele benadering en nodigen de gezins- en familieleden uit om samen te rouwen en hoopvolle verhalen te vertellen.

 

M06 HUISARTSPRAKTIJK
M06.1 Groepsaanbod psychologische zorg in de huisartsenpraktijk
Charlotte Sercu, doctoraat, verantwoordelijke expertisedomein psychosociale zorg, Domus Medica, Antwerpen

Vanuit de conventie psychologische zorg wordt ingezet op de uitbouw van een groepsaanbod. In een kleine groep en onder begeleiding van twee zorgverstrekkers (waarvan 1 klinisch psycholoog/orthopedagoog) gaat men aan de slag rond een specifiek thema. Zo worden vandaag onder meer groepsessies rond bijvoorbeeld stress of angst georganiseerd, ook in de huisartsenpraktijk, onder begeleiding van een duo huisarts – psycholoog.

Het groepsaanbod in de huisartsenpraktijk biedt zowel voor zorgverleners als voor patiënten belangrijke voordelen. Zowel voor de zorgverleners als voor patiënt biedt het een andere inkijk in hun problematiek.  Voor zorgverleners vormt het een mogelijkheid om op een andere manier voor de patiënten te staan en de patiënten in een andere setting te zien.  Het vertrouwde kader van de huisartsenpraktijk maakt die groepsessies tot een laagdrempelig voor patiënten die moelijker de stap zetten naar een nieuwe, onbekende setting. Bovendien maakt de organisatie van groepssessies in de huisartsenpraktijk dat huisartsen het groepsaanbod dat ze uitwerken kunnen afstemmen op de noden van hun patiëntenpopulatie. Rekening houdend met taalbarrières van een deel van de populatie kunnen bijvoorbeeld sessies in de moedertaal van patiënten georganiseerd worden.

M06.2 Het geïntegreerde depressiezorg (IDECA) project
Ruben Willems
, Doctoraat, Postdoctoraal onderzoeker, Universiteit Gent, Gent

Achtergrond. Depressie gaat gepaard met een grote persoonlijke, maatschappelijke en economische kost. Een gebrekkige zorgintegratie zorgt mede voor onvervulde zorgnoden. De integratie van geestelijke gezondheidszorg binnen de eerste lijn kan mede bereikt worden door het versterken van huisartsenpraktijken met een toegewijde zorgprofessional. Verduurzaming van zo’n zorgmodel dient op een financieel doordachte manier te gebeuren.

Methode. Het IDECA-project wordt geïmplementeerd in twee Vlaamse regio’s en bestaat uit drie interventiepijlers: (i) de integratie van twee halftijdse referentiepersonen mentaal welzijn (RPMW) met case managementfunctie in de huisartsenpraktijk die diagnostische ondersteuning, voorlichting, coördinatie en zorgopvolging bieden; (ii) een gevalideerd zorglijnoverschrijdend shared-care behandelprotocol; en (iii) professionele training over depressiescreening en -management. Via de Normalisation MeAsure Development (NoMAD) vragenlijst, en via zorggebruik-, en procesevaluatiedata wordt het implementatieproces geëvalueerd en wordt er een financieel plan ter verduurzaming van het zorgmodel opgesteld.

Resultaten. Ongeveer 71% van de patiënten gaan in op de doorverwijzing door huisarts naar RPMW. Na zes maanden zijn 102 patiënten (78% vrouw, gemiddeld 39 jaar) met respectievelijk 17, 25, 33 en 25% met een milde, matige, matig-ernstige en ernstige depressie doorverwezen voor in totaal 428 contactpunten van gemiddeld 46 minuten. De waardering door zorgactoren voor de interventie stijgt kort na de implementatie ervan.

Conclusie. Geïntegreerde depressiezorg wordt gewaardeerd door de betrokken zorgactoren. De verzamelde data vormen de basis voor het te ontwikkelen financieel plan dat zal voorgesteld worden op het congres.

16u00-17u30  –  mededelingen
M07 SAMENLEVING
M07.1
Living Skills als kompas binnen Supported Housing
Vansteenkiste Tom, Lic. Klinische Psychologie, Zorginhoudelijk Coördinator IBW Multiversum, Beschut Wonen, Mortsel
Lieve De Backer, beleidspsychiater IBW Multiversum, Zorggroep Multiversum.

Binnen Beschut Wonen Multiversum bouwen we aan een visie en praktijk gericht op psychische kwetsbaarheid, persoonlijk herstel (CHIME) én relationeel herstel. Omgevingsgerichtheid, verbondenheid, outreachend werken, empowerment, duurzaam en kwaliteitsvol wonen zijn daarbij leidende principes geworden. Owv deze evoluties lijkt ‘Supported Housing’ ons vandaag een betere term dan het verouderde ‘Beschut Wonen’. Met ons team gingen we op zoek naar een bruikbare en eigentijdse vertaling van de herstelvisie, met focus op maatwerk, inspraak, een positieve benadering in het werken met crisissen, en inzetten op context en persoonlijk netwerk.  Het resultaat hiervan vat zich samen onder het acroniem LIVING Skills. Dit staat voor:

Levelled care for levelled living
In every crisis there is opportunity
Voices are heard
If you know how to do it, do it!
No man is an island
Grow into community (as this leads to better quality of life)

Het hanteren van deze Living Skills werkt als een kompas voor het team om begeleidingen vorm te geven en cliënten te gidsen in hun traject. Het is een tool voor hulpverleners dat het denken en handelen beïnvloedt. Evenzeer is het een verbindende methodiek, toepasbaar om op teamniveau samen na te denken of om samen met cliënten en/of hun netwerk afstemming te zoeken.

Met deze presentatie verduidelijken we aan de hand van een casus hoe we binnen een Supported Housing werking deze Living Skills inzetten als methodiek ikv begeleiding en teamontwikkeling.

M07.2 Samen bouwen aan gastvrijheid – kwartiermaken en maatschappelijk herstel
Joke Nyssen, Bachelor sociaal werk: maatschappelijk werk / Master in de audiovisuele kunsten: documentaire, Kwartiermaker, ’t Aktief/De Klapper, Zorggroep Multiversum, Mortsel

Kwartiermaken is werken aan een gastvrije samenleving waarin iedereen zich welkom voelt en waar er ruimte is voor verschil. Een kwartiermaker creëert draagvlak voor meer openheid in de samenleving ten aanzien van mensen met een psychische kwetsbaarheid. Hij gaat op zoek naar en maakt gastvrije plekken waar en van waaruit mensen aansluiting kunnen vinden bij anderen, in de buurt of de maatschappij. Hij vertrekt vanuit mensen, creëert iets nieuws voor én met hen, in de samenleving die daardoor meer open en toegankelijk wordt. Zorggroep Multiversum telt sinds enkele jaren twee kwartiermakers. Hun uitvalsbasissen zijn ontmoetingsplekken De Vlonder in Boechout en De Klapper in Mortsel. Van daaruit maken ze kwartier, met een focus op het thema ‘vrije tijd’.

Joke Nyssen is twee jaar aan slag als kwartiermaker vanuit De Klapper in Mortsel. Vanuit de praktijk licht ze toe hoe ze, samen met de bezoekers van De Klapper, deze nieuwe functie vormgeeft. Ze vertelt over de opstart, het proces, de rollen die mensen opnemen, de onderlinge verhoudingen. Over hoe, door de focus te leggen op ‘buiten’, ook de werking zelf een nog gastvrijere plek werd. ’t Karwei/De Vlonder en ’t Aktief/De Klapper zijn deel van de zorggroep Multiversum en de Cluster Marcato. De Cluster Marcato staat voor maatschappelijk herstel (functie 3) en heeft een aanbod van arbeidszorg, ontmoeting (lotgenotencontact) en vorming (Herstelacademie).

M07.3
Herstelgerichte zorg via activiteit en ontmoeting: een verbindend verhaal van activering, creativiteit en participatie
Kim Tintel, Master, Diensthoofd Therapeutisch Activiteitencentrum, Zorggroep Sint-Kamillus, Bierbeek
Melissa Santervas, diensthoofd Activiteiten- en Ontmoetingscentrum ’t Collectief, Zorggroep Sint-Kamillus, Bierbeek

Zorggroep Sint-Kamillus biedt psychiatrische (crisis)opvang en behandeling op korte, middellange en lange termijn aan volwassenen met een psychiatrische aandoening, een verstandelijke beperking in combinatie met een psychiatrische aandoening, het statuut van internering en volwassenen met niet-aangeboren hersenletsels. Binnen deze zorggroep zijn er twee unieke plekken waar we een warm, menselijk en verbindend verhaal schrijven, namelijk het Therapeutisch Activiteitencentrum (TAC) en het Activiteiten- en Ontmoetingscentrum ’t Collectief. In het zorgtraject van opname tot terugkeer en verder, leveren beide centra elk op hun eigen manier een bijdrage aan herstelgerichte zorg. We leggen de klemtoon op activering via creatieve en arbeidsmatige atelierwerking en non-verbale therapie, arbeidsrehabilitatie en de plek dat ontmoeting en participatie van zorgvragers in al deze facetten krijgt. Zorgvragers (her)ontdekken op deze manier wat ze graag willen doen en krijgen inzicht in hun eigen functioneren.

Tijdens het congres nemen we de geïnteresseerden graag mee in onze werking die hoofdzakelijk gegroeid is uit de uitdagingen, krachten en creativiteit die we voelden en zagen bij de zorgvragers. We laten jullie kennismaken met de eigenheid en kracht van beide plekken en de manier waarop ze zich verankeren in de lokale gemeenschap.


M07.4
Project ALERT – naar een succesvolle integratie in de samenleving van iedereen die op basis van psychische kwetsbaarheid  met mechanismen van uitsluiting kampen
Dirk De Troy, Bachelor, Ervaringsdeskundige, SPPiT mobiele teams, Grimbergen

Vanuit onze mobiele werking worden we dagdagelijks geconfronteerd met cliënten die zich eenzaam voelen en weinig tot geen aansluiting ervaren met de buurt waarin ze wonen, met organisaties actief in de gemeente, met plaatselijke vrijetijds-en vrijwilligersinitiatieven. ALERT staat voor Aanwezig – Laagdrempelig – Eerstelijns – Regelmatig – Toegankelijk. Ons project dat ook wel sterk gelinkt kan worden aan kwartiermaken richt zich op volgende subdoelen: – Werken aan de bevordering van een samenleving waarin (meer) mogelijkheden ontstaan voor de doelgroep  – Doelgroep op laagdrempelige manier in contact brengen met anderen, zonder verwachtingen, zonder agenda, zonder te behalen resultaten  – Met en voor onze doelgroep activiteiten organiseren die aansluiting vinden bij een ‘alerte’ organisatie of initiatief of gemeentelijk niveau.  Per (sub)regio, plaats, gemeente kan de aanpak wat verschillen maar een aantal kenmerkende activiteiten zijn wel telkens van toepassing: wensen en behoeften van doelgroep in kaart brengen, draagvlak organiseren in betrokken organisaties of initiatieven, hulpverlener en ervaringsdeskundige aanwezig in opstart en zoeken naar duurzame samenwerkingsverbanden.

Werkzame elementen binnen het project kunnen zijn: samenwerken met alle betrokken partijen aan het creëren van ruimte voor mensen die op basis van hun psychische kwetsbaarheid kampen met eenzaamheid en/of sociale uitsluiting / mensen worden in de gelegenheid gesteld te participeren in de samenleving doordat samenleving ruimte voor hen maakt / de wensen en voorkeuren van onze doelgroep vormen het uitgangspunt, niet het aanbod van een organisatie of initiatief / hulpverleners en ervaringsdeskundigen zijn diegene die daarbij verbindend en bemiddelend optreden  / de diversiteit aan mogelijkheden is zéér groot omdat er weinig beperkingen aan de methode zijn / werken naar een duurzaam resultaat, een langetermijnsverandering en verbinding van organisaties en mensen.

M07.5 Post-traumatisch herstel vanuit ervaringsdeskundigheid
Marijn
Depraetere, Middelbaar, Voorzitter, Over De Grenzen Heen VZW, ROESELARE

Over De Grenzen Heen VZW organiseert een veilige en warme huiskamer in het hart van de stad Roeselare ingericht op het bespreekbaar maken van psychische traumasporen. Twee maal per week kan je er binnenstappen zonder afspraak om je bij te zetten in een goed gesprek van mens tot mens. Onze ervaringsdeskundigen en medewerkers geven ruimte aan iedereen om op adem en op verhaal te komen. Meestal ligt het volledige levensverhaal op tafel na een halve tas koffie. Waar we nooit de intentie hadden om ons te specialiseren in seksueel jeugdtrauma valt het op hoe vaak onze leden dit type trauma in de rugzak hebben. Eens lotgenoten en medewerkers elkaars veiligheid hebben ervaren ondersteunen we hen in de eerste plaats persoonlijk. We contacteren ze wekelijks en bieden hen persoonlijke gesprekken aan. Daarna bieden we hen de handvaten aan die nuttig waren in ons eigen post-traumatische hersteltraject: psycho-educatie, lotgenotencontacten, praatgroepen en activiteiten voor het ganse gezin.

Over De Grenzen Heen VZW focust niet op trauma maar op het herstel daar van. Samen met de lotgenoot lopen wij ervaringsdeskundigen dat lange en bochtige pad af naar herstel, waarbij we niet vergeten af en toe stil te staan bij het uitzicht. Wij promoten een holistische herstelvisie waarbij ervaringsdeskundigheid en professionele kennis collaboreren in het post-traumatische hersteltraject, wat ook de inhoud van die rugzak mag zijn. Wij geloven dat deze veilige ontmoetingskamers een ontbrekende schakel zijn in het geestelijke gezondheidsnetwerk.

M08 NON VERBALE THERAPIE
M08.1  Het gebruik van klinische muzikale improvisatie als instrument in het betekenis geven aan ruwe ongedifferentieerde elementen, als bouwsteen voor compositie.
Freya Dasseville
, Master in de muziek, afstudeerrichting muziektherapie, Muziektherapeut, Z.ORG KULEUVEN campus Kortenberg, Tienen

Binnen deze presentatie lichten we toe hoe klinische muzikale improvisatie ingezet kan worden in het ontvouwen van ongedifferentieerde affecten, en hoe deze omgevormd kunnen worden via compositorische aspecten naar een behapbare muzikale vorm.

Dit wordt geïllustreerd aan de hand van casus A, een 16-jarige adolescent in transitie die opgenomen werd binnen kinder & jeugdpsychiatrie met ASS en dwangklachten. Tijdens groepssessies muziektherapie leerden we A kennen als een zeer nieuwsgierige, exploratieve en energieke jongen met een grote interesse en intuïtieve aanleg voor het muzikale. A differentieerde zich van zijn groepsgenoten door zijn buitengewone muzieksmaak, en zijn open speelse houding om elk muziekinstrument doorheen het lokaal te verkennen. A trad aanvankelijk op een uiterst onafgestemde, explosieve en vaak destructieve wijze in samenspel. Hij speelde dwars doorheen zijn groepsgenoten. Er ontstond echter al snel de ambivalentie binnen de improvisaties, enerzijds vernietigend op zoek naar de bevestiging in afwijzing. Anderzijds  ging A voorzichtig en ontvankelijk op zoek naar verbinding, connectie, en het ‘gezien worden’.

A kent doorheen het therapeutisch proces een evolutie en groei binnen groepssessies en individuele sessies, waarbij hij gebruikmaakt van de non-verbale muzikale improvisaties op een ontladende, alsook verbindende wijze. Vanuit de muzikale improvisaties die ontstonden groeiden A’s eigen muzikale composities. Deze composities kregen een meervoudige functie waarbij hij zichzelf containment en houvast biedt, alsook waarmee hij op zoek gaat naar bevestiging in zijn waarden, talenten, en zelfvertrouwen.

M08.2  Kracht in beweging: Het inspirerende verhaal van Bewegen Op Verwijzing
Karlien Devloo
, Master, Senior stafmedewerker beweging, Vlaams Instituut Gezond Leven vzw, Laken

Deze presentatie belicht twee inspirerende getuigenissen van individuen, Inge Van Moer (57) en Nadine Brouwers (40), die dankzij Bewegen Op Verwijzing (BOV) een positieve impact op hun mentaal welzijn hebben ervaren. Beiden stonden voor fysieke en mentale uitdagingen en vonden ondersteuning in BOV, op aanraden van hun arts. BOV, oorspronkelijk toegankelijk via doorverwijzing van artsen, is nu ook beschikbaar voor patiënten door aanbeveling van psychologen. Deze aanpak biedt persoonlijke ondersteuning voor meer beweging tegen een voordelig tarief.

De getuigenissen van Inge en Nadine doorlopen een volledig traject. Nadine benadrukt de waarde van haar coach als meer dan alleen een motivator, met aandacht voor zowel fysieke als mentale gezondheid en een echt luisterend oor. Dat heeft Nadine geholpen om haar bewegingsdoelen te bereiken, en zo ook een positieve verandering in haar mentale welzijn te ervaren. Voor Inge bleek badminton een schot in de roos te zijn. Dit moment is nu heilig voor haar, een welkome uitlaatklep waar ze al haar zorgen achter zich kan laten en waarbij het sociale aspect erg belangrijk is. Nadine wijst op het betaalbare aspect van BOV. De overheid dekt een groot deel van de kosten. Deze aanpak heeft niet alleen geleid tot het behalen van bewegingsdoelen voor haar maar heeft ook blijvende veranderingen in levensstijl en mindset veroorzaakt. Samengevat tonen deze getuigenissen de transformerende kracht van BOV als een betaalbare, persoonlijke, en effectieve aanvulling op bestaande behandelmogelijkheden.

M08.3 Te beestig voor woorden: huisdieren binnen GGZ?
Joke Decru, postgraduaat animal applied behaviour, Directeur AAP vzw, Animal Assisted Projects, kortweg AAP vzw, Zwijndrecht

Steeds vaker duiken (huis)dieren op binnen de geestelijke gezondheidszorg. Dit door de positieve effecten die dieren kunnen hebben op mensen. Een dier brengt mensen vaak letterlijk in beweging en dat kan een prachtig effect hebben op hun ontwikkeling en mentale welzijn. Maar het inzetten van dieren vraagt de nodige kennis. Dit om het welzijn van zowel de patiënten, maar ook van de dieren waarmee gewerkt zou worden, te bewaken. Wat weten we uit de wetenschap rond de zin, maar ook de onzin rond het werken met dieren? En als we de koppeling maken met het werkveld: is het inzetten van (huis)dieren dan te beestig voor woorden? Of ga je ervan kwispelstaarten? We trekken graag de discussie open met als doel het welzijn van alle actoren te bewaken.

M09 OUDERS, KINDEREN & JONGEREN
M09.1 Met kinderen praten over internering van een ouder: Ontwikkeling van het kinder- en werkboek ‘Mijn papa’s hoofd is als de wolken’
Leen Cappon, PhD, Wetenschappelijk medewerker, PC Sint-Jan-Baptist – ScienceForCare, Zelzate

De internering van een ouder is een ingrijpende ervaring, die gevolgen kan hebben op korte en lange termijn voor alle betrokkenen en zeker voor het kind. Het begrijpelijk toelichten aan een kind wat internering is en wat het daaruit volgend forensisch psychiatrisch behandeltraject inhoudt, is niet eenvoudig. Een kinderboek kan hierbij ondersteuning geven. Het biedt de kans om internering laagdrempelig te bespreken en om interactief met het eigen levensverhaal aan de slag te gaan.  Daarom werd in samenwerking met de Vakgroep Orthopedagogiek, binnen PC Sint-Jan-Baptist (PC SJB) een kinder- en werkboek ontwikkeld met als titel ‘Mijn papa’s hoofd is als de wolken’. Om het boek vorm te geven, werd beroep gedaan op de perspectieven van zowel ouders die geïnterneerd zijn, hun kinderen en naastbetrokkenen alsook van professionals in de forensische geestelijke gezondheidszorg en in de kinder- en jeugdzorg. In 2023 werd ook een draaiboek ontwikkeld om het aan de slag gaan met het kinder- en werkboek in de dagelijkse praktijk verder te ondersteunen. Dit draaiboek wordt begin 2024 getest via casestudies met vaders en moeders die op een forensische afdeling in PC SJB verblijven. Tijdens de presentatie zal het kinder- en werkboek voorgesteld worden, waarbij stilgestaan wordt bij het ontstaansproces en bij de eerste ervaringen in de klinische praktijk.

M09.2 Individuatie-separatie in verbondenheid: een paradox?  Over ouderbetrokkenheid tijdens een residentiële opname op adolescentenafdeling De Kade
Indra Struyven, kinder- en jeugdpsychiater, afdeling De Kade, dienst Kinder- en jeugdpsychiatrie, UPC KU Leuven Campus Kortenberg
Jens De Vleminck
(afdeling De Kade, Dienst Kinder- en Jeugdpsychiatrie, UPC KU Leuven Campus Kortenberg)

Klassiek staat de individuatie-separatie centraal als één van de belangrijke adolescentaire ontwikkelingstaken. Naast het belang van de peers blijven adolescenten in hun identiteitsontwikkeling echter evenzeer in belangrijke mate afgestemd op volwassenen. In de veranderende maatschappelijke context wordt de afstand-nabijheid van ouders (en andere zorgfiguren) in een klinische populatie bijkomend op de proef gesteld, zo lijkt het. We ervaren daarbij de laatste jaren twee dominante tendensen: sommige ouders zijn over-aanwezig tijdens het opnametraject van hun kind, terwijl anderen eerder afwezig zijn. Hoe kunnen we samen met ouders het ‘juiste midden’ vinden? Hoe kunnen we de gezinscontext ‘goed genoeg’ betrekken bij het intensieve therapeutische traject van de jongere? We illustreren onze reflecties inzake het thema van ouderbetrokkenheid via enkele korte klinische vignetten.

M09.3 Duffeltje het knuffeltje als verbinding tussen kinderen, ouders en hulpverleners
Ludmilla Moons, Systeempsychotherapeut | Stafmedewerker familiebeleid UPC Duffel, Duffel
Sara Vermeylen,
bachelor in de toegepaste psychologie/ Zorgprofessional met familie-ervaring UPC Duffel, Duffel

We informeren jullie graag over het project Duffeltje Knuffeltje. De kangoeroeknuffel helpt ons om van UPCDuffel een Kindvriendelijker ziekenhuis te maken. Het is een manier om de handelingsverlegenheid van hulpverleners naar kinderen toe aan te pakken. Daarnaast zet Duffeltje het thema ouderschap centraler in de behandeling bij opname. Concreet praten we met iedere opgenomen ouder over ouderschap via de kangoeroeknuffel, het bijhorende boek geeft passende taal aan een psychiatrische opname en de sessies ‘zorg voor het gezin’ bieden een plaats om samen te spreken over ouderschap.  Hulpverleners leggen contact met de kinderen door hen persoonlijk een knuffel te geven: de grote knuffel voor het kind, de kleine knuffel voor de ouder. In de sessies ‘zorg voor het gezin’ ondersteunen we ouders in interactie met hun kinderen, zetten in op leren van elkaar en het zoeken naar passende taal. We slaan een brug tussen volwassenen- en kinderwerking door samen te werken met CKG en CGG in ouder-kindsessies voor het ganse gezin van de patiënt. Hiermee willen we ouders met een psychische kwetsbaarheid ondersteunen in hun ouderschap en kinderen de nodige ruimte geven. In de 5 parallelsessies is er ruimte om samen te spreken en te ontdekken.

M09.4 Op zoek naar bewegingsvrijheid: een systemisch therapiemodel voor ouders met zorg mijdende, sociaal geïsoleerde (jong)volwassenen
Willem Beckers, Systeemtheoretisch psychotherapeut, Staflid, Interactie-Academie, Antwerpen

Het wordt steeds meer zichtbaar: de problematiek van ‘hikikomori’ of ‘extreme social withdrawal’, waarbij (jong)volwassenen geïsoleerd verblijven in hun ouderlijk huis maar ook worstelen met tal van psychische en sociale moeilijkheden. De relatie van deze (jong)volwassenen met hun ouders wordt gekenmerkt door patronen van dwang en contactarmoede. Ouders ervaren een beklemmende verantwoordelijkheid, verdriet en wanhoop. In de hulpverlening voor deze (jong)volwassenen worden ouders aangemoedigd om hun handelen bij te sturen, gericht op de toename van autonomie bij hun inwonende kinderen. De praktijk leert echter dat de druk en de handelsverlegenheid bij ouders steeds groter wordt. Ook het vooropgestelde doel om deze (jong)volwassenen weer in beweging te brengen wordt hiermee vaak niet bereikt. Ik pleit daarom voor een andere benadering van ouders in de geestelijke gezondheidszorg, waarbij hun lijden en precaire positie expliciet op de voorgrond wordt gezet. Ik illustreer een therapeutisch model dat hulpverleners helpt taxeren wanneer cliënten in hun rol als ouders in een relationele patstelling belanden met hun kinderen en in hun eigen omgeving. Het model structureert een procesgericht hulpverleningstraject dat ouders als volwaardige cliënten mogelijkheden biedt om zich te opnieuw te positioneren in deze gestolde familiale en maatschappelijke wisselwerkingen. Dit toekomstperspectief genereert ook een nieuwe dynamiek voor het welzijn en het isolement van hun (jong)volwassen kinderen. In de workshop onderzoeken we de vertaling van deze ideeën en werkwijzen naar de eigen praktijk van de deelnemers.

09u15- 10u45  –  mededelingen
M10 FORENSISCHE ZORG II
M10.1 De verbinding tussen forensisch werken en de Schaal voor Emotionele Ontwikkeling (SEO)
Ongena Aristo, Master Orthopedagogiek, Wetenschappelijk medewerker, P.C. Sint-Jan-Baptist, Zelzate

Binnen de forensische zorg wordt gewerkt met twee behandelmodellen het Risk-Needs-Responsivity (RNR)-model en het Good Lives Model (GLM). Het RNR-model focust op risicomanagement en de behandeling van criminogene behoeften. Het GLM legt de klemtoon op het realiseren van levensdoelen. Beide modellen onderstrepen het belang van een forensische behandeling op maat. Onderzoek toont aan dat ook een therapeutische relatie die rekening houdt met de emotionele behoeften van de cliënt belangrijk is, en eigenlijk onmisbaar bij de doelgroep personen met een verstandelijke beperking. Het emotioneel ontwikkelingsdynamisch model van Anton Došen tracht net deze emotionele behoeften in kaart te brengen en handvaten te bieden voor interventies. De integratie van de Schaal voor Emotionele Ontwikkeling (SEO) in de forensische zorg is dus noodzakelijk en er moet een brug geslagen worden tussen forensische benaderingen en de emotionele behoeften van individuen met een verstandelijke beperking. Maar hoe passen deze modellen in elkaar? Waar verrijken ze elkaar en waar zorgen ze voor conflicten?

Vanuit praktijkervaring en een casusbespreking trachten we in deze mededeling de integratie van de SEO in de forensische zorg toe te lichten. Deze oefening en inzichten zijn belangrijk voor een holistische en effectieve benadering van risicomanagement en behandeling binnen de forensische sector.

M10.2 Hoe vanuit transdisciplinair onderzoek naar de SEO de brug tussen professionals by experience en professionals by professions wordt gemaakt
Ongena Aristo, Master Orthopedagogiek, Wetenschappelijk medewerker, P.C. Sint-Jan-Baptist, Zelzate

In 2019 ontwikkelde P.C. Sint-Jan-Baptist in samenwerking met begeleiders (of professionals by professions) die werken met personen met verstandelijke beperking, posters van de Schaal voor Emotionele Ontwikkeling (SEO). Deze posters moeten begeleiders meer concrete handvaten bieden in het werken met de SEO (Ongena & Morisse, 2019). Hoewel we erg trots zijn op het product en hoe we het model eigen hadden gemaakt, werd al snel duidelijk dat we een belangrijke stakeholder in dit ‘multidisciplinair’ project vergeten waren, met name de cliënten zelf. Hun perspectief en participatie integreren in het werken met de SEO draagt bij tot kwaliteitsvoller hulpverlening. Daarom onderzoeken we hoe de SEO verder kan ontwikkeld worden zodat ook cliënten kunnen betrokken worden. Meer specifiek ligt de focus van dit onderzoek op de methodieken, theoretische doorontwikkelingen en communicatievormen die nodig zijn om cliëntenparticipatie te realiseren. Het verbindende in dit onderzoek is dat niet alleen multidisciplinair maar ook transdisciplinair wordt gewerkt. Dit betekent cliënten op een gelijkwaardige manier worden betrokken, als priofessionals by experience.

Tijdens deze mededeling geeft de onderzoeker mee hoe dit concreet in zijn werk gaat en welke resultaten en uitdagingen dit type onderzoek met zich mee brengt.

M10.3 De waarde van een gemeenschappelijke taal en visie op de forensische behandelafdeling Forte. De implementatie van SafePath: Een pad van groeien, leren, volhouden.
Kristien Rochette, licentiaat Klinische psychologie, Therapeutisch coördinator en psycholoog, Zorggroep Sint Kamillus Bierbeek, Bierbeek
Nele Vastmans, criminologe Forensische behandelafdeling Forte, Zorggroep Sint Kamillus

SafePath is een evidence based methode die gebaseerd is op de principes van de schemagerichte therapie en de positieve psychologie. Ze werd ontwikkeld door Prof. David Bernstein en heeft tot doel teams te versterken in het werken met uitdagende problematieken zoals persoonlijkheidsproblemen, agressie, verslaving,… SafePath draagt bij aan het creëren van  veiligere en meer therapeutische omgevingen oa op afdelingen. Inzoomen op de basisbehoeften van mensen en het gebruik van de moditaal zijn twee cruciale elementen van de methode.  Enkele jaren geleden koos de behandelafdeling Forte van Zorggroep Sint Kamillus voor SafePath. De teamleden volgden de basistraining waarna met hen een coaching traject werd gestart. Met de deelnemers willen we onze ervaringen delen. Hoe verliep ons leertraject tot nu toe? Waar botsten we op? Waar leerden we uit? Waarom is voor ons die gemeenschappelijke taal en visie zo belangrijk in het groeien naar een gezond volwassen team? Met de deelnemers willen we ook in dialoog gaan. Ervaringen uitwisselen om elkaar te inspireren en positief te beïnvloeden.

M10.4 Virtual Reality (VR) in de-escalatie simulatietraining in de Forensische Psychiatrische Centra
Wendy Naegels, Bachelor Verpleegkundige, Stafmedewerker Interne Opleidingen, FPC NV, Antwerpen
Melissa Coense,  trainer,
Kim Goethals (zorgmanager)

In aanvulling op het blended learning opleidingsaanbod voor sociotherapeuten, wordt binnen de Forensische Psychiatrische Centra ook immersive virtual reality simulation (iVRS) benut. Aan de hand van deze techniek worden de-escalerende vaardigheden ingeoefend. In de forensische psychiatrie is sprake van een moeilijk evenwicht tussen repressie en de-escalatie. De-escalerend werken betreft het geheel aan interventies waarbij de patiënt geen repressie ondervindt. Kritische zelfreflectie op het eigen functioneren en de impact daarvan op de patiënt zijn noodzakelijk. Simulatietraining heeft een bewezen effect op attitude, kennis en vaardigheden bij hulpverleners. Het gebruik van VR kan een positieve impact hebben op communicatie, teamwerking en beslissingsvaardigheden (1).

iVRS werkt bevorderend voor het inlevingsvermogen, wat leidt tot minder repressieve acties (2). Het debriefingsproces na afloop van de simulatie zorgt niet alleen voor onmiddellijke feedback op de eigen kennis, vaardigheden en attitude, maar ook voor een leerproces waarin op een veilige manier aan zelfreflectie kan worden gedaan (1).

M11 ERVARINGSDESKUNDIG & CONTEXT
M11.1 Steunfiguren anders bejegenen
Céline Prinsier, bachelor, ervaringsdeskundige, de MaRe, Kortrijk

Met tijdelijke middelen hebben we zorg kunnen bieden aan steunfiguren van cliënten die bij ons een traject aan het volgen waren. Steunfiguren kregen ruimte om los van de cliënt hier een luisterend oor te krijgen en hun bezorgdheden werden beluisterd. We zagen dat dit zowel voor omgeving als voor de cliënt een grote meerwaarde was. Niet alleen kon de cliënt de zorgen die hij maakte rond zijn omgeving loslaten, de omgeving voelde zich ook gehoord en gesteund. De noden voor de omgeving werden duidelijk en er kon bij sommige een mooie doorverwijzing ontstaan. Graag kom ik dit wat verder toelichten en breng ik voorbeelden vanuit de praktijk mee.

M11.2 Vrijwilligen als weg naar participatie en herstel
Els Verheyen, Klinisch psycholoog, Coördinator, ANBN vzw, Leuven

Binnen patiënten- en familieorganisatie ANBN vzw zetten een 60-tal vrijwilligers zich in om lotgenoten te ondersteunen en om mensen te informeren over eetstoornissen en hen op weg te helpen naar herstel. Zij vertrekken vanuit hun eigen ervaringen, leren die gericht inzetten en groeien in zelfvertrouwen, vaardigheden en kennis. De verbondenheid zorgt voor een warme groep, waarin mensen zich gedragen en gesteund voelen en waarin zij kansen creëren om zich te ontwikkelen. Wat ooit hun klacht was, wordt zo een kracht en draagt uiteindelijk bij aan persoonlijk herstel. Aan de hand van een particuliere ervaring lichten we tijdens deze mededeling de herkenbare ontwikkelingsprocessen in individuele trajecten toe.

M11.3 Erkenning van lotgenotencontact in de geestelijke gezondheidszorg: aanbevelingen en implicaties
Nele Van den Cruyce, PhD, expert, Hoge Gezondheidsraad, Brussel + wetenschappelijk medewerker-socioloog, KULeuven, Leuven
Geert Van Isterdael, expert, Hoge Gezondheidsraad, Brussel + ervaringsdeskundige vzw Uilenspiegel, Brussel

De Hoge Gezondheidsraad heeft aanbevelingen ontwikkeld voor het gebrek aan een structureel kader voor lotgenotencontact en de erkenning van de waarde ervan in de geestelijke gezondheidszorg. Het advies richt zich op intentioneel asymmetrisch lotgenotencontact met mensen met een psychische kwetsbaarheid buiten het institutionele kader. Het is gebaseerd op een systematische review, een Delphi-studie en de analyse van ervaringen van deelnemers aan lotgenotencontactbegeleidingen. Wetenschappelijke studies tonen aan dat lotgenotencontact zowel directe als indirecte positieve effecten heeft, zonder negatieve impact. De meerwaarde ligt in het wederzijds contact tussen mensen met vergelijkbare ervaringen, wat natuurlijke erkenning en steun faciliteert. Formeel lotgenotencontact met een sterker uni-directioneel karakter vereist een professioneel kader voor kwaliteitswaarborging en bescherming.

Een Delphi-studie met 441 antwoorden toont aan dat peer support als aanvulling op klinische zorg nuttig is in verschillende herstelfasen. Een statuut met hieraan gekoppelde verloning op basis van verschillende specifieke functiebeschrijvingen die de diversiteit aan rollen weerspiegelt is essentieel voor erkenning en bescherming van zowel lotgenotencontactbegeleider als patiënt. Ervaring is een vereiste, en vaardigheden via praktijkgerichte vormingen kunnen de lotgenotencontactbegeleider verder professionaliseren.  De ervaring van 51 patiënten benadrukt de positieve impact, waarbij zij zich ‘gehoord, gezien en begrepen’ voelen.  Het advies omvat het installeren van een duidelijk kader en georganiseerde structuur voor professionele organisatie van lotgenotencontact, met specifieke aanbevelingen voor lotgenotengroepen, beleid, de zorgsector en de maatschappij. Financiële middelen zijn cruciaal voor de implementatie van deze voorstellen.

M11.4 Globaal Plan Ervaringsdeskundigheid, rollen van ervaringsdeskundigen
Patrick Colemont
, Beleidsmedewerker, Vlaams Patiëntenplatform vzw/OPGanG, Heverlee

Ervaringsdeskundigen kunnen verschillende rollen opnemen zoals ook beschreven in het Globaal Plan Ervaringsdeskundigheid. Een rol schept duidelijkheid over wederzijdse verwachtingen en laat iedereen toe om actief keuzes te maken over de rollen die men wil en kan opnemen. Eén van deze rollen voor ervaringsdeskundigen is die van bruggenbouwer. Binnen deze rol zetten zij in op verbinding tussen patiënten, hulpverleners, familie en andere mogelijke stakeholders binnen de zorg. Op deze manier dragen zij actief bij aan meer wederzijds begrip, gelijkwaardige samenwerking en gastvrije zorg. Steeds meer organisaties zijn zich bewust van de meerwaarde om ervaringsdeskundigen in te schakelen in de zorg. Dit gebeurt vanuit verschillende rollen en op verschillende niveaus. Tijdens deze mededeling lichten we de rol van bruggenbouwer toe. Wat zijn de ervaringen en de meerwaarde van deze rol? Zijn er ook bepaalde aandachtspunten of valkuilen?

M12 VERSLAVING
M12.1 Richtinggevende adviezen voor de ontwikkeling en implementatie van een zorgpad alcohol (preventie, detectie, behandeling)
Eline Hellemans, Master in de klinische psychologie, Liaisonpsycholoog, UZ Gent, Gent
Lyssa Toyinbo, Master in de gezondheidsbevordering, projectcoördinator zorgpad alcohol bij VAD (Vlaams Expertisecentrum Alcohol en andere Drugs), Brussel

Alcohol veroorzaakt schade op diverse gezondheidsgebieden, met gastro-intestinale ziekten zoals leververvetting en cirrose, hepatitis, oncologische en cerebrovasculaire aandoeningen en neurologische pathologieën, zoals het syndroom van Wernicke-Korsakov en delirium tremens [1]. Ziekenhuizen zijn daardoor een belangrijke setting om in te zetten op detectie, behandeling en nazorg van alcoholgerelateerde aandoeningen. Ondanks verschillende protocollen omtrent alcoholontwenning en Wernicke encephalopathy, is er een hiaat op vlak van implementeerbare richtlijnen voor een alomvattend zorgpad.

In samenwerking met FOD Volksgezondheid en VAD, startten zes Vlaamse ziekenhuizen een zorgpad alcohol met als doel de ontwikkeling van een ziekenhuisbrede aanpak omtrent preventie, detectie en behandeling omtrent alcoholgerelateerde stoornissen. Vier uitwisselingsmeetings vonden plaats met artsen, ervaringsdeskundigen en projectmedewerkers om op evidence-based wijze uniforme richtinggevende adviezen te ontwikkelen. Hierbij werd steeds de brug gemaakt tussen wetenschappelijke literatuur en klinische expertise.  The AUDIT-C en CIWA-AR werden gekozen als gevalideerde vragenlijsten om riskant alcoholgebruik en ontwenningssymptomen te detecteren en in te schatten bij patiënten vanaf 16 jaar in opname Diazepam werd gekozen ter preventie van delier en richtlijnen werden opgesteld omtrent vitaminesuppletie ter preventie van Wernicke-Korsakov. Het belang van zorgverleners goed op te leiden tijdens implementatie werd benadrukt alsook een interne psychiatrische liaisonwerking die verdere nazorg kan bieden.

Uniforme richtinggevende adviezen werden ontwikkeld ter preventie, detectie en behandeling van alcoholgerelateerde stoornissen in algemene ziekenhuizen. Sommige keuzes werden voornamelijk op klinische expertise gebaseerd vanwege een gebrek aan wetenschappelijk onderzoek. Meer onderzoek is daarom noodzakelijk om de effectiviteit van de verschillende onderdelen verder te onderzoeken, alsook hoe implementatie kan worden verbeterd.

M12.2 Patiënt-gerapporteerde meetinstrumenten in de verslavingszorg
Charlotte Migchels, MD, PhD student, VUB, Jette

Achtergrond
In het kader van het groeiende belang van patiëntgerichte zorg zien we een toenemend gebruik van patiënt-gerapporteerde uitkomst- en ervaringsmaten (PROMs and PREMs). Deze laten ons toe om uitkomsten te meten vanuit het standpunt van zorggebruikers. Onderzoek op dit gebied is echter beperkt binnen de verslavingszorg.

Methoden
PROMs en PREMs in de verslavingszorg werden via een scoping review in kaart gebracht1. Daarnaast brengen we de eerste resultaten van een naturalistische longitudinale multicentrische studie waarin gebruik gemaakt wordt van PROMs en PREMs binnen verschillende verslavingszorgcentra in België: de Outcome Measurement and Evaluation as a Routine practice in alcohol and other drug services in Belgium (OMER-BE) studie.

Resultaten
Er is een toenemend gebruik van en een grote verscheidenheid aan patiënt-gerapporteerde meetinstrumenten in de verslavingszorg wereldwijd. Er zijn echter belangrijke helpende en belemmerende factoren bij het implementeren van PROMs en PREMs in de klinische praktijk, waaronder de belasting voor en betrokkenheid van zorgverleners en technische ondersteuning. Daarnaast bespreken we enkele preliminaire resultaten van de OMER-BE studie, onder meer sociodemografische en klinische factoren bij de start van behandeling en de evolutie van PROMs en PREMs scores.

M12.3  Nurse led clinic voor mensen met verslaving in een Algemeen Ziekenhuis
Bruce Vrancken, Master in de verpleegkunde GGZ, Verpleegkundig specialist GGZ, AZ Sint-Jan Brugge AV, Bredene

Achtergrond: Ambulante behandeling voor verslaving is een veilige en effectieve optie . Verpleegkundige consultaties, geleid door advanced nurse practitioners en verpleegkundig specialisten, vormen een innovatieve benadering van ambulante behandeling. Dit abstract beschrijft de werking van een nurse-led ontwenningskliniek in AZ Sint Jan Brugge.

Methode: Het implementatieproces omvat voorbereiding, analyse van de huidige praktijk, doelen stellen, doelgroep en specifieke setting analyseren, een implementatieplan maken en uitvoeren, en evaluatie, bijsturing en borging.

Resultaten: Het team bestaat uit 5 gespecialiseerde verpleegkundigen, waaronder advanced nurse practitioners en verpleegkundig specialisten, met expertise in verslaving en geavanceerde psychotherapietraining. De kliniek biedt psychotherapie, psycho-educatie, poliklinische detoxificatie, psychofarmacologische begeleiding, assessment, screening, gezondheidsbevordering en werkt nauw samen met het patiëntennetwerk. In 2022 waren er 1204 consulten, met gemiddeld 4,3 consulten per patiënt. 95% van de patiënten had binnen 1 week na intake een consult. In 2023 volgden 30 patiënten een thuis-detoxificatieplan, waarvan 28 met succes werden afgerond, zonder ongewenste voorvallen.

Implicaties: Dit implementatieproces versterkt het belang van advanced nurse practitioners en gespecialiseerde verpleegkundigen. Toekomstig onderzoek binnen de ambulante verslavingszorg wordt aanbevolen.

11u15 -12u45 –  mededelingen 
M13 Forensische zorg III
M13.1 Kwaliteit van leven en groepsklimaat in de langdurige forensische psychiatrie
Athina Bisback, Master, Therapeutisch coördinator, Zorggroep Sint-Kamillus, Bierbeek

De relatie tussen kwaliteit van leven en groepsklimaat in forensische psychiatrie is een complex onderwerp. Kwaliteit van leven van forensisch psychiatrische patiënten wordt sterk beïnvloed door interne en externe factoren. Groepsklimaat op de afdeling kan hierin een centrale rol spelen. Met dit onderzoeken willen we inzicht krijgen in de relatie tussen groepsklimaat en kwaliteit van leven van langdurig verblijvende patiënten op een forensische high-risk afdeling. Ten eerste werd kwaliteit van leven onderzocht vanuit het perspectief van patiënten. Ten tweede werd er gekeken naar de mate van overeenstemming tussen scores van patiënten en scores van personeelsleden. Ten derde werd het huidige groepsklimaat onderzocht vanuit het perspectief van patiënten en personeelsleden. Ten vierde werd de mate van overeenstemming tussen beiden berekend. Tot slot werd de relatie tussen verschillende aspecten van kwaliteit van leven en verschillende aspecten van het groepsklimaat in meer detail onderzocht. Aan dit onderzoek namen 29 patiënten en 22 medewerkers deel. De resultaten wijzen op hoge kwaliteit van leven en groepsklimaatscores voor patiënten en medewerkers. Wel schatten medewerkers kwaliteit van leven lager in voor patiënten. Er werden geen verschillen gevonden tussen patiënten en medewerkers met betrekking tot het groepsklimaat. Veel facetten van groepsklimaat waren positief gecorreleerd met kwaliteit van leven. De resultaten van dit onderzoek werden besproken met patiënten en medewerkers om de kwaliteit van communicatie en het groepsklimaat te verbeteren. Het is belangrijk voor langdurige verblijfsafdelingen om prioriteit te geven aan het creëren van een positief groepsklimaat om kwaliteit van leven van alle betrokkenen te verbeteren.

M13.2  Groeitrajecten van dynamische risicofactoren tijdens behandeling in de hoogbeveiligde forensische psychiatrie in Vlaanderen
Sophie Verschueren, Master criminologie en seksuologie, Wetenschappelijk onderzoeker, FPC Antwerpen, Antwerpen

In de forensische psychiatrie is veel onderzoek gedaan naar risico- en beschermende factoren die samenhangen met recidive, omdat risicobeheersing een van de belangrijkste doelen van de behandeling is. Echter pas in het afgelopen decennium is de aandacht verschoven naar de empirische beoordeling van longitudinale verandering van dynamische risicofactoren tijdens de behandeling. In een vorige studie werden eerder kleine maar significante dalingen gevonden in risicofactoren tijdens de behandeling in de hoogbeveiligde forensische psychiatrie in Vlaanderen (Verschuren et al., 2023). Het doel van de huidige vervolgstudie is om deze onderzoekslijn te verdiepen door groeitrajecten in verschillende patiëntengroepen te beoordelen. Latente groeicurve analyses werden uitgevoerd om veranderingen in risicofactoren op basis van de HKT-R tijdens de behandeling in FPC Antwerpen en FPC Gent te meten. Een multi-groep benadering werd gebruikt om HKT-R trajecten te vergelijken tussen verschillende patiëntprofielen op basis van psychopathologie en indexdelict, tussen first offenders en recidivisten, en tussen patiënten met of zonder positieve afronding van de behandeling. Er werd een significante afname gevonden op bijna alle toekomstfactoren en de helft van de klinische factoren, namelijk probleeminzicht, psychotische symptomen, verantwoordelijkheid voor het delict, verslaving, sociale vaardigheden, medewerking aan behandeling en de invloed van risicovolle netwerkleden. Zoals verwacht vertoonden patiënten die de behandeling positief afrondden een significant sterkere daling dan patiënten die alsnog werden opgenomen of terugkeerden naar de gevangenis. Er waren echter geen significant verschillende trajecten voor first offenders en recidivisten. Verder werden er in de klinische subschaal significant verschillende trajecten gezien voor bepaalde patiëntprofielen. Overeenkomsten en verschillen met eerder onderzoek en het belang voor de klinische praktijk en onderzoek worden besproken.

M13.3 Lessons learned: 8 jaar forensische long stay
Vicky Van Bulck, Master psychologie, Wetenschappelijk medewerker, Zorggroep Sint-Kamillus, Bierbeek

Patiënten in een langdurig forensisch zorgtraject vormen een specifieke groep in de forensische populatie. Daar de behandelingsdoelen, kenmerken en noden van deze groep zijn verschillend van die in de bredere forensische populatie. De behandeling van deze long-stay groep focust op kwaliteit van leven eerder dan rehabilitatie en het reduceren van risico’s. In Zorggroep Sint-Kamillus is er de afgelopen twee jaar onderzoek gevoerd om een beschrijving van deze groep patiënten op te stellen. Uit dit onderzoek en de eigen klinische ervaring kwamen enkele uitdagingen naar voor die van belang zijn voor toekomstige long-stay afdelingen. Zo bleek dat de gemiddelde leeftijd op een long-stay afdeling hoog is, en deze patiënten bijgevolg grotere somatische zorgnoden hebben. Dit heeft implicaties voor onder meer de infrastructuur van een long-stay afdeling, het beveiligingsniveau, alsook voor de hoeveelheid personeel die de afdeling nodig heeft. Daarnaast merken we dat de uitstroom van deze groep erg beperkt is, doordat de rehabilitatie niet op de voorgrond staat. Hierdoor is er een grote nood aan meer long-stay afdelingen in België, met plek voor zowel mannelijke als vrouwelijke long-stay patiënten. Het doel van deze mededeling is enerzijds de resultaten van het onderzoek bespreken en anderzijds ook vanuit klinische observaties lessons learned te kunnen meegeven voor toekomstige long-stay afdelingen.

M14 Getuigenissen
M14.1 Getuigenis. Wat is therapeutisch? Van dwang naar emancipatie.
Veerle Janssens
, Universitair, tolk bij het Europees Parlement, Vzw Uilenspiegel, Halle

Bij een vruchtbaarheidsbehandeling lokt een injectie met Decapeptyl Depot bij Veerle Janssens een acute depressie uit. In het plaatselijk ziekenhuis wacht haar geen luisterend oor, maar de isolatiecel. Door een combinatie van stigma en slechte zorg verliest ze op een maand tijd haar relatie, haar plusdochters en bijna haar leven. Tien jaar later blikt ze terug, in het boek ‘Een tijd tussen al mijn tijden’. ‘Nabijheid had me kunnen redden, afwezigheid verdiepte de crisis,’ zo schrijft ze.
Haar boek is geen afrekening, maar een pleidooi voor warme zorg, zoals ze die heeft mogen ervaren bij haar psychiater-in-opleiding, de nachtverpleging en de nazorg. Ondanks de tragische gebeurtenissen, bevat haar boek(presentatie) heel wat humor. Zo blijkt haar eigen beleving als patiënt soms haaks te staan op de aantekeningen in haar medische dossiers. Veerle vraagt ook om residentiële zorg en ambulante zorg niet tegen elkaar uit te spelen, maar wederzijds te versterken. Haar boek bindt de strijd aan tegen machtsmisbruik en stigma, tegen het beeld ‘eens-een-psychiatrisch-patiënt-altijd-een-probleemgeval’ en tegen deterministische opvattingen in het psychoanalytisch denken, met name rond seksueel misbruik. En tot slot roept ze ertoe op om zorg breed te zien: een warme, inclusieve maatschappij kan helend werken – Veerle dankt haar herstel onder meer aan de speelpleinwerking, de schaakclub, medereizigers, fijne collega’s en een toffe job. Laten we dus bouwen aan een warmere samenleving!

M14.2 Non-binaire en transgender verhalen ondersteunen
Anke Raymaekers, systeemtheoretisch psychotherapeut en seksuoloog. Freelance docent bij de Interactie-Academie in Antwerpen. Coördinator van Praktijk Anker in Wilrijk, Wilrijk

Non-binaire personen en transgender personen voelen aan dat ze niet passen in een binair man-vrouwdenken. Ze kunnen niet anders dan de grenzen ervan belichamen en aankaarten, zowel voor zichzelf als in hun omgeving. Deze zoektochten en onderhandelingen verlopen vaak moeizaam en botsen op onbegrip, ongeloof of onwetendheid. We verkennen de relationele complexiteiten tussen non-binaire personen, transgenderpersonen en hun intieme of ruimere omgeving.

M14.3 Omarmd in een bevriend gezin versus opname in psychiatrie gedurende psychose, een persoonlijke ervaring.
Christel Guldentops, Master, vrijwilliger ervaringsdeskundige, , Borgerhout

Op mijn achttien werd mijn moeder gediagnosticeerd met “schizofrenie” en vroeg ik me af of deze “veroordeling” erfelijk was. Ik zag het lijden van mijn moeder, hoe zij zwaar gemedicaliseerd werd als quasi enige “therapie” en tot slot levenslang gehospitaliseerd. Ik besloot alles te doen wat in mijn macht lag om niet dezelfde weg op te gaan.

Ingrijpende jeugdervaringen leidden tot toxische relaties in mijn twens. Dit en het verlies van belangrijke dierbaren resulteerde in een crisis met licht psychotische symptomen op mijn dertigste. Ik overwon deze, slaagde er in mijn studies af te maken en korte tijd te werken. In 2010 ging ik er opnieuw onderdoor nadat ik gepest werd door mijn baas. Sedertdien deed ik om de vijf jaar trauma gerelateerde psychoses tot 2020, wanneer ik voor het laatst werd gehospitaliseerd. Gedurende mijn laatste psychotische episode, voorjaar 2023, werd ik thuis opgevangen bij vrienden. Ze boden mij een bed aan, gezonde voeding en knuffels. Samen zochten en vonden we betekenis in mijn “gekte” rekening houdend met mijn oude wonden.

Dit staat in schril contrast met mijn ervaringen in de psychiatrie. De “behandeling” in het ziekenhuis herinnerde mij sterk aan wat ik als kind ervoer. Het betekende opnieuw controleverlies en was daardoor niet helpend. Dit in tegenstelling tot mijn verblijf bij vrienden, waar ik beduidend sneller herstelde. Ik geloof dat dit is wat maakt dat zoveel mensen blijven hangen in het systeem.

M15 KENNISDELING
M15.1 Het behandelkompas in trialoog: samen op zoek
Lieve Beheydt,
klinisch psycholoog-psychotherapeut, dr. in de menswetenschappen/Stafmedewerker psychodiagnostiek UPC Duffel, Duffel
Katleen De Bie,
ervaringsdeskundige UPC Duffel, Duffel

Toegankelijke zorg gaat over zorggebruikers aan het stuur zetten van hun behandeling. We streven naar een gelijkwaardige positie en inbreng tussen patiënt, familie en zorgverlener. Maar hoe kan je de behandeling mee vorm geven als je zoveel in kennis verschilt?

Daarom vertellen wij u graag over het behandelkompas: 10 vragen die je helpen om in gesprek te gaan en gelijkwaardig aan tafel te zitten. Dit project staat nog in zijn kinderschoenen maar met de steun van de Koning Boudewijnstichting zijn we er vol enthousiasme mee aan de slag gegaan.

– We gaan daarbij in op

  • Het behandelkompas als hefboom van geïntegreerde zorg
  • Met gelijkwaardigheid tussen de leden van de trialoog (patiënt, hulpverleners, naasten)
  • Eigen regie voor de patiënt
  • Als de actuele ‘foto’ van de behandeling in het traject
  • Als gedeeld instrument voor continuïteit van zorg
  • Als permanent onderdeel van een patiëntendossier
  • Als ondersteuning van behandelplanning
  • Als persoonsgerichte zorg
  • Als instrument voor een gemeenschappelijke taal voor alle betrokkenen
  • Als specifieke rol voor ervaringsdeskundigen…

M15.2   Authentiek beleid maken als spil voor kennisdeling en uitwisseling over suïcidepreventie in UPC Duffel.
Michiel Manteleers,
hoofdverantwoordelijke dubbeldiagnose, UPC Duffel, Duffel
Jesse Verleije, kwaliteitscoördinator, UPC Duffel, Duffel

In UPC Duffel vroegen we aan elke afdeling om het overkoepelende suïcidebeleid concreet te vertalen naar de eigen doelgroep. Het suïcidepreventiebeleid wordt verdiept en aangevuld in dialoog met het team en andere afdelingen. Elke afdeling nodigt 3 kritische vrienden uit om dit beleid met hen te bespreken en daarover te reflecteren: een psychiater, psycholoog/verpleegkundige, stafmedewerker. Via deze peerreview stimuleren we elkaars werking rond suïcidepreventie te optimaliseren. De kritische vriend brengt eigen expertise in, formuleert observaties en geeft feedback op een vriendelijke manier. De gesprekken stimuleren het leren van elkaar over suïcidepreventie en zet het thema suïcide steeds op de agenda. Afdelingen ervaren eigenaarschap over hun werking en erkenning in hun expertise doordat zij ruimte krijgen om beleid te maken in functie van de eigen populatie. Het ziekenhuis ondersteunt door een beleidskader, richtlijnen voor het afdelingsbeleid vanuit het referentiekader en de organisatie van peerreviews.

We maken de deelnemers graag deel van onze zoektocht: onze aanpak, de geleerde lessen en hoe we dit verder gaan uitbouwen en opvolgen de komende jaren.

M15.3 Kortdurend werken in de residentiële psychiatrie: less is more?
Sara Van Autreve, PhD, Therapeutisch verantwoordelijke, KARUS vzw, Sint-Denijs-Westrem
Auteurs: Sara Van Autreve, An De Kesel

Samenvatting: In 2020 werd binnen het psychiatrisch ziekenhuis KARUS vzw een nieuwe afdeling opgericht, Kompas. Dit is een afdeling voor kortdurende behandeling van personen met een psychiatrische problematiek. Een residentiële opname of dagbehandeling op Kompas duurt maximaal 6 weken, eventueel verlengbaar met 2 weken nazorg. We stellen ons laagdrempelig op rond instroom en werken zoveel mogelijk vanuit de vraag van de zorgvrager. Na een intensieve opstartperiode van de nieuwe afdeling tijdens de coronaperiode en een fase van behandelinhoudelijke verdieping, is na 4 jaar de tijd rijp om enkele resultaten en reflecties te delen. Op Kompas kunnen zorgvragers in overleg met het behandelend team keuzes maken uit een intensief groepstherapeutisch aanbod. Daarnaast is er een sterk uitgebouwde individuele begeleiding, psychiatrische behandeling en een uitgebreide ondersteuning vanuit de sociale dienst. Echter, kortdurend behandelen is niet proberen om hetzelfde te doen in minder tijd. Er dienen gericht keuzes gemaakt te worden rond behandeldoelen.

In deze mededeling presenteren we een inkijk in ons therapeutisch klimaat en een overzicht van ons behandelaanbod, beschikbare data rond in-en uitstroom, data rond de ernst van de symptomatologie evenals resultaten van een tevredenheidspeiling bij de zorgvragers. Van hieruit maken we enkele reflecties rond de vraag: “less is more?”.

M15.4  Herstelgerichte zorg via activiteit en ontmoeting: een verbindend verhaal van activering, creativiteit en participatie
Kim Tintel, Master, Diensthoofd Therapeutisch Activiteitencentrum, Zorggroep Sint-Kamillus, Bierbeek
Melissa Santervas, diensthoofd Activiteiten- en Ontmoetingscentrum ’t Collectief, Zorggroep Sint-Kamillus, Bierbeek

Zorggroep Sint-Kamillus biedt psychiatrische (crisis)opvang en behandeling op korte, middellange en lange termijn aan volwassenen met een psychiatrische aandoening, een verstandelijke beperking in combinatie met een psychiatrische aandoening, het statuut van internering en volwassenen met niet-aangeboren hersenletsels. Binnen deze zorggroep zijn er twee unieke plekken waar we een warm, menselijk en verbindend verhaal schrijven, namelijk het Therapeutisch Activiteitencentrum (TAC) en het Activiteiten- en Ontmoetingscentrum ’t Collectief. In het zorgtraject van opname tot terugkeer en verder, leveren beide centra elk op hun eigen manier een bijdrage aan herstelgerichte zorg. We leggen de klemtoon op activering via creatieve en arbeidsmatige atelierwerking en non-verbale therapie, arbeidsrehabilitatie en de plek dat ontmoeting en participatie van zorgvragers in al deze facetten krijgt. Zorgvragers (her)ontdekken op deze manier wat ze graag willen doen en krijgen inzicht in hun eigen functioneren.

Tijdens het congres nemen we de geïnteresseerden graag mee in onze werking die hoofdzakelijk gegroeid is uit de uitdagingen, krachten en creativiteit die we voelden en zagen bij de zorgvragers. We laten jullie kennismaken met de eigenheid en kracht van beide plekken en de manier waarop ze zich verankeren in de lokale gemeenschap.

13u45 -15u15 –  mededelingen
M16 SAMENWERKING
M16.1 Een warme plek uitbouwen in de wijk, een inloophuis als middel om mensen samen te brengen van binnen en buiten de GGZ
Bruno Libbrecht, bachelor, diensthoofd ergotherapeutisch centrum (maar ik wil deelnemen vanuit mijn vrijwilligerswerk bij Inloophuis Ieper), Inloophuis Ieper vzw, Ieper

Inloophuis Ieper is een onafhankelijke vzw , een initiatief dat groeide vanuit de vaststelling dat er nood is aan meer verbinding in de samenleving. Het is een warme plek geworden waar (kwetsbare) mensen en wijkbewoners elkaar kunnen ontmoeten en rollen opnemen via heel verschillende activiteiten. Onze hele werking steunt op vrijwilligers. Dit brengt een eigen dynamiek met zich mee.  Inloophuis Ieper werkt sterk bottom-up. Vrijwilligers zijn mensen uit de doelgroep die doorgroeien tot leden die verantwoordelijkheden opnemen en hier zelf vragende partij voor zijn. We werken vraaggestuurd, dwz dat we niet steeds open zijn maar enkel op de momenten dat bepaalde activiteiten doorgaan. We organiseren een zeer uiteenlopende mix van workshops, infosessies, optredens (muziek en comedy), kruimelcafé, kookssessies, vrijetijdsactiviteiten, ,.. Drie kernwoorden vatten onze missie samen: verbinden, buurten, doen. We merken dat we in ons korte bestaan (2021) er in slaagden om een heel verscheiden en gemengd publiek aan te spreken van buurtbewoner tot cliënten in GGZ opname. We hebben ons eigen idee over waarom we hier in slagen en willen enkele basisvoorwaarden en ideeën die wij hanteren om die verbinding te realiseren uitleggen. Samen met de deelnemers willen we deze uitdiepen en ter inspiratie voorleggen. We beogen in deze workshop samen te reflecteren met de deelnemers en actief ideeën uit te wisselen.  We zijn overtuigd dat we handvaten kunnen bieden voor iedereen die een socio- cultureel GGZ initiatief in en met de wijk wil realiseren buiten de ‘muren’ van de reguliere GGZ sector.

M16.2 Ronde Tafels Gedeelde Zorg, een weg naar integrale zorg voor zorgwekkende zorgmijders.
An Blondeel, Bachelor in de toegepaste psychologie, psychotherapeut,, Teamcoördinator, Netwerk GG ADS // Advies&Coaching ADS, Dendermonde

Ronde Tafels Gedeelde zorg zijn regionale samenwerkingsverbanden op eerstelijnszoneniveau tussen GGZ actoren en eerstelijnspartners gericht op het installeren van integrale zorg. Binnen het Netwerk Geestelijke Gezondheid Aalst Dendermonde Sint Niklaas werd een hiaat gesignaleerd in de zorg voor mensen vanuit een specifieke doelgroep. Deze doelgroep identificeert zich door een psychische/psychiatrische problematiek gecombineerd met een complexe sociale problematiek (dak- of thuisloosheid, ernstige financiële problemen, moeilijkheden in sociale relaties, gezondheidsproblemen,…). Deze factoren leiden vaak tot een complexe situatie waarbij een duidelijke zorgnood aanwezig is maar de persoon zelf niet terecht kan binnen de reguliere hulpverlening omwille van in- of exclusiecriteria van voorzieningen of diensten, een afwezigheid van hulpvraag (inherent aan de problematiek), een geschaad vertrouwen in of van de hulpverlening,… Er is een noodzaak om in te zetten op laagdrempelige manier op diverse levensdomeinen via een integrale, outreachende en aanklampende werking. Een aanbod dat gebaseerd op het winnen van vertrouwen, het zoeken naar een ingangspoort en tijd kan nemen om een mogelijke toeleiding te installeren tot de reguliere zorg voor een doelgroep die al maar meer uit de boot dreigt te vallen. We willen hierbij een duurzame samenwerking over lijnen en sectoren opzetten die vanuit verschillende expertises denkt en handelt en daar ook ‘out of the box’ in durft gaan. Door het concept gedeelde (integrale) zorg ondersteunen de hulpverleners ook elkaar binnen de complexe en vaak extreem uitdagende zorg.

M16.3 De intensieve samenwerking tussen GGZ en partners uit welzijn, werk en VAPH binnen activeringstrajecten geeft mensen terug kansen op werk en perspectief in hun leven.
Greet De Vos, master, stafmedewerker + netwerkcoördinator tender activering, CAW Limburg, Hasselt

‘Het geheel is meer dan de som van de delen’. Aanwezigen laten kennismaken met activeringstrajecten voor kwetsbare doelgroepen met een lang afstand tot de arbeidsmarkt. Hen inspireren met voorbeelden, hen feiten en facts over de begeleiding geven en zo de kracht van samenwerking tussen verschillende organisaties uit GGZ, welzijn, VAPH en werk laten zien. Een succesvolle integratie op de arbeidsmarkt vergt namelijk een holistische aanpak waarbij we oog hebben voor alle levensdomeinen. Op maat werken is hierbij essentieel. In het samenwerkingsverband zorg- werk wordt er samen met de cliënt stilgestaan welke drempels en mogelijkheden er zijn. En wordt een trajectplan met doelstellingen opgesteld. Vaak is een van die doelstellingen op te nemen door een partner uit GGZ. Verbindend werken, kansen en tijd geven, werken met kleine stapjes en methodes aanpassen aan de noden van de cliënt maakt activering sterk en deze manier van begeleiden willen we graag delen. Aangezien we maar 15 minuten hebben: heel korte objectieve voorstelling van activering en cijfers die aantonen dat dit werkt en een meerwaarde betekent voor cliënt maar ook voor de verschillende betrokken partners uit GGZ, VAPH, Welzijn en werk. Daarnaast via een voorbeeld een activeringstraject voorstellen. De verschillende stappen omschrijven via een cliëntverhaal (live of korte video van een klant)

M16.4 Wat je aandacht geeft, groeit – Clubhuismodel © als inspiratiebron met participatie als krachtbron
Jorinde Janssen
, Bachelor Gezinswetenschappen/Master Sociologie, Coördinator Activering Multiversum, Boechout
Kristine De Decker
, Lid

Een gastvrije ontmoetingsplek voor mensen met een ernstige psychische kwetsbaarheid waar verbinding centraal staat, dat is de kern van het internationale Clubhuismodel©. Dit model ontstond in New York, waar ex-psychiatrische patiënten een clubhuis startten. Het model kreeg inmiddels wereldwijd navolging én erkenning als “evidence-based-practice” van de WHO. Het uitgangspunt van het Clubhuismodel© is de behoefte van psychisch kwetsbare mensen om ergens bij te horen, om zich veilig te kunnen voelen, om nuttig te zijn en om relaties met anderen te onderhouden.

Zorgvragers en zorgverleners worden omgedoopt tot leden en stafleden, die zij-aan-zij het clubhuis uitbouwen. Leden worden aangesproken op hun kwaliteiten, met veel ruimte voor eigen initiatief, verantwoordelijkheid en het (her)ontdekken en ontwikkelen van talenten. Een clubhuis biedt geen behandeling. Wel ondersteunen stafleden het herstelproces van leden en hun zoektocht naar een kwaliteitsvol leven. International Standards geven wereldwijd een uniforme basisstructuur. Na een introductie van de clubhuisaanpak vertellen we als lid en staflid over ons clubhuisproject dat vorm krijgt via doorgedreven participatie en groeit dankzij de gastvrijheid van en verbondenheid met clubhuizen in Amsterdam, Brussel en New York. “It takes a village to raise a child”. De verbondenheid van Clubhouse International© biedt een uitweg uit kamers van psychisch lijden en opent een wereld van herstel, erkenning en welzijn voor mensen met een psychische kwetsbaarheid.

M17 SPOED
M17.1  Implementatie van Triage voor Psychiatrie op de Spoedafdeling
Bruce Vrancken, Master in de verpleegkunde GGZ, Verpleegkundig specialist GGZ, AZ Sint-Jan Brugge AV, Bredene

Tot op heden werd de beoordeling van psychiatrische problemen op de spoedafdeling vaak subjectief uitgevoerd, afhankelijk van de inschatting van de hulpverlener op dat moment. Dit resulteerde vaak in minder afgestemde zorg voor de patiënt. In de literatuur worden triageschalen voor geestelijke gezondheidszorg vaak gebruikt om systematisch de urgentie van klinische presentaties te categoriseren en de verwijzing en interventietiming te bepalen. Dit abstract beschrijft de implementatie van de Crisis Triage Rating Scale (CTRS) op de spoedafdeling van een algemeen ziekenhuis als een strategie om de zorg te verbeteren.

Het implementatieproces begon met de selectie van de CTRS na een uitgebreid literatuuronderzoek. Stakeholders, (artsen, verpleegkundigen, psychiatrische experts,… ) werden betrokken bij de planning en training in het gebruik van de schaal. Protocollen werden ontwikkeld om de triage te integreren, en regelmatige evaluaties werden uitgevoerd om bij te sturen. De implementatie van de CTRS op de spoedafdeling resulteerde in aanzienlijke voordelen voor psychiatrische patiënten. De zorg werd meer gestandaardiseerd, wat leidde tot een verbeterde afgestemde aanpak van de urgentie van de problemen. Het implementatieproces vereiste nauwe samenwerking met alle stakeholders om succes te behalen, waarbij feedback en training cruciaal waren.

M17.2  Psychiatrische ondersteuning op spoed (POOS)
Tine Maes,
Master verpleeg en vroedkunde, Zorgmanager GZA, Hoboken

In 2022 heeft de FOD een derde oproep gelanceerd voor het indienen van projectvoorstellen “intensifiëring van de residentiele zorg”. In deze oproep staat dat de samenwerking vanuit het mobiel crisisteam, de HIC en de spoedgevallendienst van het algemeen ziekenhuis versterkt moet worden (oproep intensifiëring FOD, mei 2022). Het HIC-onderzoek (Bruffaerts e.a., 2023) leert ons dat spoedgevallendiensten in staan voor 34% van de aanmeldingen van de High and intensive Care-afdelingen (HIC). Deze cijfers liggen in lijn met eerder onderzoek dat wijst op het belang van de spoedgevallendiensten als vindplaatsen voor mensen met (ernstige) psychiatrische klachten. Het onderzoek van professor Bruffaerts en collega’s geeft echter ook aan dat slechts 5% van de aanmeldingen voor de HIC’s uit de mobiele crisisteams komt. Er is daarnaast nog niets gezegd rond de stijgende trend in gedwongen opnames en de relatie tot deze cijfers.

Voor het Netwerk SaRA (samenwerking regio Antwerpen) is er binnen de oproep intensifiëring van zorg een project opgestart om de spoedafdeling van het Sint-Vincentius ziekenhuis te ondersteunen. Samen met het Mobiel Crisis Team Antwerpen van ZNA is in 2023 gestart met het POOS (psychiatrische ondersteuning op spoed) project. In dit project wordt bottom up gezocht naar een performant zorgmodel voor opvang van mensen met psychiatrische klachten op de spoed en dit binnen het hoger geschetste dynamische werkveld. Graag delen we met jullie onze ervaringen en cijfers van dit project.